Ook ik heb een bank, zoals ooit Eva Jinek

De tv-recensent van Trouw in vol bedrijf. Beeld: 'EenVandaag'.
De tv-recensent van Trouw in vol bedrijf. Beeld: ‘EenVandaag’.

Het is weinig soeps op tv deze zomermaand. Bovendien voelde ik me afgelopen weekend niet lekker. Daarom deze keer geen tv-kritiek, maar een blik achter de schermen van deze beroepskijker.

Welnu, ik kijk elke avond drie à vier uur televisie. Met het schrijven van een recensie ben ik minstens zo lang bezig. Dat komt doordat het verdraaid niet eenvoudig is om een dieper liggend verband te detecteren tussen ‘Zon, zuipen, ziekenhuis’ en ‘Nederland zingt’.

En toch probeer ik dat, want ik wil geen keutelige stukjes schrijven in de trant van dit en dat was op tv. Ik tracht in zo’n tv-avond een rode draad ontdekken, in de hoop u en mezelf iets nieuws te vertellen. Bijvoorbeeld: waarom komen deze programma’s  juist op dit moment, waarom passen ze  wel of niet bij de uitzendende omroep, welke nieuwe talenten moeten we in de gaten houden, wat zegt het tv-aanbod over Hilversum of over de tijdgeest? Vooral dat laatste vind ik interessant: de tijdgeest proberen op te sporen via de kleurentelevisie. Soms kom ik al schrijvende tot een andere slotsom dan ik aanvankelijk in gedachten had. Kan ik het hiermee eens zijn, vraag ik me dan bij de laatste zin af? Meestal wel,  gelukkig.

Er is nog een andere reden waarom deze stukjes met enige moeite het licht zien, en die ligt meer in het prozaïsche vlak. Vaak kan ik mijn eigen notities de volgende dag niet meer lezen. De oorzaak is dat ik niet voor de tv zít, maar lig (of zoals ze in mijn woonplaats Rotterdam zeggen: leg). Ik leg dus al schrijvend voor het toestel, en wel op een chaise longue die nog langer is dan ik: zo’n 2 meter 20. Eigenlijk een miskoop, want de rugleuning is zo laag dat je niet eens lekker rechtop kán zitten. Alleen mijn hoofd staat rechtop, de rest is plat. Ongeveer zoals je op een brancard ligt.

In die houding krabbel ik af en toe wat venijnige oprispingen op papier, zoals: ‘Oh, wat is dit weer vréselijk!’ of ‘wat een ongelooflijke ijdeltuit!’ Maar ook: ‘Hier moet ik van huilen’ en ‘zelden zulke prachtige tv gezien.’ De volgende ochtend lijkt mijn handschrift op Chinees. Dat betekent programma’s terugkijken op internet. Maar omdat niet alleen mijn ogen, maar ook mijn oren slechter worden (ik loop tegen de 60, daarenboven heb ik in mijn jonge, vruchtbare jaren te veel in discotheken gezeten) is het geluid van mijn laptop voor mij te zacht. Nog even en ik moet jonge collega’s vragen mee te luisteren. Een voorland zo gênant dat ik me telkens voorneem een nieuw koptelefoontje te kopen. Wat ik steeds weer vergeet.

Selecteren gaat nog steeds goed: Nederlandse zenders gaan voor buitenlandse, en publiek  gaat voor commercieel. In het geval van drama kies ik eerder voor Nederlands- dan voor Engelstalig drama. En bij documentaires vind ik het aardig u uit te leggen om wat voor genre het gaat: een historische docu, een auteursdocumentaire of een docusoap.

Als ik rond middernacht naar bed ga, weet ik zelden waarover ik de volgende dag zal schrijven. En die enkele keer dat ik het wel weet, teistert meteen Prediker 7:16 mijn hersenpan: ‘Gedraagt u niet al te wijs, waarom zoudt ge uzelf tot verbijstering brengen?’U begrijpt, het is een wonder dat het iedere keer weer lukt. Al vijf jaar lang.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *