Wat een geluk

Van de week verdween mijn fiets. Zomaar. Binnen vijftien minuten. Het was, achteraf bezien, een groot geluk dat ik niet had willen missen. Het begon allemaal op maandagochtend toen er wat tijd overschoot voor mijn afspraak met de mondhygiëniste. Met een krantje van Bruna nestelde ik me in de Stationshuiskamer. Na een kwartier was het krantje uit, de koffie op, en de fiets foetsie.

Nu kan dat laatste in Rotterdam twee dingen betekenen. Óf er is een dief langs geweest óf  Stadsbeheer. Snelwandelend naar de mondhygiëniste vermoedde ik het laatste. Ik had mijn rijwiel voor die luttele minuten immers gestald op een plek waar dat niet mocht: op de brommer- en scooterparkeerplaats naast CS.

Een blik op internet leerde dat je je eigendom kon terughalen op het zogeheten Fietspunt, helemaal in het oosten van de stad. Je moest dan eerst in een online database je verloren voorwerp opzoeken, het bijbehorende registratienummer noteren, vervolgens een bewijs van eigendom opsnorren, en ten slotte met de hele papierwinkel naar die buitenwijk, waar je twintig euro mocht neertellen om je ingepikte bezit terug te krijgen. Ik dacht: laat dat oude beestje maar, ik koop wel iets nieuws.

De volgende dag beluisterde een vriend het verhaal, en bood spontaan zijn eigen sportfiets te leen aan. Voor zolang als nodig. Een mooi gebaar. Een rijwiel is o zo handig in de binnenstad, en wie weet beviel  deze ‘racer’ wel zo goed dat ik hem zou willen kopen.

Uiteindelijk waren de vele versnellingen en het spitse zadel mij net iets té sportief, waarna een tweedehands rijwielzaak in het vizier kwam. Die alras het decor zou worden van een magistrale flater. “Goedemorgen mevrouw”, groette ik bij binnenkomst. Een vriendelijke blik ontmoette de mijne, gevolgd door een kalm: “Ik ben geen mevrouw.”

Het gelaat met de zachte trekken, het halflange grijze haar, het elegante vest en shawltje hadden deze rijwielnomade volstrekt op het verkeerde been gezet. Slechte ogen, oude bril, met de gedachten elders, de verkoper hoorde de stroom excuses uit het roodgloeiende gezicht tegenover hem minzaam aan. En sprak daarna slechts één zin: “Ik heb in mijn leven veel meegemaakt.”

Nog altijd bedremmeld, maar met een mooie, mosgroene Gazelle van slechts tweehonderd euro aan de hand verliet ik de plaats delict. Wat had de verkoper waardig en bedaard gereageerd.  Helemaal niet beledigd, boos of beschaamd. Alleen maar met een verwijzing naar een, zo te horen, turbulent verlopen leven. Waarschijnlijk wilde de man er meer over kwijt, anders had hij er niet aan gerefereerd. Misschien bij mijn eerstvolgende  lekke band?

Een dag later belde ik de gemeente  om te zeggen dat ze mijn stalen ros mochten houden. “Hij wordt maximaal dertien weken bewaard, en daarna is het een weesfiets”, reageerde de ambtenaar van Buitenruimte. Op internet las ik dat de brik vervolgens in de openbare verkoop zou gaan bij een kringloopwinkel.

’s Avonds overdacht ik hoeveel genade mij met de ‘diefstal’ was toegevallen: een nobele geste van een vriend, een onmiddellijk vergeven blunder, een betaalbare, maar deftige Gazelle in de schuur, en een mooi, nieuw woord in het hoofd: weesfiets. Geen grotere vreugde dan een verdwenen vélo.

Een deftige Gazelle in de schuur en een nieuw woord in het hoofd: weesfiets

https://www.trouw.nl/home/geluk-zit-in-een-gestolen-fiets~a79721a7/

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *