Saddam gaat naar Hollywood

Op RTL Z was een hilarische documentaire te zien over de Hollywood-aspiraties van Saddam Hoessein. Die wilde zijn dictatorshart verblijden met een epische film over de geboorte van Irak in de jaren twintig. En die roem zou natuurlijk volledig moeten afstralen op hemzelf. Omdat niemand naar RTL Z kijkt, doe ik hier graag verslag.

Geheel tegen de wetten van Hollywood zal ik meteen de ‘plot’ verraden: de film werd een complete deconfiture. Het begon al met het aantrekken van Oliver Reed, die samen met Helen Ryan de hoofdrol zou spelen. Reed was tegen die tijd, 1981, al flink op z’n retour. Drankzuchtig huppelde hij in z’n blote bibs over de Britse beeldbuis. In Irak zette hij die reputatie voort. Als enige zat Reed in het vliegtuig naar Bagdad eerste klas, waar hij zich dood verveelde. Dus nodigde hij de hele crew uit voor een drankje. Het werd een wild feest daar in de ijle lucht, met Wein, Weib und Gesang.

Totdat plotseling de gordijntjes dicht moesten. Ryan: “Een van de acteurs zei: ‘hé, een straaljager.’ We zaten midden in de oorlog Irak-Iran.” De opnamen werden een chaos. Er was geen script en geen planning. Bommen vlogen de crew om de oren.

Op last van Hoessein, die zich persoonlijk met de film bemoeide, werden naast de honderd Britse acteurs talloze Irakezen ingehuurd voor bijrollen en techniek. Maar die bleven na een paar dagen weg. Producent Lateif Jorephani: “Ze moesten vechten.”

Enfin, het werden lange, warme dagen daar aan het hotelzwembad. Waar Reed ’s ochtends om acht uur al verscheen met een enorme kom sangria. Om elf uur gevolgd door cocktails en om twaalf uur champagne. Actrice Virginia Denham: “Hij was een massavernietigingswapen.” Ondertussen zat Reeds 17-jarige vriendin Josephine op haar hotelkamertje te blokken op ‘The Canterbury Tales’ vanwege haar schoolexamen.

Ongenadig bracht de Channel 4-docu de mislukking in beeld. Aan de zwembadrand kreeg Reed spoedig gezelschap van stuntman Vic Armstrong, die eveneens niets te doen had. Ingehuurd om een leger paarden op de kop te tikken – maar die zaten ook allemaal aan het front – besloot Armstrong na vier maanden wachten te vluchten. Stiekem met een nachtelijke taxi van Bagdad naar Koeweit.

Reed zelf zit niet in de documentaire, want die is in 1999 overleden. Maar tal van zijn collega’s wel, en die blikken terug op die typisch droogkomisch-Britse wijze. Zo vertelt Jorephani met pretogen: “In de slotscène moesten we een trein aanvallen met enorme explosies en honderden figuranten. Maar een Iraakse commandant dacht dat wij Iraniërs waren en richtte zijn kanonnen op ons. De volgende dag meldde de Iraanse pers: ons glorieuze leger heeft een Iraakse trein met munitie opgeblazen.”

Op onnavolgbare wijze was na negen maanden toch nog een soort film tot stand gekomen: ‘Clash of loyalties’. In 1984 werd hij vertoond op het Filmfestival Londen, en daar bleef het zo’n beetje bij. Zo blijkt, dictators moeten geen films maken over zichzelf. Dat kunnen ze beter aan anderen overlaten. Aan Charlie Chaplin bijvoorbeeld met zijn Hitlersatire ‘The great dictator’. Hoessein zelf schijnt het overigens wel een goeie film te hebben gevonden. De crew beloonde hij met een lelijk gouden horloge met zijn afbeelding.

De Hollywoodfilm van Saddam Hoessein werd een complete mislukking

https://www.trouw.nl/home/de-hollywoodfilm-van-saddam-hoessein-werd-een-complete-mislukking~a35027d4/

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *