Verzet begint niet met grote woorden

Vlak voor Bevrijdingsdag bracht ik een bezoek aan het Verzetsmuseum Zuid-Holland in Gouda. Net op tijd, want het zal niet lang meer duren eer het museum verhuist naar de oude chocoladefabriek. Daar zal het, zo begreep ik aan het loket, in samenwerking met de stadsbibliotheek en het streekarchief, een nieuwe toekomst tegemoet gaan.

Maar nu zit het dus nog aan de Turfkade, al meer dan dertig jaar. Het is een klein, sympathiek museum, dat er vanwege de komende verhuizing misschien wat rommeliger uitziet dan normaal, maar waar de bezoeker bij de entree nog altijd wordt verwelkomd met een prachtig gedicht van Remco Campert: ‘Verzet begint niet met grote woorden, maar met kleine daden (….) , zoals liefde met een blik, een aanraking, iets dat je opvalt in een stem (…). Jezelf een vraag stellen, daarmee begint verzet. En dan die vraag aan een ander stellen.’

Op steenworp afstand liggen in een vitrine een oude schrijfmachine en een illegale Trouw. Een plakkaat meldt dat 327 Goudse joden in de oorlog het leven lieten. Inmiddels hebben 238 van hen  (en niet 116, zoals het museum meldt, want dat is een verouderd getal), op initiatief van de Duitse kunstenaar Gunter Demnig, een Stolperstein gekregen. Dat is een messing gedenkplaat in de stoep van het laatste woonadres vóór deportatie.

Terwijl ik een tekst lees over een interneringskamp voor NSB’ers dat kort na de Bevrijding totstandkwam in de Kaarsenfabriek, lopen twee mannen binnen met een enorm doek. Het blijkt een parachute te zijn uit de Tweede Wereldoorlog. De mannen, vrijwilligers van het museum, vouwen hem behoedzaam op, en zeggen dat de parachute al heel lang in depot lag. “Eigenlijk zou hij een plaatsje moeten krijgen in het museum. We gaan daarover praten met de directie.”

Met behulp van parachutes probeerden de Engelsen na D-Day het Nederlandse verzet aan wapens te helpen. Die zaten verborgen in ronde containers onder de parachute. “Deze is vermoedelijk gedropt in de Krimpenerwaard of Boskoop”, vermoedt vrijwilliger Bert van Puffelen (foto). Hij verzamelt al sinds zijn jongensjaren alles wat met de oorlog te maken heeft, en wijst in het museum precies de wapens aan die met droppings naar beneden kwamen. “Deze stenguns bijvoorbeeld, dit machinegeweer en dat geluidgedempte pistool.”

Een politiepistool blijkt afkomstig van de familie De Korte, een bekende naam uit het Goudse verzet. “Dat soort pistolen werd vaak gestolen van de Duitsers als ze gingen zwemmen. Hun koppels met pistolen bleven dan achter in het kleedhokje, en het verzet wist dat”, legt Van Puffelen (59) uit. “Het studentencorps in mijn woonplaats Delft was in dergelijke acties gespecialiseerd.” Verzetslieden borgen de wapens thuis zorgvuldig op. In het Verzetsmuseum is een Bijbel te zien, die bij 1 Kronieken 28 is uitgehold ten behoeve van een pistool. “Een explosief boek”, glimlacht Van Puffelen.

Twee dagen later staat in de krant dat het Lawaaiprotest tegen de Dodenherdenking niet door zou gaan. De initiatiefnemers die, terecht of niet, vinden dat op 4 mei ook oorlogsmisdadigers worden herdacht – de oud-Indië-strijders – zouden zich nu tijdens de herdenking zwijgend terugtrekken van de Dam. Misschien hebben ze net op tijd Remco Campert gelezen: verzet begint niet met grote woorden.

Misschien hebben de Lawaaidemonstranten net op tijd Remco Campert gelezen

https://www.trouw.nl/samenleving/verzet-begint-niet-met-grote-woorden~ad727405/

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *