Iedere preek is een gevecht

De kerk is voor iedereen, maar sommige kerken lijken vooral te worden bezocht door een kleine elite. In een drieluik brengt Willem Pekelder een paar van die kerken in beeld. Vandaag tot slot de protestantse Thomaskerk in Amsterdam. “God is met een natte vinger te lijmen.”

Ging het vorige week over een kerk met een eigen radiozender (Bloemendaal), deze zondag belanden we in een godshuis met zelfs een eigen theater: de Thomaskerk in Amsterdam. Vanaf de opening in 1966 was hét doel van deze (van oorsprong) hervormde gemeente: verbinding zoeken tussen religie en cultuur.

Evert Jan de Wijer: "De hemel is hier nog niet op aarde." Foto Werry Crone
Evert Jan de Wijer: “De hemel is hier nog niet op aarde.” Foto Werry Crone

Na de kerkdienst bezoeken we met ds. Evert Jan de Wijer de theaterzaal. “Dit was destijds state of the art”, zegt hij wijzend naar de studio. “Het was de bedoeling dat de Ikon zou uitzenden wat hier gebeurde.” Na verloop van jaren raakte het Thomastheater in het slop, totdat oud-VPRO’er Klaas Vos, thans predikant in Ossendrecht, het culturele programma nieuw leven inblies. Dat was 2007. Nu wordt de zaal nog steeds gebruikt voor films, lezingen, boekbesprekingen en debatten.

Zo stond in februari Michel Houellebecqs nieuwste roman ‘Onderworpen’ op het programma. De Wijer: “Wat houdt onze lege westerse vrijheid nog in, was de vraag die voor lag. Terug naar de religieuze beknotting van vroeger wil niemand. Maar wat dan wel? Misschien de humaniteit van de Bijbel, waar weduwe en wees hun recht krijgen? Let wel, ik zeg dat niet met een autoriteitsclaim. It ain’t necessarily so, om met Porgy en Bess te spreken. Maar een begaanbare weg is het misschien wel.”

Volgens de PKN-predikant hebben religie en cultuur elkaar veel te vertellen, omdat ze in wezen over hetzelfde gaan: kwetsbaarheid van de mens, maatschappijkritiek en schoonheid. De vijftig jaar oude kerk – naar een fuctionalistisch ontwerp van Karel Sijmons – ademt in al haar voegen die symbiose van kunst en godsdienst uit. Vanuit het met marmer geplaveide voorportaal (‘geld van de goudkust Oud-Zuid’) leiden zeven traptreden – hoe Bijbels – naar de kerkzaal met zandstenen vloer, die op zijn beurt weer verwijst naar de tocht van het volk Israël door de woestijn. Het golvende dak ten slotte symboliseert de Rode Zee, waar God Mozes en de Israëlieten veilig doorheen loodste.

Toch, is het niet een beetje deprimerend om als kerkganger elke zondag in zo’n ‘woestijn’ te zitten? “Ha”, reageert De Wijer, “helemaal niet. Het is juist dynamisch. Je bent al bevrijd – zie het golvende dak -, maar nu zit je nog tijdelijk in de woestijn, al worstelend met de elementen en met elkaar. Zoals je ook tijdens de preek in gevecht bent: ik preek en het volk mort, of omgekeerd. De hemel is hier nog niet op aarde. Het is een tussenstop.”

De Avondmaalstafel lijkt meer een eindstation. Ze staat in een aparte ruimte, onder een lager plafond, wat een intieme ambiance schept. Zonnestralen beschijnen deze ochtend het tafelblad. “Je moet er naar toe lopen”, legt De Wijer uit, “we zijn er dus nog niet. Dáár is de plek waar we eenmaal zullen aanzitten als alle tranen zijn gedroogd.”

Het klinkt behoorlijk Bijbelvast en dat is het ook. In het koffie-uurtje na de kerkdienst horen we van enkele oudere gelovigen dat de jubilerende Thomaskerk bepaald geen vrijzinnige hap is. “Je krijgt hier geen slagroompunt, maar stevig roggebrood. In de traditie van theologen als Miskotte, Deurloo en Breukelman: dicht op de tekst, maar niet fundamentalistisch.”

De Wijer zelf formuleert het na zijn verkondiging zo: “Soms heb ik een prachtige preek in gedachten, maar dan laat ik de Bijbeltekst goed tot mij doordringen en concludeer ik: die tekst zegt wat anders. Ik geloof erg in Breukelman dat je de tekst niet in de rede moet vallen. Zoals vanochtend over het ‘leer ons bidden’ uit Lucas 11. Als je het nauwkeurig leest is het God die wakker moet worden geroepen. Voor mij een verrassing. Hij is de slaperige man. Bidden is: God het vuur na aan de schenen leggen. Dan is Hij met een natte vinger te lijmen. Dat is ook het joodse denken in mij: God en mens zijn gelijkwaardig.”

In zijn preek parafraseerde De Wijer Voltaire: “Prier est son métier”(over het ambt van predikant). “Je kunt wat kennis betreft uitgaan van een hoog instapniveau ”, preciseert de dominee na afloop. “In die zin is het hier een elitekerk, ja. Oud-Zuid, de Concertgebouwbuurt, veel academici , well- to- do. Je kan er ook niet zonder, vind ik: die intellectuele sociale laag.”

Een heel ‘cohort hoogleraren’ is lid van de Thomaskerk, onder wie de emeriti Theo de Boer (wijsgerige antropologie, UvA), Karel Deurloo (Bijbelse theologie, VU) en Johan van Hulst (pedagogiek, VU). Van Hulst, tevens oud-CHU-voorzitter, is ongetwijfeld ook het oudste lid van de PKN-gemeente: 105 jaar. Er is zelfs een kerkzaal naar hem vernoemd, maar die deur is – gek genoeg en hopelijk tijdelijk – overgeschilderd. Van een jongere lichting is NCRV-programmamaker Wilfred Scholten, auteur van de gelauwerde biografie ‘Mooie Barend’ over oud-ARP-premier Barend Biesheuvel.

“Maar”, zegt De Wijer, “ik preek natuurlijk niet alleen voor de culturele bovenlaag. Mijn preken hier zijn niet anders dan toen ik in de dorpskerk van Zoeterwoude stond. Er zit denkkracht in, zeker, maar daar hoef je niet mee te koop te lopen. Ik onderschat de kerkleden niet. De melkboer begrijpt mij even goed als de hoogleraar.”

Buiten aan het kerkgebouw wappert de regenboogvlag. De homo’s horen er dus ook bij.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *