Bloemendaal: Netwerken vanaf de kleuterschool

De kerk is voor iedereen, maar sommige kerken lijken vooral te worden bezocht door een kleine elite. In een drieluik brengt Willem Pekelder een paar van die kerken in beeld. Vandaag deel 2: de protestantse gemeente van Bloemendaal/Overveen. “Het netwerken begint hier al als kleuter.”

Als je een zondagje in Bloemendaal vertoeft, moet je niet raar opkijken dat je Hans Klok ontwaart bij de benzinepomp. Of Bastiaan Ragas in de Dorpskerk. Bloemendaal, een van de rijkste gemeenten van Nederland, is een el dorado voor welgestelden. Godfried Bomans woonde hier en Michel van der Plas.

Ad van Nieuwpoort in zijn Dorpskerk: "Evangelie is juist voor de rijken."
Van Nieuwpoort in de Dorpskerk: “Evangelie is juist voor de rijken.” Foto Werry Crone

De voorspoed van Bloemendaal begon in de Gouden Eeuw toen blekers er gingen werken voor de Haarlemse linnen-, – zijde- en damastindustrie. Daarnaast kochten kooplieden uit de stad er buitenplaatsen om de zomermaanden door te brengen. In 1632 namen die rijke handelaren het initiatief tot de bouw van een hervormde kerk. Een juweeltje dat tot de dag van vandaag dienst doet als godshuis.

De bankiersfamilie Borski, eigenaar van landgoed Elswout in Overveen, kerkte hier vroeger en had, net als de andere notabelen, haar eigen kerkbank. Eind negentiende eeuw maakte Bloemendaal een onstuimige groei door dankzij de komst van een treinstation. Rijke forenzen uit Haarlem en Amsterdam lieten villa’s bouwen en brachten de kerk tot grote bloei.

Degene aan wie we dit stukje geschiedenis ontlenen, Joan Patijn-Bijl de Vroe, actief in de historische Stichting Ons Bloemendaal, komt zelf ook uit Amsterdam. En is samen met haar man, de Alkmaarse rechter Patijn, – inderdaad, broer van Schelto Patijn – lid van de Dorpskerk.

De protestantse gemeente herbergt nog altijd een zekere elite, met name van hervormde zijde, maar predikant Ad van Nieuwpoort doet zijn best de kerk een plaats van betekenis te doen zijn voor heel Bloemendaal en Overveen. Na afloop van de dienst zegt hij: “Na de restauratie in 2015 heb ik hier de plaatselijke Rotary uitgenodigd voor een black tie-diner bij kaarslicht. Er was een harpiste en poëzie van Herman de Coninck en Gerard Reve. Sommige Rotarians kregen een brok in de keel. Zo kun je op seculiere wijze mensen iets laten ervaren van de kracht van een eeuwenoud godshuis, zeer verwant met wat wij hier elke zondagochtend doen met Bijbelverhalen.”

Voor ‘ongelovigen’ is er verder een maandelijkse Bijbeltafel, waar veel belangstelling voor is, en, eveneens één keer per maand, ‘Areopagus Bloemendaal’: een gesprek met een bekende Nederlander. De genodigden staan steevast op de voorpagina van het glossy-achtige kerkblad: Huub Oosterhuis, Alexander Münninghoff, Alexander Rinnooy Kan. “Door deze bijeenkomsten wordt de kerk steeds meer een plaats waar heel verschillende mensen even kunnen ontstijgen aan de waan van de dag”, zegt Van Nieuwpoort. Hij kan daarbij putten uit een groot netwerk, en anders kunnen zijn 1200 kerkleden dat wel.

Dankzij dat netwerk treedt deze zondagochtend de befaamde mondharmonica-speelster Hermine Deurloo op. Een feestelijke dienst, want er wordt een kind gedoopt: een telg uit de bekende baggersfamilie Van Oord. De Schriftlezing gaat over de beproeving van Abraham (Genesis 22): “God zei tot Abraham: Neem je zoon Isaac, ga naar het land Moria en doe hem daar opgaan ten brandoffer.” Voorwaar, geen gemakkelijke tekst bij een doop.

Maar dan openbaart Van Nieuwpoort zich als theologisch exegeet: oude verhalen, met een literair oog gelezen, nieuwe betekenis geven voor gelovigen en ‘ongelovigen’. Die beproeving, preekt hij, moet je lezen als vervolg op het gebod aan Abraham om zijn land te verlaten. In beide gevallen gaat het om hetzelfde: leren loslaten, zowel verleden als toekomst. “Als we werkelijk mens willen worden, moeten we vertrouwen op wat we niet in de hand hebben. Dat geldt ook voor de dopeling. De doop symboliseert dat hij is weggehaald bij al die machten die hem tot slaaf maken van het geplande.”

De kerkgangers hebben nog kunnen grinniken ook, want Van Nieuwpoort nam met ironie de Bloemendaalse mores onder het mes. “Het netwerken begint hier al als kleuter. Je moet bij de goede hockeyclub, wat niet meevalt zoals u weet, en daarna, net als je vader studeren in Leiden. En dan word je, net als je vader, advocaat. In zo’n mooi, duur kantoor met een lease-auto voor de deur. En dan zeg je op netwerkborrels dat je bij De Brauw werkt. Bij De Brauw? Geweldig. Maar wat wil je nu eigenlijk echt?”

Bij het koffiedrinken in de kerktuin verdringen de gelovigen zich om de doopouders te feliciteren. Het was bomvol in de kerk. “Zo gaat dat in Bloemendaal/Aerdenhout. Is er een happening, dan ben je er bij”, zo vernemen we.

Na afloop mijmert Van Nieuwpoort dat rijken het evangelie misschien nog meer nodig hebben dan armen. “Ik preek ook tegen mezelf. Ik kan zo opgaan in mijn werk dat ik andere fundamentele dingen soms vergeet. Zo ligt er al twee weken een rouwkaart op mijn bureau van iemand uit mijn vorige gemeente. Lul, denk ik dan! Dáár gaan mijn preken dus over. Dat wij als bevoorrechten gestoord moeten worden in onze voorspoedige leventjes . Succes is prachtig, maar je moet geen slaaf worden van de gevestigde orde. Blijf solidair met de armen, en blijf openstaan voor het ongewisse.”

Mooi, mooi, mooi, maar de dominee zal het toch ook wel aardig vinden dat de katholieke acteur Bastiaan Ragas (floepte vanochtend op het laatste moment binnen) en zijn hervormde vrouw Tooske (oud-‘Popstars’-presentatrice) geregeld onder zijn gehoor zitten. En dat Tooske met kerst voorleest voor de kinderen. Van Nieuwpoort: “Natuurlijk. Ik heb hun kinderen gedoopt. En als ze in een blad zeggen dat ze veel inspiratie halen uit de kerkdiensten alhier, vind ik dat uiteraard heel prettig.”

Kijk, zo is Ad van Nieuwpoort dan ook wel weer.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *