Een heel fijn vertelgesprek

Persvrijheid is niet alleen een recht dat overheden schenken aan de media. Het is ook iets wat geïnterviewden moeten gunnen aan de journalist. Soms is het een gevecht, zoals het het uiterst moeizame tv-interview in april 1983 van Adriaan van Dis met Willem Frederik Hermans. Gisteren moest ik eraan terugdenken tijdens de Internationale Dag van de Persvrijheid.

Het onderwerp was de Apartheid in Zuid-Afrika, waarover Hermans in lezingen en kranteninterviews omstreden uitspraken zou hebben gedaan. Het werd een verhitte discussie. Zozeer zelfs dat Hermans dreigde op te stappen als Van Dis zijn mond niet hield. “Maar dit is een vraaggesprek, mijnheer Hermans”, bracht Van Dis wanhopig uit. “Nee, mijnheer Van Dis, het is een vertelgesprek, en wel van mijn kant”, reageerde de auteur geïrriteerd.

Een nieuw woord was geboren: vertelgesprek. Zelf heb ik ook eens zo ’n ‘vertelgesprek’ mogen meemaken. Het was met de actrice Hetty Blok. Ze zou eind jaren negentig op de planken terugkeren als Zuster Klivia met liedjes uit de legendarische Annie M.G. Schmidt-komedie ‘Ja zuster, nee zuster’. Leuk voor een interview, vond het Algemeen Dagblad. Vol goede moed toog ik naar de Watteaustraat in Amsterdam, waar Hetty Blok bruisend van enthousiasme terugblikte op haar artistieke carrière.

Ondanks haar 77 jaar was ze bijzonder levendig. Ze wipte van de bank naar de parketvloer en weer terug naar de bank. Zodoende kreeg de verslaggever vanuit verschillende perspectieven haar verhaal te horen, dat op luide toon werd voorgedragen. “Zit er toch niet de hele tijd zo tussendoor te praten!”, riep de actrice als ik stamelend en zwetend een vraag eruit perste. Het begon verdraaid veel op een vertelgesprek te lijken.

Niettemin was ik onder de indruk van haar relaas. Haar liefde voor het oeuvre van Annie M.G. Schmidt, die in kinderverzen en musicals verkapte maatschappijkritiek stopte (‘die oude ottertjes zijn natuurlijk een metafoor voor vervolgde joden en asielzoekers’) en haar verknochtheid aan het literaire cabaret uit de jaren zestig, waarbij Heinrich Heine een van Bloks inspiratiebronnen was. En niet te vergeten haar geestige en vileine uitspraken: “Het zal wel aan mijn gebrek aan opmerkzaamheid te wijten zijn dat de schoonheid van Marco Borsato’s liederen nog niet zo tot mij is doorgedrongen.”

Terug op de redactie tikte ik een mooi stuk, dacht ik, waarin als plaagstootje was opgenomen: “De rol van de verslaggever lijkt beperkt tot knikken en zeggen: ‘Ja zuster, nee zuster’.“ Verhaal op de fax, en wachten op reactie. Die volgde een paar dagen later. “We beginnen bij zin één”, sprak Blok beslist.

Na het vertelgesprek aan de Watteaustraat dreigde nu een vertelgesprek per telefoon. Ik schraapte al mijn moed bij elkaar en bereikte met Blok een moeizaam compromis, waarin de tekst er niet slechter op werd en ik me niet in mijn persvrijheid voelde aangetast. Het leuke was dat de passage over de verslaggever die alleen maar ‘ja zuster, nee zuster’ mocht zeggen ongehavend bleef . Dat ze uitgerekend díe uitspraak liet staan, kijk dat vond ik toch wel heel fideel van Zuster Klivia.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *