Ik geloof het wel

CDA, CU en SGP wezen het VVD-voorstel tot stervenshulp bij voltooid leven meteen af. Niet zo verbazingwekkend. Christenen geloven immers in wonderen. En vragen zich af: waarom zou je grijpen naar iets definitiefs als een pil, wanneer je door een ‘interventie van buitenaf’- een liefde, ontmoeting, tekst of muziekstuk – plots het licht weer kan zien?

Uiteraard hebben de christelijke partijen het woord ‘wonder’ in geen krant of tv-rubriek genoemd. Ze zouden direct voor gek worden verklaard. Over wie gelijk heeft in het politieke debat ga ik het hier niet hebben. Wel over de vraag of het gestoord is om in wonderen te geloven. Zelf ben ik in dat opzicht scepticus.

En ik bevind me in goed gezelschap: ds. Carel ter Linden. Zijn boek ‘Wandelen over het water’ (2004) is in feite één grote worsteling met het bijbelse wonder. Uiteindelijk concludeert de oud-hofpredikant: het gaat niet om ‘echt’ of ‘onecht’ , maar om de vraag wat het ‘wonder’ met je doet. Jezus’ wandeling over het Meer van Galilea zou je, in die visie, kunnen lezen als een aanmoediging de kolkende zee in je eigen leven onder de voet te lopen. Om ten slotte te ontdekken: ik ben niet ten onder gegaan, wat een wonder.

foto-bij-klein-verslag-15

En zo zet de verschijning van Maria in Lourdes – ‘echt’ gebeurd of niet – zieken aan tot een bedevaart, waar ze nieuwe hoop en kracht vinden. En soms zelfs genezing. Pas vertelden ze erover in ‘Andere Tijden’. Onder wie een vrouw die als kind na onderdompeling was hersteld van een medisch onbehandelbare oorziekte. Dikkie van der Horst heette ze (foto), en ze was op haar oude dag nog steeds verheugd over die blijde gebeurtenis. “Die is mij toebedeeld”, geloofde ze.

Geen programma over Lourdes sla ik over. Hier regeert nog de magie in een verder geheel onttoverde wereld. Bejaarde, gebrekkige mensen die in een kaarsenprocessie het ‘Ave Maria’ zingen, het is lief en ontroerend. Ik mag dan een scepticus zijn, doorzettingsvermogen heb ik wel. Ik ben eigenlijk dol op wonderen, en verlang er bijna dagelijks naar.

Toen ik dat aan een geleerde vriendin vertelde, zei ze: “Wonderen zijn onrechtvaardig. Waarom geneest een 88-jarige longkankerpatiënt wel en een 33-jarige moeder met borstkanker niet?” “Oké”, reageerde ik,“dan betitelen we het als toeval, geluk of geschenk. Maar komen die drie niet evengoed van ‘buitenaf’, en onttrekken die zich niet evenzeer aan het idee van maakbaarheid?” Uiteindelijk sloten we een compromis: we noemen het voortaan medisch onverklaarbaar.

Ik moet haar een geheimpje verklappen: toen ik Dikkie hoorde praten, riep ik eerst, geheel volgens afspraak: medisch onverklaarbaar! Maar direct daarna fluisterde een piepstemmetje mij in: Dankuwel, Maria. Ik vond dat eerlijk gezegd wel lekker. En waarom? Omdat de Maria waarin Dikkie gelooft het mirakel gunt aan iederéén. Want, zei Dikkie: “Ik heb al dertig jaar reuma, maar ben nooit teruggegaan naar Lourdes. Dat zou niet eerlijk zijn. Ik heb mijn wonder ontvangen. Nu is een ander aan de beurt.”

Een uitspraak van een wonderlijke schoonheid. Én medisch volstrekt onverklaarbaar.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *