Een Monument van Beschaving

Al bijna dertig jaar lang is ‘Zomergasten’in juli en augustus hét gesprek van de dag. Is het niet de gast, dan is het wel de presentator die de tongen losmaakt. Over de betoverende kracht van dit VPRO-programma schreef ik in oktober 2005 op verzoek van priester-dichter Huub Oosterhuis onderstaand verhaal in diens magazine Roodkoper.
Wilfried de Jong
Een televisie-gesprek van drie uur, wie zit dat nog uit in de zap-cultuur? Toch is Zomergasten al sinds de start in 1988 populair bij honderdduizenden kijkers. Wat is het geheim van dit VPRO-monument?

De kijkers van ‘Zomergasten’lijken gezegend met een subliem geheugen. Toen de VPRO-afdeling Backstage enkele maanden geleden peilde welke van de 80 Zomergasten die sinds 1988 de revue zijn gepasseerd op hen de meeste indruk hebben gemaakt, kwamen er al snel drie namen uit de bus: Pierre Janssen, Piet Vroon en Ischa Meyer. Kunstkenner en oud-AVRO-presentator Janssen trad in 1988 aan als de allereerste Zomergast, hoogleraar psychologie Vroon volgde in 1991 en Meyer was in 1992 aan de beurt. Welk mysterie gaat schuil achter een programma waarvan de gasten zelfs vijftien à twintig jaar na dato nog op het netvlies van de kijker staan gebrand?

De kracht van het programma zit allereerst in de unieke formule. Voorzover bekend bestaan nergens ter wereld programma’s die beeldfragmenten als uitgangspunt nemen voor een gesprek. Juist die fragmenten leggen dikwijls onvermoede kanten van de Zomergast bloot. Zijn keuzes ‘verraden’ een karaktertrek, een visie, een passie. Als strafrechtpleiter Wim Anker, een van de gasten van Connie Palmen afgelopen seizoen, eenvoudigweg had verteld dat hij fan is van Marianne Weber, waren de kijkers die ontboezeming een dag later waarschijnlijk al weer vergeten. Maar de combinatie van een ontroerde Friese advocaat bij beelden van een droevig lied over rode rozen beklijft, ofschoon er op de VPRO-burelen enig gemurmel viel te beluisteren over deze promotie van het levenslied in ‘vrijzinnige’ zendtijd.

Een minder recent voorbeeld. Pierre Janssen, een begenadigd vertelller, liet beelden zien van de Tour de France. Op zich niet bijzonder, maar ze wérden het door het bijbehorende verhaal. Janssen bekijkt het wielerevenement vooral om te genieten van het Franse landschap. Hij zoekt er zelfs zijn vakanties op uit.

Onder de 120 VPRO-leden die afgelopen juni een speciaal Backstage-evenement rond de drie populairste Zomergasten allertijden bezochten, waren er velen die zich de combinatie van dit beeld en dit verhaal feilloos wisten te herinneren. Ze waren blij dat ze het nu eens aan hun kinderen konden laten zien. De kijkers van ‘Zomergasten’zijn langzamerhand uitgegroeid tot een familie met eigen uitstapjes tijdens welke de favoriete gast opnieuw wordt bekeken, bediscussieerd en bewierookt.

Dat is nauwelijks verwonderlijk als men weet met hoeveel zorgvuldigheid de Zomergasten worden uitgekozen. Waarmee we zijn aangeland bij de tweede factor die dit programma tot een succes maakt. Reeds in het vroege voorjaar stelt de redactie – bestaande uit drie researchers, één beeld-, één eind-, één webredacteur en de presentator – lijstjes samen met mogelijke gasten. Daarna volgen vergaderingen waarin de kandidaten worden besproken. Bij de uiteindelijke keuze zijn drie vragen van belang: heeft de betreffende man of vrouw voldoende ‘beeldgeheugen’, beschikt hij over een eigen universum en is hij in staat om op een zeker abstractieniveau en met enige diepgang te spreken over zichzelf en zijn wereldbeeld? ‘In bijna ieder mens schuilt een Zomergast, maar niet ieder heeft een houdbaarheid van drie uur’, is een constatering die geregeld op de redactie valt te beluisteren.

Houdbaar of niet, elk jaar melden zich spontaan bekende Nederlanders die graag in het prestigieuze programma willen gloriëren. Dit seizoen waren het er een stuk of vijftien. De één loopt in de kroeg ‘toevallig’ een redactielid tegen het lijf, de ander pakt het omzichtiger aan door zijn uitgever ‘voor heel iets anders’ naar de redactie te laten bellen, waarbij tussen neus en lippen door zijn naam als mogelijke Zomergast moet worden opgeworpen. Helaas voor de gretigen, de keuze valt meestal niet op hen. Beter af zijn die getalenteerde Nederlanders, die in alle eenzaamheid hunkeren naar het verlossende telefoontje uit Hilversum en al jaren hun lijst met beeldfragmenten stilletjes op hun nachtkastje hebben klaarliggen, zoals Paul de Leeuw (Zomergast in 2003).

Paul de Leeuw

Aan de andere kant zijn er ook gasten die de redactie dolgraag wil hebben, maar die weigeren. Prinses Irene bijvoorbeeld. Dit seizoen nog bedankte de Belgische kardinaal Danneels, een van de papabili tijdens het afgelopen conclaaf. Danneels is overigens een van de weinige geestelijken die door ‘Zomergasten’is benaderd. Het programma lijkt vooral geïnteresseerd in auteurs en journalisten. Van alle 87 gasten die tussen 1988 en dit jaar hun opwachting maakten, vallen er 36 in die categorie. Wellicht zijn zij als geen ander in staat te reflecteren op Het Leven, ‘Zomergasten’dankt aan de oververtegenwoordiging van schrijvers wel de naam een entre-nous van de grachtengordel te zijn. Op nummer twee staan wetenschappers (14), waarbij de voorkeur uitgaat naar de alfa-richting. Op nummer drie prijken musici (6). Onderaan bungelen ondernemers (4), beeldend kunstenaars (3) en architecten (1). Ook politici (6) zijn niet razend populair. Omdat de redactie wil voorkomen dat kostbare zendtijd wordt gebruikt voor partijpropaganda, zijn slechts onafhankelijke politieke denkers welkom

Wie eenmaal genood is geweest in ‘Zomergasten’, mag rekenen op wekenlange post- en emailexplosies. Hirsi Ali (2004) ontving honderden reacties en het optreden van Van Agt (2003) genereerde een publiciteit als ware hij nog minister-president. Vooral Van Agts verhaal over Wim Kan hield dagenlang de vaderlandse media bezig. De cabaretier zou begin jaren tachtig in het diepste geheim de CDA-leider hebben gevraagd langs te komen in de Koninklijke Schouwburg in Den Haag om zodoende een goede imitatie van Van Agt te kunnen instuderen. ‘Onzin’, riep meteen de volgende dag Frans Rühl, oud-medewerker van de cabaretier. Kan zou die imitatie begin jaren tachtig allang onder de knie hebben gehad. Van Agt heeft zich in die discussie nooit meer gemengd. Een mooie gelegenheid om een uitstapje te maken naar de Heilig Land Stichting. Van Agt, telefonisch: “Ik heb de waarheid gesproken en niets dan de waarheid. Ik ben uit de ellenlange formatie-onderhandelingen met Den Uyl en Terlouw geglipt om Wim Kan van dienst te zijn. Om niet op te vallen heb ik de achteringang van de schouwburg genomen. Corry Vonk heeft foto’s gemaakt en Kan bandopnamen.” De oud-premier is nog steeds verbaasd over de felle reacties die zijn onthulling teweeg bracht. “Zelfs al zou ik mijn verhaal hebben voorzien van krullen en arabesken, wat niet het geval is, dan nog valt mij het venijn in de media op. Wellicht mág het niet zo zijn dat Wim Kan en ik op goede voet stonden.”

Niet alleen de gasten, ook de presentatoren zijn vaak doelwit van felle kritiek. Freek de Jonge (1996) maakte er een ‘one man show van’, Wim T. Schippers (1997) ‘sprong van de hak op de tak’ en over Joost Zwagerman (2003) merkte een briefschrijver in de VPRO Gids sarcastisch op: ‘Leuk om te zien hoe Zwagerman zes avonden lang steeds door een andere presentator werd geïnterviewd.’ Waarmee we zijn aangekomen bij de derde factor die het kijken naar ‘Zomergasten’ tot een geliefd tijdverdrijf maakt: de gastheer/-vrouw.

Velen mogen zich geroepen voelen tot dit hoge ambt, slechts een enkeling is uitverkoren. Bij de selectie gaat het er niet eens zozeer om of de man of vrouw over journalistieke vaardigheden beschikt. Belangrijker is de vraag of hij de kunst van het converseren verstaat. Sommige presentatoren, zoals founding father Peter van Ingen – gastheer van 1988 tot 1995 -, beschikken over beide kwaliteiten. Connie Palmen daarentegen ‘onthulde’ in de voorgesprekken met de redactie dat ze van interviewen de ballen verstand had. Geen probleem voor ‘Zomergasten’. Het programma pretendeert veel meer te zijn dan een journalistiek product, waarin actuele vragenlijstjes van A tot Z worden afgewerkt. ‘Zomergasten’ is een ontmoeting van persoonlijkheden, een inkijkje in twee zielen, waarbij de actualiteit alleen wordt besproken voorzover de vertoonde fragmenten daartoe uitnodigen.

Zo kon het gebeuren dat Connie Palmen het bekritiseerde TBS-beleid van minister Donner niet aan de orde stelde in haar gesprek met Wim Anker (720.000 kijkers), maar wel de scheidingen die Anker in zijn leven aanbrengt: het ‘abnormale’ van zijn werk (het verdedigen van moordenaars) en het normale van zijn dagelijkse leven (al 47 jaar met vakantie naar Slenaken), het loskoppelen van de persoon van de misdadiger en de misdaad, en het adoreren van Wiegel zonder VVD te stemmen. “Ben jij goed in het aanbrengen van scheidingen omdat jij je om je te ontwikkelen tot individuele persoonlijkheid hebt moeten loskoppelen van je tweelingbroer?”, vroeg Palmen zich af. Met dit soort vragen gaf de filosofe/schrijfster het programma een diepgang, die een puur journalistieke aanpak moeilijk had kunnen evenaren.

‘Zomergasten’ staat bij veel kijkers en programmamakers bekend als een Monument van Beschaving. De kijker kan zich eindelijk laven aan gesprekken die langer duren dan drie minuten en voor presentatoren en gasten betekent een optreden in deze avondvullende VPRO-show dat hun namen definitief worden bijgeschreven in de annalen van de televisiegeschiedenis. Ze mogen in hun vakgebied hun sporen dan al ruimschoots hebben verdiend, ‘Zomergasten’ is voor hen de kers op de slagroomtaart.

Met dank aan ‘Zomergasten’-redacteur Carine Eijsbouts en eindredacteur Peter van Ingen.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *