Televisie werd voor Karin Kraaykamp een deceptie

Karin Kraaykamp was in 1955 de eerste omroepster van de VARA. Bij gelegenheid van haar dood op 25 juni j.l. hierbij een herpublicatie van een verhaal dat ik over haar schreef in het AD van 28 september 2000. Hilversum schafte toen het verschijnsel omroepster af, en Kraaykamp en collega’s blikten met gemengde gevoelens terug.

Een televisie-tafereel uit de jaren vijftig. VARA-omroepster Karin Kraaykamp zingt zichzelf toe in de speigel: ‘Je moet je als omroepster heel goed verzorgen. Je haar in de krul, je gezicht in de plooi. Van dat perzikenwerk. Bij de fanmail van morgen is vast weer een brief: Oh, wat vind ik u mooi!’

De tekst van het liedje bevindt zich in een van de vele plakboeken die Karin Kraaykamp over haar loopbaan als omroepster heeft bijgehouden. ,,Ach ja, die begintijd”, verzucht Kraaykamp (72) gelukzalig in haar villa in Leimuiden. ,,Natuurlijk, je was het visitekaartje van de omroep, maar daar hield het niet mee op. Als omroepster was je comforting, je bood troost, zoals een verpleegster. Je hoopte dat de mensen een beetje blij zouden worden van de programma’s die je aankondigde.”

Samen met Tanja Koen (NCRV), ‘tante’ Hanny Lips (KRO), Vertie Dixon (VPRO) en Ageeth Scerphuis (AVRO) behoorde Karin Kraaykamp tot de omroepsters van de begintijd van de tv. Op aanbeveling van de moeder van een vriendin werd ze in 1955 aangenomen bij de VARA. ,,Niet dat ik uit een socialistisch nest kom. Mijn ouders waren veeleer vrijzinnig-protestants. Wij luisterden thuis naar dominee Spelberg van de VPRO. Maar de VARA vroeg niet naar mijn afkomst, en ik bemoeide me niet met politiek. Ik denk dat de VARA mij wel beschaafd vond. In die tijd zei je niet, zoals Cindy Pielstroom van Veronica: ‘Ik vind het lekker om mijn haar te verven.’ Mijn ouders vonden het overigens afschuwelijk dat ik bij de tv ging werken. Ze waren bang dat ik in een poel des verderfs zou terechtkomen.”

Maar dat viel reuze mee. Nederland was vijftig jaar geleden heel erg netjes. Zo werd Mies Bouwman ontslagen als omroepster bij de KRO omdat ze iets had met de gescheiden cameraman Leen Timp. Bij de VARA was zelfs het woord ‘zwanger’ taboe. Toch hadden de omroepsters een grote vrijheid, want in die pionierstijd van de televisie moesten ze ‘alles’ zelf bedenken. Kraaykamp: ,,Van enige begeleiding was geen sprake. Je deed alles op gevoel. Je maakte je eigen teksten en leerde die vlak voor de uitzending uit je hoofd. Op de wc, met de deksel dicht.”

Mies Bouwman noemde die minuten het ‘bange kwartiertje’. In haar boek Goedenavond, dames en heren (1956) schrijft ze : ‘Tussen acht uur en kwart over acht ren je als een pseudo-vierdaagse-loper door de studio, alsmaar teksten prevelend tussen de technici die elkaar de laatste moppen vertellen, langs de decorateur die nog snel even een kwast over de nepdeur haalt, voorbij de meneer die je straks moet interviewen en die je zo nodig nog moet vertellen dat zijn dochter zo’n mooi rapport had en dat Zwitserland zo fantastisch is.’

Kraaykamp: ,,Je was een ster. Alle trambestuurders drukten op de bel als ik over straat liep. Ik moest Ter Meulen openen in Rotterdam en daarbij werden kinderwagens omver gelopen. Onsmakelijk gewoon. Of ik genoot van de sterstatus? Ach, je besefte dat je beroemd was, maar vond dat zelf niet zo bijzonder. Alles wat je kunt, vind je van jezelf heel gewoon. Alleen alles wat je niet kunt, vind je bijzonder.”

Mary Schuurman, die in oktober 1966 aantrad als eerste omroepster van de TROS, is juist het volstrekt glamourloze van de baan bijgebleven. ,,Een droomwereld? Welnee. Er gebeurde toch helemaal niets?! Hooguit speelde je tussen de programma’s door een partijtje schaak met een aardige cameraman. Eén keer in de week reed ik naar de Vitus Studio in Bussum om mijn dienstje te doen. In al die jaren zijn in ‘mijn’ zendtijd twee prinsjes geboren, maar dat mocht je dan weer niet aankondigen, want dat was de taak van de NOS. Nou, dan at je maar weer een zak friet en kon je lekker vroeg naar huis.”

Mary Schuurman

Het honorarium: 65 gulden per avond, inclusief kap- en kleedgeld. Schuurman (1942): ,,Dat was zelfs in die tijd al weinig. Ik geloof dat Viola van Emmenes eens actie heeft gevoerd om dat bedrag omhoog te krijgen, maar tevergeefs. Omroepster was een ere-baantje, en dat moest je maar geweldig vinden.”

Maar geweldig was het lang niet altijd. Schuurman, die zich nu voornamelijk bezighoudt met schrijven en vertalen, herrinnert zich dat de linkse pers de TROS beschouwde als een indringer. ,,Met steun van De Telegraaf bedreigde de TROS het oude, verzuilde bestel. Ik fungeerde daarbij als schietschijf. Vooral die Wim Jungman van Het Parool, oei wat een ontzettend zure man was dat. En Jan Blokker. Die noemde mij in de Volkskrant een lachende tulpenbol. Ik dacht: nou, dat is beter dan een huilende ui. Aan de andere kant: ik was me ervan bewust dat ik geen plaatje was. De TROS wilde als brede, volkse omroep, een girl nextdoor-type, iemand die totaal geen glamour uitstraalde. Nou, dan hadden ze aan mij een goeie.”

Een eenzaam beroep ook, in die verzuilde tijd. Kraaykamp: ,,De andere omroepsters kende je niet, je zag hen nóóit. Ik heb hen pas leren kennen toen ik een jaar of twaalf geleden de Gouden Meiden oprichtte, een club van oud-omroepsters, waarbij inmiddels 32 collega’s zijn aangesloten.”

Schuurman: ,,Je had maar twee netten Soms ging je tussen de bedrijven door even buurten bij de omroepster van het andere net, maar nooit te lang, want er kon altijd weer een film breken. Als omroepster hoorde je nergens bij. Ik ben in al die jaren één keer voor een TROS-feestje uitgenodigd, een nieuwjaarsreceptie. Maar dat was alleen maar omdat er een groepsfoto moest worden gemaakt van alle medewerkers.”

Ook de laatste omroepster, Jerusha Geelhoed, voelde zich bij de TROS altijd buitengesloten. ,,Er werd op je neergekeken. Ivo Niehe bijvoorbeeld heeft zich zelfs nooit aan mij voorgesteld, terwijl ik toch ruim drie jaar bij de TROS heb gewerkt. Eén keer moest hij wel wat tegen mij zeggen, omdat we samen bij de garderobe stonden te wachten. Een beetje neerbuigend zei hij: ‘Zo, vind je het leuk bij de TROS?’ Bah, wat een nare man.”

Toch heeft de 35-jarige Geelhoed, actrice van professie, ook plezierige herinneringen. ,,Vooral als ik een programma mocht presenteren, zoals Puur natuur, voelde ik mij in mijn element. Ik vind het wel jammer dat de TROS niet bereid is gebleken mij in het presentatievak te laten doorgroeien. Ik hoop op dat vlak ooit iets te gaan doen, bijvoorbeeld bij de NPS op de VPRO, want dat zijn omroepen waar ik graag naar kijk. Waarom ik dan bij de TROS ben gaan werken? Wel, ik kreeg die kans, en als ik het een dag niet naar mijn zin had, dacht ik: ach, de TROS maakt ook Kunst…omdat het moet. Daar doe ik het allemaal voor.”

Ook Mary Schuurman zegt niet verbitterd terug te kijken op haar carrière, die de TROS rond 1977 abrupt beëindigde. ,,Welnee, ik moest om al die rare voorvallen en toestanden ontzettend lachen, zo geestig allemaal. Ook zo Hollands om iemands kop af te hakken als die boven het maaiveld uitsteekt.”

Serieus: ,,Het was niet alleen maar ellende. Je kon zelf iets maken van die baan. Zo heb ik een keer de halve schoolklas van mijn dochter voor de camera gehaald, en World Wild Life gepresenteerd met een aap op schoot, die wild uithaalde naar de zwenkmicrofoon.”

Tuttig en achterhaald, zo omschrijven de huidige bazen van Hilversum dat soort taferelen. De Raad van Bestuur van de NOS en de netcoördinatoren zijn blij dat het verschijnsel omroepster met ingang van  dit seizoen kan worden bijgezet in het Omroepmuseum. De VPRO hield al jaren geleden op met omroepsters, in 1992 volgden de AVRO, KRO en NCRV vanwege de samenwerking op Nederland 1. De VARA stopte een jaar later bij de verhuizing naar Nederland 3. De EO ging nog door tot 1996 en de TROS sloot de rij deze maand.

Voelt de laatste omroepster van het publieke bestel – het commerciële Veronica gaat gewoon door met omroepsters – zich een historisch monument? Geelhoed: ,,Nee. Er zijn zoveel netten die met extremiteiten kijkers proberen te trekken dat ik waarschijnlijk niet eens ben opgevallen. Ik heb altijd geprobeerd me beschaafd en niet al te sexy te presenteren. Dan word je tegenwoordig al snel saai gevonden. Ik vermoed dat men mij snel is vergeten.”

Jerusha Geelhoed

Ze denkt dat omroepsters nog steeds een functie kunnen  vervullen. ,,Niet per omroep, want ze hebben tegenwoordig geen vast net meer, maar wel per zender: Nederland 1, 2 en 3.” Karin Kraaykamp, die na de omroep haar brood verdiende met onder meer een felicitatiedienst, is zich ervan bewust dat door de zapcultuur de omroepster overbodig is geworden, maar ze vind het wel jammer. ,,in deze koude rottijd is voor veel oude of eenzame mensen de omroepster de enige die nog eens iets liefs zegt.”

De meerderheid van de kijkers is het met haar eens. Uit een peiling in augustus bleek dat 53 procent het vertrek van de laatste omroepster betreurt (in 1975 wilde overigens nog meer dan tachtig procent de omroepster handhaven, zo bleek uit een enquête van de NOS in dat jaar).

Het hoogtepunt van haar VARA-loopbaan, waaraan in 1961 een einde kwam, vindt Kraaykamp nog altijd de eerste Eurovisie-uitzending, ,,Ik heb toen de hoop uitgesproken dat Eurovisie het begrip en de vriendschap tussen de volkeren zou bevorderen.  Ik heb me later wel eens geschaamd voor die uitspraak, want wat hebben we in de jaren erna gezien? Stomme spelletjes, grove taal, seks. En dat avond aan avond. Er is nog maar weinig moois op de televisie. Ik ben niet bitter, maar wel teleurgesteld over hoe de tv is verworden. Het had zo mooi kunnen zijn.”

Maar soms is Karin Kraaykamp weer even terug in die goede, oude begintijd van de televisie, toen ze jong en knap haar neus poederde in de VARA-spiegel. ,,Als ik door het dorp loop, kom ik soms boeren op de fiets tegen die ik niet ken. ‘Hoi Karin!’, roepen ze me dan toe. Dat vind ik zo schattig. Dan kan ik wel huilen.”

Kraaykamp: ‘De tv is verworden: stomme spelletjes, grove taal, seks’

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *