Treinpijn

Per fiets op weg naar Rotterdam CS werd ik kortgeleden van achteren aangereden door een bakfiets-burger. De schade viel gelukkig mee, maar ik was wel geschrokken. “Ach”, legde de jongen uit, “toen jij stopte voor overstekende voetgangers, keek ik net naar links. Vandaar.” Binnen tien seconden worden geschept én getutoyeerd, ik wist niet wat ik erger vond. En toen moest de treinreis nog beginnen.

Ja, de trein is niet meer wat-ie geweest is. Zoals publieke instellingen is ook de publieke ruimte geprivatiseerd, waardoor er geen algemeen ordenend principe meer geldt. Coupés zijn verworden tot huiskamers waar iedereen doet en laat wat-ie wil. De één zit zo breeduit dat je er niet naast kunt, de ander gooit vrije plaatsen vol met boodschappen, de derde belt luid over mislukte relaties, mislukte seks en mislukte sollicitaties, de vierde informeert of er nog genoeg voer is voor de kat. Kijk, dat is vet, conversaties over kattenvoer. Die mogen wat mij betreft van  Groningen tot Maastricht voortduren. Kedeng kedeng oe oe!

Maar voor de rest… Een paar jaar geleden was een reizigster tegenover me op zo’n schelle toon aan het roddelen dat ik de coupé verliet. Waarop zij in haar mobiel krijste: “D’r gaat hier een vent weg! Mooi, dan heb ik meer ruimte.” Sindsdien trek ik me wat tactischer terug. Wanneer de nood aan de man is, wacht ik tot het volgende station, pak mijn jas en tas, en doe net of ik moet uitstappen. Maar ondertussen verkas ik stiekem naar een hopelijk rustiger stiltecoupé. Ik vind dat ronduit geraffineerd!

Maar assertief is het niet. Terwijl dat ter verdediging van onze vrijheid toch echt mag, betoogt de Duitse auteur Dietmar Bittrich in zijn laatste boek Müssen wir da auch noch hin? Leg, zoals filosoof wijlen Ernst Bloch, een wandelstok op de zitplaats naast je, strek je been stram voor je uit, zodat niemand er langs kan, en snuit, wanneer nieuwe reizigers passeren, ten overvloede heel krachtig je neus. Met afschrikkingsmethoden als deze houden we de medemens wel op afstand, schrijft Bittrich in een voorpublicatie in Welt am Sonntag.

Wat volgens de auteur ook helpt is opzichtig een smoezelig linnen tasje bij je dragen, het liefst met opdruk van een drankenconcern. Of een mondkapje ombinden en je pontificaal verdiepen in een blad over multiresistente virussen. Ben je met zijn tweeën dan kun je zodra de wagondeur opengaat een luidruchtige ruzie beginnen. Zelf zet Bittrich in de trein zijn bril weleens scheef op de neus, daarbij hardop brabbelend in zichzelf.

Geestig, en stukken dapperder dan wat ik zelf doe: uitwijken naar een andere coupé. Maar ook Bittrichs ironisch bedoelde adviezen zijn geen oplossing. In feite gedraag je je dan net zo hufterig als de hinderlijke mede-passagier die je wilt weren. Misschien is er een gulden middenweg tussen vluchten en afschrikken. Bijvoorbeeld: op lange afstanden de overlast beperken door af te spreken wat wel en niet kan: kwartiertje bellen, half uur rust, tien minuten harde muziek, drie kwartier stilte. Kortom, een huiskamergesprek om doorgeschoten individualisme aan banden te leggen.

En terwijl ik bovenstaande tik denk ik:  het is vermoedelijk onbegonnen werk. Dan rest er nog maar één oplossing: een eersteklas auto.

Coupés zijn verworden tot huiskamers waar iedereen doet en laat wat-ie wil

https://www.trouw.nl/home/hoe-overleef-ik-een-treinreis-praktische-tips-tegen-treinpijn~a2e38fdc/

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *