De redelijke God van de Remonstranten

De kerk is er voor iedereen, maar sommige kerken lijken vooral te worden bezocht door een kleine elite. In een drieluik brengt Willem Pekelder een paar van die kerken in beeld. Vandaag: de Arminiuskerk, voor de hoogopgeleide Rotterdammer. “We preken hier niet alleen uit de Bijbel.”

De kathedraal van de Nederlandse Remonstranten, zo wordt de Arminiuskerk in Rotterdam wel genoemd. De imposante, deels in neo-Romaanse stijl gebouwde, kerk geeft je een gevoel van nietigheid, dat nog groeit wanneer je binnen gaat: een uit hout en baksteen opgetrokken majestueuze ruimte, die plaats biedt aan meer dan duizend gelovigen.

Op sommige banken zijn nog de naamplaatjes te zien van vooraanstaande Rotterdamse families die hier kerk(t)en, zoals de Dutilhs (advocaten en bankiers). Een van de gelovigen vertelt dat Mariëtte Dutilh, echtgenote van Ivo Opstelten, nog altijd een geregeld kerkgangster is. En je kan meemaken dat ook de oud-burgemeester van Rotterdam zomaar komt binnenwaaien.

Verder zijn de namen De Monchy (handel), Tollens (verffabriek) en Boddaert (adel) vanouds aan dit godshuis verbonden. De kerk, een schepping van de architecten Evers en Stok, zag in 1897 het licht. Het Nieuws van den Dag schreef bij die gelegenheid dat aan de ‘deftige Westersingel’ een ‘modern kerkgebouw’ was verrrezen, met een ‘pleintje voor het voorrijden van koetsen’.

Tjaard Barnard en Christiane Berkvens in de kerkeraadskamer.
Tjaard Barnard en Christiane Berkvens in de kerkeraadskamer. Foto Werry Crone

Binnen neemt het predikantenbord een opvallende plaats in. We zien de naam van ds. Welmet Hudig-Semeijns de Vries van Doesburgh, die in 2004 de uitvaart leidde van de van huis uit Nederlands Hervormde prinses Juliana. Hudig is inmiddels weg uit de Remonstrantse kathedraal en opgevolgd door Tjaard Barnard, Christiane Berkvens-Stevelinck en Koen Holtzapffel, alledrie gepromoveerd. De eerste twee gaan deze zondag gezamenlijk voor.

Het jaarthema ‘gidsen of goeroes’ komt tot een afsluiting. Gidsen in de vorm van een vuurkolom, zoals in de Bijbel, zou de brandweer tegenwoordig niet meer niet tolereren, preekt Berkvens onder licht gegniffel. We hebben nu andere gidsen: Spinoza, Bonhoeffer, Amos Oz en de eerste vrouwelijke dirigente Frieda Belinfante, somt de predikante enkele suggesties vanuit de kerkgemeente op. Zelf denkt Berkvens aan Elie Wiesel (dag ervoor overleden), de ‘ketterse’ Ierse theoloog Peter Rollins (‘houdt een lucifer bij de christelijke traditie’) en, ‘niet te vergeten natuurlijk, Jezus van Nazareth.’

Uit Hamburg is ingevlogen de bariton Tim Maas. Hij zingt een weemoedig lied van de Duitse dichter Eduard Möricke: Wilt U met vreugde/ en wilt U met lijden/ mij niet overladen/doch in het midden/ ligt gunstig beschikken. Een ‘rebels gebed’ , constateert Berkvens tevreden. “Bij de almacht van God wordt een vraagteken gezet. Alsof de dichter zegt: God, maak het niet al te bont a.u.b., gedraagt U zich een beetje redelijk en houd vreugde en verdriet in evenwicht.”

Tijd voor de collecte. Als enige Remonstrantse kerk in Nederland kent de Arminius nog een College van Collectanten, een erebaantje voor studenten, waarvoor jacquet vroeger verplicht was. Het jacquet is verdwenen, gebleven is de zak.

Na afloop drinken we koffie in de kerkenraadskamer, een voorname ruimte met portretten van o.a. Jacob Arminius, grondlegger van het remonstrantisme, en hoogleraar Abraham des Amorie van der Hoeven. Onder dat portret zit Julius Röntgen, achterkleinzoon van de hoogleraar en tevens kleinzoon van de componist Röntgen. “Aanzienlijken hebben van het begin af aan deeluitgemaakt van de remonstrantse kerk”, zegt hij. Het begon aanvang zeventiende eeuw met (rijke) handelaren en vrije beroepen (ambtenaren konden geen lid worden van de Remonstrantse kerk, simpelweg omdat die tot de Bataafse Republiek verboden was), in de tweede helft van de negentiende eeuw aangevuld met spijtoptanten uit de steeds orthodoxer wordende hervormde kerk.

“Alleen rijkere hervormden konden die overstap maken”, legt Tjaard Barnard na de dienst uit, “omdat zij niet uit sociale zekerheid, lees diaconie, bij de hervormde kerk hoefden blijven.” De Arminiuskerk is nog steeds gefortuneerd: de 650 gelovigen (waarvan circa 100 kerkgaand) kunnen zich drie (deels parttime) predikanten veroorloven, en onlangs werd 2,5 ton ingezameld voor de restauratie van het orgel. Maar die vrijgevigheid heeft een keerzijde. Barnard: ‘Men verwacht een hoog serviceniveau. Je moet au courant zijn van wat gebeurt in maatschappij, wetenschap en cultuur. Je wordt geacht je literatuur bij te houden en af en toe een concert te bezoeken.”

Christane Berkvens, tevens geëmeriteerd hoogleraar Europese cultuur: “Het is ondenkbaar om alleen de Bijbel te nemen als basis voor je preek. Maar het gaat bij ons niet alleen om het hoofd, ook om het hart. Merkte u niet hoe intiem en zacht het Onze Vader werd meegebeden? De kwaliteit van de stilte viel me vanochtend op.”

Een elitekerk? “Ja”, knikt Barnard, “maar ook de elite heeft het evangelie nodig.” Berkvens: “Ik zou liever spreken van gelovigen die de nuance zoeken. Iedereen is welkom.” Toch, zo bleek al uit de volkstelling van 1970, omvat de Remonstrantse Broederschap de meeste academici van alle kerken. En een paar jaar geleden bleek uit een Motivaction-onderzoek dat het ‘laaghangend fruit’ voor deze vrijzinnige geloofsgemeenschap de hoogopgeleide 45-plusser is met een (van huis uit) kerkelijke achtergrond.

Berkvens: “Je wordt als predikant kritisch gevolgd, ja. Zo heb ik eens een hele correspondentie gehad met een kerklid – vriendelijk doch pittig – over de vraag of God alles in allen is.”

Invloed in Rotterdam heeft het instituut remonstrantse kerk niet, denkt het predikanten-duo. “Individueel zijn remonstranten wel zeer maatschappelijk betrokken”, weet Berkvens. “Maar zij zullen daarbij nooit vertellen wat hun inspiratiebron is. A: Wij kennen geen zendingsdrang. B: We hebben nog altijd de genen van de schuilkerk. Dat je remonstrant bent, dat zeg je niet.”

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *