Vlees van Luns

Sommige verhalen zijn zo mooi , daar hoef je als journalist weinig meer aan toe te voegen. Je krijgt ze als het ware panklaar opgediend, je enige taak is ze gedienstig uit te serveren aan de lezer. Zo’n moment deed zich zondagmiddag voor toen bij boekhandel Donner in Rotterdam een interviewsessie plaatsgreep vanwege de Boekenweek.

Een van de gasten was Jaap Toorenaar, auteur van ‘Hoe verzinnen ze het?’ over de oorsprong van memorabele reclames. Toen hij eenmaal praatte kon interviewer Marcel Möring achterover leunen. Af en toe  ‘ja’ roepen of ‘oh’ was ruim voldoende. Beeldend blikte de tekstschrijver van bureau ARA terug op de geboorteweeën van ‘Wie is toch die man die op zondag altijd het vlees komt snijden?’

Maar eerst even die legendarische SIRE-reclame zelf. Iedereen kent dat spotje uit 1997 nog wel. In een jaren vijftig-setting zitten drie kinderen aan tafel, met aan het hoofd hun vader. Moeder komt binnen met een plank rollade en vader snijdt het vlees aan. Waarop een van de kinderen hardop denkt: Wie is toch die man, enzovoort. SIRE probeerde op die manier de man meer te betrekken bij zorgtaken in het gezin.

Maar waar kwam de tekst van dat jongetje vandaan? “Het begon zo”, sprak Toorenaar. “Copywriter Barbara Tammes ging op een avond eten bij haar vriendin Marieke. Toen Barbara’s SIRE-opdracht ter sprake kwam, opperde Marieke’s man, art-director Herman Lanfermeijer, de slagzin te gebruiken die we nu, twintig  jaar later, nog allemaal kennen.”

Vervolgens vertelde Toorenaar, zoals in zijn boek, hoe Lanfermeijer op die slogan was gekomen. Die meende dat hij de kreet had opgepikt van zijn schoonvader Hans van Mierlo, die hem op zijn beurt weer zou hebben geleend van Godfried Bomans. “Ik weet niet of Bomans die zin heeft geschreven of hem eens heeft laten vallen tijdens een gesprek met Van Mierlo”, citeert Toorenaar Lanfermeijer in ‘Hoe verzinnen ze het?’ “Het is misschien een gespreksonderwerp geweest over mannen die weinig thuis zijn, zoals zijzelf.”

“Maar”, zei Toorenaar bij Donner, “toen ik bij het Godfried Bomans Genootschap informeerde, zeiden ze dat die uitspraak niet voorkomt in het werk van de schrijver, en waarschijnlijk afkomstig was van Lia Luns, de vrouw van oud-minister van Buitenlandse Zaken Joseph Luns.” Bijna goed, maar nog net niet helemaal. De ware bron ontdekte Toorenaar bij het Genootschap Onze Taal. Het was Luns zelf geweest die de spreuk de wereld in had geholpen, wisten ze daar.

De tekstschrijver van ARA vond de oplossing uiteindelijk in een artikel in Het Vrije Volk van 20 oktober 1983: “Op de vraag hoe zijn gezin reageerde op zijn drukke werkzaamheden als minister van Buitenlandse Zaken antwoordde Luns eens: ‘Och, de kinderen vragen weleens: Moeder, wie is toch die bleke heer die hier op zondag het vlees komt snijden?’”

Hoe de kwestie daarna verder zou zijn gerold richting huize Van Mierlo, vermeldt de historie niet, maar Toorenaars relaas was er niet minder smeuiig om. Toen ik thuisgekomen de SIRE-reclame van twee decennia terug nog eens opzocht, keek ik er toch met heel andere ogen naar: de traditionele KVP-politicus Luns als ‘founding father’ van een campagne voor mannenemancipatie. Wie had dat ooit gedacht?

De traditionele KVP’er Luns als ‘founding father’ van mannenemancipatie, wie had dat ooit gedacht

https://www.trouw.nl/home/de-traditionele-kvp-politicus-joseph-luns-als-founding-father-van-een-campagne-voor-mannenemancipatie~a9283ac2/

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *