Vruchtbaar gestuntel

Ik stuntel, dus ik ben, is het thema van de Maand van de Filosofie. Een thema dat een redelijk conservatieve mensvisie verraadt. De mens niet meer als wezen dat, mits ingebed in de juiste structuren, een feilloze aarde zou kunnen scheppen, zoals in de jaren zestig beleden, maar als voortmodderend individu in een weerbarstig bestaan.

Een thema ook dat haaks lijkt te staan op de tijdgeest, die weliswaar niet meer streeft naar een volmaakte wereld, maar wel degelijk naar een glansrijk ik. Via sociale media venten mensen louter hun successen uit: geslaagd voor dit, aangenomen bij dat. Tel daarbij op de eisen die politiek Den Haag aan ons stelt – zelfredzaamheid en autonomie – en je weet dat er voor kneusjes geen plaats meer is. Daarom goed om dankzij de Maand van de Filosofie weer in één klap met beide benen op de grond te staan.

Maar kom je ook verder met de constatering dat je een stuntelaar bent, vroeg ik me af. Want al strompelen we voort, vooruit komen wíllen we. Ik moest denken aan het ‘reclamebord’ dat ik vorige week zag bij een gedesillusioneerde bloemist: ‘Koop gerust uw bloemen bij de kruidenier! Wij kopen namelijk ook onze biefstuk bij de schoenmaker!’ In het voorbijgaan vroeg ik de man of hij profijt trok van zijn tijding. Hij reageerde: “Het gaat me in de eerste plaats om bewustwording.”

Een perfect antwoord. Het toont enerzijds de lasten van het koopmansbestaan en anderzijds ons gestuntel als consument. We realiseren ons niet dat deze middenstander door onze onachtzaamheid dreigt vast te lopen in zijn moeizame bestaan! Als je even afziet van het wrokkige van de boodschap, kun je niet anders concluderen dan dat ze mensen ten diepste verenigt in hun falen. Voorwaar, een verbindend thema: ik stuntel, dus ik ben.

Het thema maakt ons, in tegenstelling tot alle gepoch op Facebook, solidair: we zitten in hetzelfde schuitje. Uit dat besef kan weer iets moois voortkomen. Daar slaat het tweede deel van die leus op. Het  ‘ik ben’ straalt, heel anders dan het ‘ik stuntel’, trots uit. Toch horen beide onlosmakelijk bij elkaar: door je gepruts barmhartig te accepteren, kun je uitgroeien tot wie je bent: jezelf.

Vanuit die notie kan de bloemist een bozig bord voor zijn winkel zetten, en de consument erkennen dat hij misschien eens een dubbeltje meer moet neertellen voor een bos bloemen. En wie weet, als de toestroom groot  genoeg is, verlaagt de bloemist wellicht zijn prijzen. Waarop een bord kan volgen met: ‘Ik stunt, dus ik ben!’

Hè, wat fijn toch dat ik dat hele consumentenconflict in dit Klein Verslag heb kunnen oplossen. Ik ben eveneens een stuntelaar – in dit stukje vermoedelijk ook weer -, maar ik heb toch echt het gevoel dat ik besta: bloemverkoper en -koper binnen vijfhonderd woorden nader tot elkaar gebracht. Althans, dat hoop ik.

Want er zijn natuurlijk genoeg problemen waarmee je blijft hannessen. Voor die categorie helpt misschien het inzicht van Franciscus van Assisi: kalm aanvaarden wat je niet kan veranderen, moedig veranderen wat je kan veranderen en in wijsheid het onderscheid tussen die twee weten te maken. Dán kun je, volgens mij, pas echt zeggen: ik ben.

Door barmhartig je gepruts te aanvaarden, kun je uitgroeien tot wie je bent: jezelf

https://www.trouw.nl/samenleving/door-je-gepruts-barmhartig-te-accepteren-kun-je-uitgroeien-tot-wie-je-bent-jezelf~ae8f48bb/

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *