Rugbysport en seks hebben veel gemeen

Armpje drukken tot slot: 1-0 voor Simone van Saarloos.
Armpje drukken tot slot: 1-0 voor Simone van Saarloos.

De jongste Zomergast ooit, zo werd Simone van Saarloos (25) aangekondigd. Slim, want jong trekt kijkers. En als je haar, zoals ik, niet kent ben je bovendien nieuwsgierig of zo’n jeugdige gast zich drie uur staande weet te houden.

De filosofe en NRC Next-columniste startte spectaculair. ‘Headshot’, geënt op Andy Warhols ‘Blow job’, toonde ons een fellatio-scène, waarbij alleen het gezicht van de jongen in beeld kwam. Van Saarloos vond het ‘geil’, maar was vooral geïntrigeerd door het ongemak. “De jongen zegt dat hij niet weet wat er gaat gebeuren, maar weet dat natuurlijk wel. En toch ook weer niet, want in de vrije ruimte van de intimiteit regeert het ongewisse.”

Een sterk begin. Goed uitgekiend ook, want die vrije ruimte bleek een rood draadje in Van Saarloos’ filosofie. Het kwam terug bij haar analyse van de rugbysport. Rugby is als seks: je gaat met elkaar een contract aan met regels, maar binnen die regels kan telkens iets nieuws gebeuren. Zelf speelt Van Saarloos geen rugby meer. Ze is geblesseerd geraakt en ‘hoopt op een 3D-knie’. Wat ze mist is het gevoel slechts een lichaam te zijn.

Hier ontstond een koppeling naar Hannah Arendt, bij wie alleen de geest telt. Ahrendt, in wie Van Saarloos zich heeft gespecialiseerd, zagen we direct na ‘Headshot’: “Het gaat mij niet om het effect van mijn werk. Ik wil begrijpen.” De joodse filosofe werd in de uitzending een voortdurend referentiepunt. Bijvoorbeeld bij ‘Kill Bill’, een uiterst gewelddadige film van Tarantino. “Ik schaam me ervoor dat ik het lekker vind om vergelding te zien”, bekende Van Saarloos. Er direct aan toevoegend: “Hoe zit het dan met de vergeving van Ahrendt?”De Zomergaste kwam er niet helemaal uit, al pleitte ze wel voor een ander strafsysteem, waarin niet schuld maar schaamte centraal zou staan.

Het gebeurde vaker dat Van Saarloos strandde in haar redeneringen. Dat kwam mede door gastheer Wilfried de Jong, die ditmaal scherp en alert was. Al gaf de filosofe zich af en toe wel te snel gewonnen. Zoals in haar pleidooi voor meer vrouwelijke regisseurs (‘nou ja, mannen kunnen ‘t ook wel op die manier’) en bij haar kritiek op columnisten als Remco Campert, die te weinig naar buiten zouden trekken. “Maar je kunt toch zelfs vanuit de gevangenis geëngageerd schrijven?”, wierp De Jong tegen. Daar had Van Saarloos weinig op te zeggen. Naar buiten kijken of naar binnen, werd wel een weerkerend thema.

Met de lijn in het gesprek was niets mis, en dat Van Saarloos er zo nu en dan niet helemaal uitkwam, ach, dat hoort eigenlijk ook wel bij een wijsgeer. We zagen een jonge vrouw, die bij ons opriep wat we soms deepdown misschien al wisten, maar wat nog wel wakker moest worden gekust, zoals de verdwijning van dieren (b.v. paard en wagen) uit de publieke ruimte. Wat doet dat met ons? Een vrouw die ons, zoals beloofd, meer vragen dan antwoorden gaf, en daarbij à la Montaigne veeleer op zoek leek naar een filosofie over het zelf dan over de samenleving. Ze gaf zichzelf bloot als een sceptica ten opzichte van monogamie, zonder te vervallen in een oproep tot hedonisme.

En ze stelde voor de avond af te sluiten met een wedstrijdje armpje drukken. Dát won ze glansrijk van haar gastheer.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *