Schemeren met Knausgård

Het  mooiste boek dat ik in de donkere wintermaanden las, was  ‘Liefde’ van Karl Ove Knausgård. Eerder al had ik me in ‘Vader’ verdiept, en die eerste kennismaking was niet minder dan een literaire overweldiging. Hoe Knausgård, een Noor woonachtig in Zweden, daarin beschrijft hoe hij het huis van zijn overleden vader opruimt, zo indringend en minutieus, pagina’s lang. En nooit gaat het vervelen, hij trekt je à la Toergenjev direct het verhaal in. Dat kan alleen een groot en begenadigd auteur, denk ik.

Ook ‘Liefde’ handelt grotendeels over Knausgårds dagelijkse leven: afwassen, ruziën met zijn vrouw Linda, spelen met zijn dochtertje Vanja, vreselijk dronken worden.  Met dit verschil dat Knausgård een beroemd auteur is, en hij ons ook een inkijkje gunt in hoe moeizaam het schrijfproces hem vergaat , en hoe vreselijk hij opziet tegen interviews. Of  uiteenzet hoe we Dostojevski moeten begrijpen (Knausgårds werk bevat tevens halve boekrecensies). Of klaagt dat de laatste roman van de Amerikaanse auteur Don DeLillo zo verschrikkelijk was. Waarna Knausgård moeiteloos overschakelt op hoe hij die avond een kipsalade klaarmaakt.

Het is een opeenvolging van waargebeurde voorvallen, compromisloos beschreven, zonder verbindend thema, zo voelt het. Bij andere autobiografische schrijvers heb je wel eens het idee dat hun gestileerde relaas ergens naartoe gaat, maar bij Knausgård lijkt op het eerste gezicht sprake van een willekeurige aaneenrijging. Wel herkenbaar. Geen enkel leven kent immers een hiërarchie in gebeurtenissen: je bent aan het koken en krijgt een telefoontje dat je tante is gestorven.

Zo ontdekt Knausgård dat zijn schoonmoeder Ingrid stiekem drinkt, terwijl ze op Vanja past. Maar ook dit voorval verdwijnt weer even snel als het opdoemt. Ingrids drankgedrag wordt netjes uitgepraat, en dat is het. Dat heeft iets bemoedigends. Conflicten en tegenslagen hoeven niet eeuwig als een schaduw over je leven blijven hangen. Ze zijn niet altijd oplosbaar, maar, destilleer ik uit Knausgård, laten we ons neerleggen bij het menselijk onvermogen, en opnieuw beginnen. “Hun hel is jouw hel”, schrijft hij empathisch. Maar ook: “Hun hemel is jouw hemel.”

En zo ontdek je dat er wel degelijk een thema is . Het is de liefdevolle wijze waarop Knausgård het leven beschouwt. De aandacht waarmee hij elke (kleine) gebeurtenis beleeft en er daarmee diepgang en betekenis aan geeft. Het is van een bijna benedictijnse schoonheid. Zoals met die kipsalade:  “Thuis maakte ik een salade met kip klaar, ik sneed brood en dekte de tafel en dat alles terwijl Vanja op de grond met een houten hamertje op houten balletjes zat te slaan die dan door een gat in een houten raam vielen en langs een gleuf naar beneden op de grond rolden.”

Niet voor niets draagt dit boek de titel ‘Liefde’. Hoezeer Knausgård het leven en intermenselijk contact ook als een opgave ervaart, hoe graag hij zijn somberheid ook verdrijft met nachtelijke drankgelagen, of zich compleet afzondert van de boze buitenwereld, als het eropaan komt vergeeft de schrijver zichzelf en anderen alles.

In  de schemer van december heb ik me met hart en ziel overgeleverd aan dit fantastische boek, dat  gloomy is als Scandinavië en tegelijk troostend als een gebed. ’s Avonds op de bank, ver weg van het stadsgewoel.

Knausgård is gloomy als Scandinavië en tegelijk troostend als een gebed

https://www.trouw.nl/cultuur/in-het-schemer-van-december-overgeleverd-knausgard~a1204398/

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *