Paprika is niet meer van ons allemaal

Paprika, sinds kort particulier eigendom van Syngenta.
Paprika, sinds kort particulier eigendom van Syngenta.

Toeval of niet? In de week dat Joris Luyendijk ons via de VPRO waarschuwde dat banken de baas zijn over de politiek, interviewde ik Bas Eickhout (Europarlementariër van GroenLinks) die vertelde dat drinkwater overal in Europa in handen komt van private partijen. Twee dagen later kregen we via ‘Zembla’(Vara) te horen dat zelfs onze groente niet meer veilig is voor de annexatiedrift van multinationals.

Geloof het of niet, maar de paprika is niet meer van ons allemaal, maar privébezit van zaadbedrijf Syngenta. En broccoli is van multinational Monsanto. Een onthullende uitzending. Zonder dat we het in de gaten hadden, zijn ons allerlei gewassen ontstolen. Geprivatiseerd heet dat. Er zijn al negentien patenten toegekend op groenten, en 132 zijn in behandeling, waarvan zestig ingediend door Monsanto. Multinationals maken slim gebruik van bestaande veredelingsprogramma’s en vragen op het ‘nieuwe’eindproduct vervolgens patent aan.

Zo ontwikkelde Syngenta paprika die resistent is tegen witte vlieg, en Monsanto broccoli met een lange steel. Is het niet raar, vroeg ‘Zembla’zich af, dat een eigenschap die gewoon in de natuur voorkomt ineens particulier eigendom wordt? Een duidelijk antwoord bleef uit. Woordvoerder Hoekstra van het Europees Octrooibureau noemde de wet op dit punt ‘nogal ingewikkeld’, en voorlichter Buckingham van Monsanto vond dat wie bezwaar had tegen een patent maar een procedure moest starten.

Het was trouwens een gunst dat Buckingham überhaupt voor de camera kwam, want ‘de toon van Zembla via de mail’was Monsanto absoluut niet bevallen. Ondertussen wordt de consument geheel afhankelijk van voedsel-monopolisten. Een gevaarlijke ontwikkeling, waarschuwde hoogleraar plantenbiologie Haring. “We kunnen niet meer kiezen. Zíj bepalen de prijs, en als één oogst mislukt, mislukken álle oogsten.” En de politiek? Die hobbelt er een beetje achteraan, zo lijkt het. Staatssecretaris Dijksma ‘maakt zich zorgen’, hoorden we, en de EU ook.

Tja, dat was onder Marcus Bakker wel anders, ‘Andere tijden’(NTR/VPRO) maakte een mooi portret over de oud-CPN-leider, die zijn levenswerk maakte van de strijd tegen het grootkapitaal. Het oratische talent van het voormalige communistische Kamerlid wordt door vriend en vijand nog steeds bewonderd, zo bleek. “Veel ministers waren zelfs bang voor hem, omdat hij zo hard en cynisch uit de hoek kon komen”, herinnerde Van Agt zich. Op de achtergrond zagen we portretten van Willem-Alexander en Máxima. En Wiegel stond bij een rijk gedekte tafel. Dat was vast niet voor niks. Een speldenprikje naar het arbeiderisme van Bakker, vermoed ik. Immers, verschil moet er zijn.

Bakkers duistere kant werd niet verdoezeld: binnen zijn eigen partij genadeloos, stalinist en vriend van Moskou. Wiegel: “Mijn fractievoorzitter Toxopeus zei eens tegen Bakker: als jij de macht krijgt, ga ik het concentratiekamp in. En Bakker zweeg.” Naar het communisme verlangt niemand terug, maar bewindslieden die via de tv wat vaker morele grenzen stellen aan het marktdenken, ach dat zou zo gek niet zijn. Of zoals de Amerikaanse politieke filosoof Sandel het formuleert: “Niet alles is te koop.” Ook hem las ik deze week. Noem dat eens toeval.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *