Pauls kookshow is een gatenkaas

Paul de Leeuw met rechts zijn zoontje Toby.
Paul de Leeuw met rechts zijn zoontje Toby.

Dat bakken en babbelen prima kunnen samengaan, bewijst al twaalf jaar lang ‘Taarten van Abel’ (VPRO). Banketbakker Siemon de Jong (‘Abel’) ontvangt elke zondagochtend een kind met wie hij al pratende een bijzondere taart maakt. Die kan bestemd zijn voor een gepeste klasgenoot, een vader die heelhuids terugkeert uit Afghanistan, of, zoals laatst, voor een moeder die haar rug brak tijdens een vakantie in geboorteland Colombia.

Haar zoontje Alveiro bleek een leuk, wereldwijs joch met een hoedje op. Hij deed aan theater en breakdance, en demonstreerde een dansje voor de bakker en de kijkers. Het programma is dáárom zo goed omdat zowel het bakproces als het gesprek alle aandacht krijgt. Tussen beide bestaat een uitgekiende balans, een perfecte harmonie, die De Jong weet samen te ballen in symbiotische zinnen als: “Chocolade mag nooit met water in contact komen, want dan wordt ‘ie hard. Dus, Alveiro, je bent nog nooit in Colombia geweest?”

Hoe zwaar het onderwerp ook, ‘Taarten van Abel’is nooit triest. Geen wonder, wie kan een appeltaart afbakken met betraand gelaat? Ontroerend daarentegen is de uitzending bijna altijd. Zoals ditmaal, wanneer Alveiro praat over de ophanden zijnde scheiding van zijn ouders. “Er is een andere sfeer in huis”, weet hij. De Jong: “Heb je partij gekozen?”Alveiro: “Nee, want ze zijn allebei even lief.” Tot slot biedt hij zijn moeder de taart aan met de woorden: “Alsjeblieft, ma. Omdat je uit Colombia komt, heel lief bent, en omdat ik je heb gemist.”

Het is een kinderprogramma, maar menig volwassene kijkt stiekem mee, wist de Nipkowjury in 2012. De tv-critici bekroonden ‘Taarten van Abel’met een Ere  Zilveren Nipkowschijf, ‘vanwege De Jongs respect, zijn empathie zonder slijmerigheid, en zijn juwelen van gesprekken over het kleine en het grote.’

Het is de vraag of ‘Pauls puber kookshow’ het ooit zover zal schoppen. Het nieuwe Vara-programma op zaterdagavond (met waanzinnig mooie decors, dát wel) lijkt geënt op ‘Abel’, maar ontbeert precies het evenwicht dat de VPRO-productie zo aantrekkelijk maakt. Om koken draait het bij Paul de Leeuw in elk geval niet. Van het frietbakken afgelopen keer zal de kijker zich eerder de bekende schuine grapjes van de presentator herinneren (‘Aardappelhoer?’, vraagt hij de kok. ‘Oh, je bedoelt aardappelbóer’) dan het geheim van goede patat. En van de mayonaise zal bij de kijker vooral blijven hangen dat die in één minuut klaar was. En aan het eind van de show op De Leeuws overhemd werd gespoten.

Als het niet om koken gaat, zoals in de voorpubliciteit al rondgebazuind, waar dan wél om? Om de gesprekken met pubers (dit keer met De Leeuws zoontje Toby en een paar vriendjes)? Een kwartier na uitzending schoot me van die conversaties al niets meer te binnen. Wel een aantal van De Leeuws  adviezen uit de oude doos, zoals: nooit met z’n drieën naast elkaar fietsen. En, oh ja, een meisje vertelde dat je een mandarijn moet eten nadat je hebt gedronken, dan merken je ouders niets.

Zoals wel vaker met nieuwe programma’s van De Leeuw, gaat ook dit mank aan een teveel van alles wat: een muziekje, een praatje, een potje koken, een gebbetje.  Kortom, een rommeltje: meer gatenkaas dan gestampte pot.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *