Weinig voorspoed in de Voorstraat

Een blonde vrouw verschijnt in beeld en zegt: “Ik heb ADHD en ODD. ODD is opstandigheid. Als iemand ‘nee’zegt, wil ik ‘ja’. Ik heb twee jongens met ook allebei ADHD en ODD. De jongste heeft verder een visuele en verstandelijke beperking. Dan heb ik nog een meisje, een schatje.”

Zo begon enkele weken geleden ‘De Voorstraat’, een VPRO-docuserie van Hans Pool over een straat in Utrecht. Met deel één bleek meteen de toon gezet. We zijn nu vier afleveringen verder, en wat zien we? Werkloosheid, ziekte, drugs- en drankgebruik, eenzaamheid, verdriet en dakloosheid.

Vorige week passeerde een jongen die na twee jaar werken zijn baan had opgezegd vanwege de stress. Daarna een vrouw bij wie een tumor in de long was ontdekt met uitzaaiingen naar de lymfen. Vervolgens een man die drie herseninfarcten achter de rug had. ‘Doe wat met je leven’was de titel. Dat deden ze ook wel. De jongen wilde drie maanden naar Indonesië, maar ging eerst naar Auschwitz. De vrouw doekte haar bruidsatelier op (“ik ben helemaal uitgenaaid”) en de man was gaan schilderen. Aan het eind leken de drie levens op een diepe, onzegbare manier met elkaar verbonden. Dat was prachtig.

Het waren sowieso mooie, indrukwekkende verhalen – en dat geldt voor de complete reeks -, maar het is nauwelijks voorstelbaar dat deze bewoners representatief zijn voor de hele Voorstraat. Heeft de filmploeg in het half jaar dat ze in de buurt bivakkeerde zo weinig mensen kunnen vinden met een gelukkig leven of een leuke baan? Of is voorspoed dramatisch minder interessant dan tegenspoed? Als je de inleidende tekst hoort, lijkt dat wel het geval: ‘Achter de gevels, koesteren de bewoners hun ongeluk of ze leveren een persoonlijke strijd.’

In ‘Rondkomen in de Schilderswijk’(RTL 4) is het menselijk leed eveneens hoog opgestapeld, maar toch breekt daar wat vaker de zon door.  Marian is achter haar bingomolentje in buurthuis De Mussen een ware attractie. In plat Haags neemt ze al draaiend de deelnemers op de hak (“trek je b.h. een beetje op Co, hij zakt af”). Als ik bij RTL 4 iets te zeggen had, zou ik Marian meteen een eigen show geven. Omdat ze zo authentiek is, zoals dat in tv-jargon heet.

Maar niet alles is echt. Soms krijg je de indruk dat er flink is gescript (in scène gezet). Bijvoorbeeld bij Rien (50). Een ‘klein crimineeltje’met een straatverbod, en tijdelijk woonachtig bij zijn moeder. Hij lijkt, voorzichtig uitgedrukt, niet het type dat spontaan raadsvergaderingen bezoekt om te protesteren tegen de PVV. Zeker niet nadat hij zich eerder nogal negatief had uitgelaten over buitenlanders (“we betalen voor hen zeventigduizend euro per persoon, maar voor mij is er geen werk”).

Natuurlijk, dan kan Rien best nog tegen Geert Wilders zijn, maar het is 99 procent zeker dat de makers hem hebben aangespoord om bij de PvdA te gaan klagen over ‘die PVC-rotzooi’(“kunnen die niet oprotten uit Den Haag?”).

Kijk, en dat heb jij bij ‘De Voorstraat’nu nooit, dat vermoeden van enscenering. De jongeren die in de laatste aflevering een illegaal dancefeest organiseerden in het bos, deden dat volledig uit zichzelf. Daarvan ben ik overtuigd. Maar helaas, ook dat feest werd geen succes. De politie maakte er subiet een eind aan.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *