Voetballen tegen Farc

Te midden van de harde actualiteit moet je, meen ik, altijd oog houden voor het goede gebaar. Dus als ik in Rotterdam de gruwelijke realiteit van World Press Photo wil bezoeken, treft mij het aimabele aanbod van de hostess bij de ingang: “Zal ik u naar de lift brengen?”

 

Aangekomen op de derde verdieping van het World  Trade Center, waar de expositie is, vraagt een student van de Fotovakschool of hij me mag rondleiden. Vriendelijk gebaar nummer twee, en dat  al binnen één minuut.

We lopen meteen naar de World Press Photo van het Jaar: een man die tijdens protesten tegen president Maduro van Venezuela vlam vat, en al brandend door de straten van Caracas rent, vastgelegd door Ronaldo Schemidt van Agence France-Presse.  De student, Thomas van Poppel, wijst op een bijzonder detail dat mij is ontgaan: een graffiti-pistool op de muur achter het slachtoffer. “Ziet u: uit de loop komt geen kogel, maar het woord paz, vrede.”

De volgende foto toont een gesluierde vrouw in West-Mosul , die radeloos in de deuropening van haar woning staat. Haar zoon is zojuist omgekomen bij een mortieraanval, waarvan een plasje bloed als stille getuige op de stoep ligt. Achter de moeder neemt een jong kind gelaten de tragedie waar. Een foto van Ivor Prickett voor The New York Times.

Er hangen hier veel foto’s van vrouwen en kinderen als slachtoffer van geweld en onderdrukking. Zoals die van een kleine jongen in de armen van een Iraakse militair. Het kind is vermoedelijk ingezet als menselijk schild in de strijd tussen Iraakse troepen en IS.  Zou het dood zijn, vraag ik me af. “Nee”, weet Thomas, “het leeft nog. Het jongetje is tussen de rondvliegende kogels weggehaald, en daarna door  Iraakse commando’s gewassen en verzorgd.”

Wat zou zo’n drama met een kind doen, vraag ik me af bij deze foto van Prickett. En, zou iedereen in staat zijn tot een dergelijke gruweldaad: een kind inzetten als menselijk schild? Thomas hoopt dat hij in zo’n geval bij het verzet zou gaan. Zijn eerste reflex bij World Press Photo is: beseffen we wel hoe goed we het hier hebben in vergelijking met de rest van de wereld? Inderdaad, als de foto’s geluid konden maken, zouden we één aanhoudende wanhoopskreet horen. Ik moet al rondkijkend denken aan het indringende schilderij ‘De Schreeuw’ van Edvard Munch.

Echter niet bij de foto waar Thomas me vervolgens mee naartoe neemt. Het is een vrolijk exemplaar en zijn favoriete afbeelding op de expositie: geheel geklede islamitische meisjes in Zanzibar leren zwemmen. “De fotografe, Anna Boyiazis, heeft de meisjes twee weken lang geholpen met zwemles om hun vertrouwen te winnen”, vertelt Thomas. “Daarna heeft ze pas haar camera gepakt. Eerst waren de meisjes angstig, maar je ziet hoe ontspannen ze nu kijken. Zwemmen als eerste opstapje naar emancipatie.”

Ik vertel Thomas dat mijn favoriete foto die van Juan D. Arredondo is, waarop voormalige Farc-strijders in Colombia voetballen tegen hun vroegere slachtoffers. Een hoopgevende plaat die bewijst dat conflicten niet eeuwig hoeven voort te duren. Thomas en ik nemen afscheid, en naar buiten wandelend, denk ik:  het kwade is overal aanwezig, maar het goede gelukkig ook.

World Press Photo bewijst óók dat conflicten niet eeuwig hoeven voort te duren

https://www.trouw.nl/cultuur/het-kwade-is-overal-aanwezig-het-goede-ook~afd4cbc6/

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *