Daar was-ie dan, de zon

20160506_132423Zomer in de stad. De eerste tekenen: een buurvrouw die een plant verpot, lange rijen voor diergaarde Blijdorp, een verkeersregelaar die het zoo-bezoek in goede banen leidt. En op de Essenburgsingel een dolende toerist, die een zojuist gekochte fles tevoorschijn haalt. “Is this water?” “No, sir, it’s vinegar.”

Een zingende merel. Weerkaatsend zonlicht in de gevel van het Centraal Station. Het belendende terras van Lebkov & Sons stroomt vol met dorstige zielen. Het is twaalf uur ‘s middags. Bij grandcafé Engels komt de drukte langzaam op gang. De barman vertelt dat een zomerse dag drie spitsuren kent. Om elf uur wanneer de dagjesmensen arriveren , om één uur tijdens de lunch, en om vier uur wanneer de dagjesmensen vlak voor de thuisreis nog even een slokje komen halen.

Op het terras houdt een vakbroeder een interview. De opdruk op zijn linnen tas verraadt voor wie: De Correspondent. Als hij klaar is, schuiven we aan. Het is Jelmer Mommers, correspondent klimaat & energie. Hij legt uit dat hij erachter probeert te komen wat Shell doet tegen klimaatverandering. En of Shell-medewerkers daar tevreden over zijn. De interviews geschieden anoniem, de methode Joris Luyendijk.

Komt het door de klimaatverandering dat het begin mei al zo warm is? De 28-jarige verslaggever waarschuwt dat we weer en klimaat niet door elkaar moeten halen. Niettemin kan zo’n zonnige voorjaarsdag ons in al haar loomheid en gemoedelijkheid makkelijk doen vergeten dat kilmaatverandering actie behoeft. In Nederland doen we vrij weinig, meent Mommers. Maar daarmee leven we wel op de pof, en de arme landen betalen het gelag.

Van Engels naar de VVV, waar bezoekers zich verdringen voor het loket. De man voor ons blijkt een Fransman. Hij vraagt de VVV-dame wat er vandaag te doen is in de stad. “U kunt naar een museum gaan”, suggereert ze. “Neenee”, schudt de Fransman. “Een haventourtje dan?” Dat lijkt geschikter met dit warme weer. De vrouw zet op een vel papier een turfje bij de categorie Frans. Belgen en Duitsers doen het ook goed vandaag.

De Franse toerist heet Jerome Jacqmin. Hij is 46, woont in Parijs en bezoekt dit weekend de Rotterdamse Architectuur Biënnale. Zijn laatste project is de renovatie van de nieuwe woonstee van Pierre Fraidenraich, directeur van de linkse krant Libération. Het is een pand van begin twintigste eeuw, vlakbij de Arc de Triomphe.

De architect stelt voor samen te gaan lunchen in de Markthal. En route verkiest hij de zonnige zijde van het Weena. Hij legt uit dat hij een kind is van de zon, geboren in Guadeloupe, waar zijn vader actief was in het Vreemdelingenlegioen. De kubuswoningen van Blom tegenover de Markthal vindt hij niet mooi. Bij architectuur gaat het niet om wat je ziet, maar om wat je ervaart,  denkt Jacqmin. En bij die kubussen ervaart hij niets.

In de Markthal bestellen we een visje en een Franse sauvignon blanc. Bouwkunst lijkt in zekere zin op de zon, filosofeert Jacqmin: eerst komt het gevoel, dan pas het zien. Hij heft het glas: “Ik geloof in de zon. Santé.”

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *