Rotterdam, die hippe stad

Rotterdam is zo ontzettend hip, roept iedereen. Maar vindt de echte Rotterdammer dat ook?
Centraal Station
Centraal Station

Rotterdam de hipste stad, je hoort het links en rechts. Lonely Planet verkoos de havenstad vorig jaar als een van de tien plaatsen in de wereld die je moest bezoeken. Twee jaar eerder bliezen The New York Times en Rough Guide de loftrompet over de Maasstedelijke architectuur, cultuur en restaurants.

Bij de VVV zijn ze zielsblij met die gratis promotie. In de zomermaanden komen toeristen uit de hele wereld met duizenden tegelijk. “Sinds een jaar of drie, vier is het hier een gekkenhuis ”, zegt de VVV-lokettist. “Bezoekers willen niet alleen meer de eerste stad van het land zien, Amsterdam, maar ook de tweede. Dat is nieuw.“ Dat de VVV is verplaatst naar de hal van het nieuwe Centraal Station heeft die aanzuigende werking nog versterkt.

Als je zelf in Rotterdam woont, zoals schrijver dezes, zie je die hippigheid misschien minder goed, maar laten we niet al te blasé doen en proberen te kijken met nieuwe ogen. De VVV-man komt ons daarbij goed te hulp. Enthousiast stipt hij met groene stift de hippe must sees aan op de VVV-wandelkaart.

We stappen het veelbejubelde station uit (‘de haaienbek’ op z’n Rotterdams) en wandelen naar de luchtsingel aan de Schiekade, een 390 meter lange voetgangersbrug tussen Centrum en Noord, die het vroeger zo bruisende Hofplein nieuw leven moet inblazen. De burg is sinds anderhalf jaar af, maar kan wel al een verfje gebruiken. Echt Rotterdams is het opschrift: ‘Hier staat ik hand in hand. ’ Rotterdammers zijn dol op de verkeerde ‘t’.

Via de nieuwe eettentjes aan de Hofbogen lopen we naar het Timmerhuis aan het Rodezand. Timmerhuis klinkt ouderwets maar het is een (deels) spiksplinternieuw gebouw waarin sinds februari vorig jaar Museum Rotterdam is gevestigd (zie kader).

Via de Meent gaat het richting Blaak, waar we ons realiseren hoe snel een bouwwerk in Rotterdam als oud wordt beschouwd. De Blaaktoren (‘Het Potlood’) en de kubuswoningen, beide ontworpen door Piet Blom, dateren van halverwege de jaren tachtig, maar de Maasstedeling ziet ze zeker niet meer als hip. Niettemin kunnen bezoekers in een modelwoning (‘kijk-kubus’) nog altijd ervaren hoe je je in een ‘gekantelde’ woning ‘staande’ moet houden.

Tegenover de creaties van Blom ligt de Markthal (‘Sixtijnse kapel’), de diamant van modern Rotterdam, die helaas nu al aan slijtage onderhevig is: te weinig bezoekers en leegstaande kramen.

20170105_115010
De Markthal

Maar een culinair walhalla is het wel. Hollandse zeevis, Turkse tapas, Arabische delicatessen en patat van Bram Ladage strijden om aandacht. Het Martcafé geeft een Rotterdams tintje aan het menu met gerechten als: brood met zeemansboter en salade met Rotterdamse kaas. Een beetje vergezocht is het soms wel. Een croissant met Rotterdamse confiture? Smaakt een bosvrucht in Rotterdam anders dan in Goes? Ondanks dat is onze uitsmijter rosbief er niet minder lekker om.

Na de lunch vertrekken we naar de Leuvehaven voor een tochtje met de veerdienst naar de Kop van Zuid (€ 4,50). Het is een zonnige winterdag, maar de oostenwind is behoorlijk, waardoor het een bumpy journey wordt over de Nieuwe Maas. De schipper waarschuwt dat bij nog hardere wind de vloeddeuren van de Leuvehaven dichtgaan, waardoor bezoekers Zuid te voet (over de Erasmusbrug) of via de metro zullen moeten bereiken.

We meren aan bij Hotel New York, vroeger het directiekantoor van de Holland-Amerika Lijn, en de plek waarvandaan vele Nederlanders per schip emigreerden naar de Verenigde Staten. Ofschoon een doordeweekse middag staat er een lange rij wachtenden voor het restaurant.

We besluiten wat dieper Rotterdam-Zuid in te gaan. Over de Rijnhavenbrug wandelen we naar Katendrecht. Zoals voor alles hebben de Rotterdammers ook voor deze brug een bijnaam: de hoerenloper, herinnerend aan de tijd dat Katendrecht de rosse buurt was. De brug is vrolijk versierd met liefdesslotjes, maar niet zo veel als er in vroeger tijd aan de Pont des Arts in Parijs hingen.

Stralend middelpunt van Katendrecht is sinds een paar jaar de Fenix Food Factory, een soort alternatieve Markthal, want gevestigd in een oude havenloods. Onaf, ruig, industrieel en daarmee heel hip-Rotterdams. FFF doet een beetje aan Berlijn denken en is een verzamelpunt voor hipsters, die zich er tegoed doen aan ambachtelijke en gezonde happen en dranken.

Teruglopend naar de Kop van Zuid ontdekken we dat een gigantisch passagiersschip in de cruise terminal de Nieuwe Maas aan het zicht onttrekt. Dan maar even naar de 23 verdiepingen tellende creatie van Rem Koolhaas, De Rotterdam (2013). Op de zevende verdieping zit een restaurant, waar we een groot stuk van de Nieuwe Maas kunnen overzien. Overweldigd door de wolkenkrabbers langs de rivier mompelen we: inderdaad, Rotterdam is écht een hippe stad .

De Rotterdam
De Rotterdam

De VVV-medewerker had de wandel-route door hip Rotterdam op 3,5 uur geschat. Dat klopt wel ongeveer, tenzij we terug zouden lopen naar Centraal. Dan zou het langer zijn. Ach, laten we de metro nemen. Wel zo comfortabel. En ook nog wel een beetje hip.

Museum Rotterdam

In de multiculturele stad wil Museum Rotterdam een verbindende schakel zijn tussen bewoners. Een ontdekkingstocht door heden, verleden en toekomst, noemt het museum het zelf. Bezoekers kunnen kennismaken met de moderne skyline, maar net zo goed met de rijke geschiedenis (‘zeecontainers vol erfgoed’).

Wat niemand weet

Bijna niemand weet het, maar het dak van de Bibliotheek Rotterdam aan de Hoogstraat kan worden bezocht. Wie zich meldt bij de Klantenservice op de begane grond kan met een beetje geluk enkele minuten later naar de achtste verdieping. Het hangt ervan af of een beveiliger beschikbaar is. Want in je eentje mag je niet het dak op.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *