Avondmaal met één lege stoel

20160502_130215

Enkele uren alvorens hij gaat repeteren voor een nieuw toneelspel, drinkt Paul Röttger zijn ochtendkoffie in het Westerpaviljoen. Hij vertelt dat het stuk zal gaan over mensen zonder dak boven het hoofd. Zoals er zovelen zijn in Rotterdam: vluchtelingen, verslaafden, zwervers. Of mensen die niet kunnen zijn wíe ze zijn. En net zoals vorige keren is het een samenwerking tussen acteurs met en zonder (verstandelijke) beperking. Inclusief toneel heet dat. “Kom je kijken?”, vraagt Röttger.

De eerste repetitie, en dan al pottenkijkers. Welke regisseur durft dat aan? Het is het broze dat ontroert in die vraag. En niet alleen in die vraag. Ook in Röttgers producties. Telkens draait het om het breekbare in de grote stad. Om de verbinding tussen homo’s en hetero’s bijvoorbeeld (‘Naar vriendschap zulk een mateloos verlangen’, 2012) of tussen psychiatrische cliënten en ‘normalen’(‘Wie is er nou gek?’, 2013). Röttger verwierf landelijke bewondering en lovende recensies.

In het Rotterdams Centrum voor Theater zitten deze middag zo’n twintig acteurs in een kring. Wie zien zij voor zich? Een regisseur van klein postuur, met levendige blauwe ogen en sprekende gebaren. Een man met een lange acteer-ervaring: ‘Tartuffe’ bij het RO Theater, ‘Jeanne d’Arc’in het vrije circuit, en ‘Wachten op Godot’ bij het Nationale Toneel. Iemand die met je praat alsof jij er alleen voor hem bent. “Hoe gaat het met je?”, vraagt hij aan Nina. “Wat wil je met me delen?” aan Diana. “Heb je een verslaving?”aan Paulus.

“We moeten elkaar een beetje leren kennen”, legt Röttger (62) uit, “want je kunt niet toneelspelen zonder je eigen en elkaars levens erin mee te nemen.”

De spelers posteren zich tegen de wanden van de repetitieruimte. In het midden staan de lege stoelen. Drie worden er weggehaald zodat de acteurs moeten vechten om een plekje. Door de zaal klinkt de ‘Misa Criolla’: ‘Senor ten piedad de nosotros’. Terwijl ‘de Heer zich over ons ontfermt’ zien we ruzies en gevechten. Sommige spelers kleden zich uit om de kwetsbare naaktheid van de ontheemde uit te beelden. Anderen slepen elkaar naar een veilige, warme plaats.

Tussen de stoelen bevindt zich een denkbeeldige, lange tafel. Straks, bij de première op 20 oktober, staat er een echte. Waaraan iedereen mag aanzitten, zowel spelers als publiek. ‘Het Avondmaal’ heet Röttgers nieuwste schepping, vrij naar Leonardo da Vinci’s ‘Laatste Avondmaal’, met dit verschil dat bij Röttger de centrale zetel onbezet blijft. “Ik vind dat die stoel niet voor één iemand is, maar voor ons allemaal”, zegt Röttger, “daarom blijft ‘ie leeg.”

De regisseur vindt dat we elkaar te weinig tegenkomen in de stad: de witte en de gekleurde, de nuchtere en de verslaafde, de christen en de moslim. Alles wat ‘afwijkt’, woont apart. Jammer, meent Röttger, want we zouden een veel beter en mooier bestaan hebben als we het sámen beleefden. Hij heeft Harry Kuitert gelezen, de vrijzinnig-protestantse theoloog. En raakte geroerd door diens omschrijving van het menselijk lot: voor een tijd een plaats van God. “Als ik in één zin moet samenvatten waarover ‘Het Avondmaal’ gaat, dan dáárover.”

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *