Theoloog in financiën

Hij wilde priester worden, het werd bankier. Maar als directeur van Oikocredit Nederland weet Eric Holterhues het pastorale aardig met het financiële te verbinden. “Leningen moeten een invloed ten goede hebben.”

 

Het is slechts een klein bordje op een groot kantoorgebouw aan de Arthur van Schendelstraat in Utrecht: Oikocredit. Toch gaat achter die bescheiden aanduiding de Nederlandse tak van ’s werelds grootste particuliere verstrekker van microkredieten schuil. Oikocredit, in 1975 opgericht door de Wereldraad van Kerken, had in 2016 941 miljoen euro aan kapitaal uitstaan. Via zo’n achthonderd lokale partnerorganisaties is Oikocredit op dit moment  actief in zeventig ontwikkelinglanden.

Het gaat daarbij veelal om beginnende ondernemers die bij een reguliere bank geen krediet kunnen krijgen. Met niet al te grote leningen – vijftig tot vijfhonderd euro is vaak al voldoende, vandaar de benaming microkrediet – kunnen inwoners van ontwikkelingslanden dankzij Oikocredit een eigen bedrijf opzetten of doorgroeien naar een volgende fase .

In Nederland is sinds mei vorig jaar Eric Holterhues directeur van Oikocredit, een Griekse-Latijnse samentrekking van de woorden krediet en toevertrouwen. De 45-jarige Rotterdammer kwam via enige omwegen in de financiële wereld terecht.

Opgegroeid in een liberaal-katholiek milieu in Rotterdam-Zuidwijk begon hij aan een studie theologie om priester te worden. “Een heroïsch doel: je leven geven voor God en de mensen”, zegt Holterhues. Maar  een verblijf in Kenia maakte aan die roeping een einde. “Ik was daar voor mijn studie , en op een avond belde een zuster aan, een Ierse non. Ze zei: ‘Ik ben gestrand met de auto. Kan ik vannacht hier blijven slapen?’ Ik was diep onder de indruk van hoe ze zich inzette voor zieken- en armenzorg, maar wist tegelijkertijd: ik zou het niet kunnen, het zou voor mij een te groot offer zijn.”

Dus het was niet vanwege het celibaat dat u het priesterschap vaarwel zegde?

“Nee, niet eens. Als je het wilt relateren aan de kerk, was het meer het besef dat die aan de rand van de samenleving was terecht gekomen, terwijl ik juist middenin de maatschappij wilde staan. ‘Ik ben er óók nog’, dat idee.”

Uw roeping werd vervolgens het bankwezen. Hoe kwam dat?

“Naast theologie deed ik een vak geldkrediet en bankwezen, en ik ontdekte hoe mooi ik het zou vinden om mensen met een lening te helpen bij het waarmaken van hun ambities. Ik begon bij  Triodos, een ideële bank die zich inspant voor de financiering van culturele, maatschappelijk verantwoorde en duurzame projecten. Maar toen het directeurschap van Oikocredit Nederland vrijkwam, bloeide mijn oude liefde voor de ontwikkelingslanden weer op. Waar we overigens niet alleen ondernemers financieren, maar ook landbouwcoöperaties en duurzame energieprojecten.  Ik hoop in deze baan de naamsbekendheid van Oikocredit te vergroten en meer jongeren aan te trekken. Onze achterban is redelijk vergrijsd.”

Zou het niet superchristelijk zijn om het geld gewoon weg te geven in plaats van het tegen rente uit te lenen?

“Het is én én. Via NGO’s en overheden kunnen we bijdragen aan noodhulp om niet;  via Oikocredit stimuleren we ondernemerschap. Vergis je niet, het maakt mensen op een goede manier trots, wanneer ze minder afhankelijk worden van geefgeld. Als je vraagt wat mijn talent is, is het denk ik: het verbinden van uitersten. In dit geval: geld inzetten voor een ideaal.  Voor mijn afstudeerfeestje koos ik een tekst van Freek de Jonge: ‘Ik voel me altijd heen en weer geslingerd tussen het klooster en Las Vegas. Ik weet dat het ’t klooster is, maar in Las Vegas vind ik het.’ Zo werkt het bij mij ook. Als ik te veel in het hier en nu leef, word ik kriebelig. Maar dat gebeurt ook wanneer ik me uitsluitend zou bezighouden met spiritualiteit.”

U bezoekt wel elke ochtend de mis bij u om de hoek?

“Ja, dat is mijn yoga, zeg ik wel eens. Het is een klein, vast clubje, dat zich laaft aan de oude verhalen die onze cultuur hebben gevormd. Er zit een ICT’er bij en een oud-KPN’er. De laatste gaat vóór de mis eerst nog zwemmen en erna bespeelt hij het orgel.”

Wanneer is het geloof bij u ontwaakt?

“Thuis gingen we niet veel naar de kerk, maar op de protestantse kleuterschool was ik al geboeid door de verhalen uit de kinderbijbel. En ik had een tante Truus – zuster Agnes – die diepe indruk op mij maakte. Haar hele leven gaf ze aan de gezinszorg.  Als leerling van het Sint Montfoort College in Rotterdam had ik meteen een klik met de priester en zusters die er les gaven. Wat die klik inhield? Dat er meer moest zijn dan louter het waarneembare. Noem het God, Hij die mij ziet, kent en bemint, een dragend principe. Waar het uiteindelijk in het leven om gaat kun je niet in woorden vatten. Dat zit in rituelen, in beleving. Ik was vorige week in Dubai, waar elk weekend 27 missen worden gehouden voor de vele expats uit Europa, Afrika en Zuid-Amerika. Al die nationaliteiten komen samen op een plek die generaties, rangen en standen verbindt, en waar, zoals in elke kerk, leven is begroet en uitgeleid.  Samen zingen en bidden, samen danken en stil zijn. Dat is ontroerend, en het relativeert het hier en nu. Met de secularisatie is helaas veel verloren gegaan. Kerkgang is koopzondag geworden.”

Hoe inspireert de christelijke traditie u als bankier?

“Oh, op allerlei manieren. Allereerst bevraagt die traditie mij waartoe ik op aarde ben. Wat mezelf betreft zeg ik: om mijn talenten te benutten. En wat de financiële sector aangaat is het antwoord, naar mijn visie, eigenlijk precies hetzelfde: om te dienen. De sector blaast zichzelf op tot enorme proporties, maar in de kern is een bank niet meer dan een intermediair tussen mensen met te veel  en mensen met te weinig geld. Voor mij komt er dan nog bij dat die leningen een invloed ten goede moeten hebben. Of ik bij ABNAMRO zou kunnen werken? Als ze projecten hebben die ergens over gaan, zou het mogelijk zijn. Maar mijn plek is Oikocredit.”

U laat zich ook inspireren door Ignatius van Loyola?

“Ignatiaanse spiritualiteit gaat over God de hoogste eer geven. Mijn vertaling daarvan luidt: God zoeken en dienen in kerk en wereld. Kijk, de christelijke traditie is in feite heel aards. Door brood en wijn wordt God werkelijk present gesteld. Kan het gewoner? God wordt je in de eucharistie bijna terloops aangereikt. God is in de kribbe mens geworden, zo klein en dichtbij is Hij. Dat betekent dat Hij overal is te vinden, in het werk en in andere mensen. Een andere belangrijke inspiratie van Ignatius is de onderscheiding der geesten. Als ik een beslissing neem is die dan verbindend tussen hoofd en hart en een aanzet tot het goede? Of is er een scheiding tussen hoofd en hart, waarmee je beslissing tot verwarring en chaos kan leiden.”

Is paus Franciscus een inspirator voor u?

“Zeker. Er is in de bancaire sector heel veel mis gegaan, en dat heeft tot veel nieuwe regelgeving geleid, die op haar beurt weer nieuwe regels zal uitlokken. Maar de paus vraagt zich in zijn encycliek Laudato Si af of regels alleen zaligmakend zijn. Het gaat hem om de moraal: waartoe zijn wij op aarde? Paus Benedictus zegt in Caritas in Veritate precies hetzelfde: de financiële sector is er niet voor zichzelf, maar om de mensheid te dienen.”

De belangrijkste nieuwe regels sinds de bankencrisis van 2008 zijn: hogere buffers, een bonusplafond, een bankierseed en strengere hypotheekeisen. Volgens Joris Luyendijk is dat onvoldoende om een nieuwe crash te voorkomen.

“Ik denk dat er, naast regelgeving, ook een bekering van het hart nodig is, namelijk het besef dat je werkt met geld van mensen die er hard voor hebben geploeterd. Zie je dat niet in, dan ligt een volgende bankencrisis inderdaad op de loer. Bij Oikocredit hebben we geen bonussen, dat past niet bij onze doelstelling. Maar bij systeembanken ben ik er niet per se op tegen, tenzij de bonus werkt als een perverse prikkel  om klanten ondeugdelijke producten te verkopen. Wat dat betreft is de bankierseed een stap in de goede richting: de bankier zweert of belooft dat hij zulke producten niet meer aan de man zal proberen te brengen.”

Wat is uw salaris?

“Dat houd ik graag privé, maar maakt u zich geen zorgen: ik word betaald volgens de CAO van de Protestanste Kerk in Nederland. Jazeker, ik bevind mij ver onder de Balkenendenorm. Ik ben tevreden met mijn loon, maar belangrijker vind ik onze projecten. Het succesverhaal bijvoorbeeld van Cordelia in Nigeria, die met een microkrediet een tassenvoorraad kon kopen, waarmee ze nu een winkeltje drijft. Die lening heeft Cordelia’s leven en dat van haar kinderen ingrijpend verbeterd. De kinderen gaan nu naar school en krijgen voldoende en gezond eten. Bovendien is er geld voor kleding en kan de huur worden betaald. Zulke successen zijn van groot belang om de naamsbekendheid van Oikocredit te vergroten. De beleggers in ons fonds, zowel particulieren als institutionele beleggers,  moeten weten dat ze met hun financiële inzet het verschil kunnen maken.”

Uw ING-collega Ralph Hamers zou pas een loonsverhoging krijgen van vijftig procent, waarmee zijn salaris op ruim drie miljoen euro per jaar zou uitkomen. Het voorstel is ingetrokken, maar zegt het op zich al niet iets over hoe slecht banken aanvoelen wat er in de maatschappij leeft?

“Het ligt wel iets genuanceerder. Er is veel grijs gebied. Onder klanten, bijvoorbeeld van Icesafe, heerste ook heel veel greed: het hoogste rendement tegen het laagste risico. Een burger heeft, net als banken, een verantwoordelijkheid voor zijn financiële keuzes, vind ik. Hij is meer dan consument, want dat is te schraal. Over ING ga ik niet zeggen: zij zijn fout en ik ben goed. Het is een wedstrijdje ver plassen, dat wel, en persoonlijk vraag ik me af: wat maakt het uit tweeënhalf of drie miljoen?  Maar goed, een beetje armoedige discussie, waarvan wel weer het fascinerende is: kijkt ING niet te veel naar de eigen navel in plaats van naar de dienende rol die een bank heeft te vervullen?

Oud-premier Balkenende heeft als lid van de Raad van Commissarissen voor het nieuwe salaris van Hamers gestemd. Gaat dat niet in tegen zijn eigen Balkenendenorm?

“Die norm geldt voor de publieke sector, en niet voor de bank. Wel is het raar dat de topman van de ING vele malen meer verdient dan premier Rutte. De minister-president heeft toch heel wat grotere verantwoordelijkheden.”

Volgens Marx worden in het kapitalisme winsten geprivatiseerd en verliezen gesocialiseerd. Je hoeft geen marxist te zijn om dat te onderschrijven en de onrechtvaardigheid daarvan te beamen. Kijk naar ING: de belastingbetaler heeft de bank overeind gehouden, maar nu er weer winst wordt gemaakt ziet hij daar niets  van terug.

“Een goeie kwestie die Marx aansnijdt, maar ik heb er niet meteen een antwoord op. Het is wel zo dat als het beter gaat met banken de hele samenleving daarvan profiteert. Dat erover wordt gedacht om voortaan eerst de aandeelhouders aan te spreken wanneer een bank wankelt en daarna pas de belastingbetaler lijkt mij een goede zaak. Er is echt wel een ontwikkeling ten goede gaande in de bancaire sector. Men werkt aan duurzaamheid en gedragsverandering. Bij de jongere generatie, vooral millennials, zie ik zelfs heel positieve veranderingen. Ze zijn niet met de kerk opgegroeid, maar zoeken wel naar zingeving, ook in het werk. Het zou goed zijn als, op haar beurt, de kerk weer wat meer de maatschappij een spiegel zou voorhouden onder het motto: verder kijken dan je neus lang is. De kerk is nu te veel met het behoud van de eigen organisatie bezig.”

‘De sector blaast zich op tot enorme proporties, maar kin de kern is een bank niet meer dan een intermediair’

http://www.volzin.nu/magazine/eerdere-nummers/item/421539-volzin-2018-nummer-5

 

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *