Niets dooier dan een dode acteur

Ellen Vogel en Cas Enklaar: De dingen die voorbij gaan.
Ellen Vogel en Cas Enklaar: De dingen die voorbij gaan.

Een schrijver laat boeken na, een schilder schilderijen en een filmer films. Maar wat blijft er over van een toneelcarrière? Met die vraag bezocht Michiel van Erp onze oudste spelers (of eleganter geformuleerd: de oude adel van het toneel, copyright: Matthijs van Nieuwkerk). Cas Enklaar, Jules Croiset, Sigrid Koetse, Kitty Courbois, Ingeborg Elzevier en Ellen Vogel (met haar 93 de alleroudste), hoe zullen zij herinnerd worden?

Het antwoord in ‘De dingen die voorbij gaan’- parafrasering op Louis Couperus – stemde tot weemoed. “Je hoopt dat je een scène hebt gespeeld waar bepaalde mensen op bepaalde momenten iets aan hebben gehad”, mijmerde Vogel. Terloops en met zelfspot liet ze haar onderscheidingen zien na 55 jaar toneel. “Dit is van de theaterdirecteuren, dit van de gemeente Amsterdam en dit is de Theo d’Or. Mager hè?” En die Theo d’Or is nog gestolen ook, vertelde ze in ‘DWDD’(‘die dief dacht zeker dat het écht goud was’).

Zoals meestal in het oeuvre van Van Erp, ook in zijn VPRO-serie ‘Hollands welvaren’, zien we mensen  worstelend met hun levensgeluk. Maar hij filmt het met een ontroerd én ontroerend oog. Soms op het randje van ironie, maar nooit cynisch. Begaan, maar nooit klef. Wel nabij. Er zit troost in Van Erps werk; iedereen zit in hetzelfde schuitje. En dat stemt, hoe gek het wellicht ook klinkt, tot optimisme.

Al moet Van Erp wel oppassen dat zijn methode om ándermans gezichtsuitdrukking te filmen als illustratie van wat een derde zegt, zoals ook weer toegepast in ‘Hollands welvaren’, niet ontaardt in routine.

Maar los van die filmische truc: nooit betreedt Van Erp gebaande paden. Iedere documentaire van zijn hand is een verrassing, misschien niet in de laatste plaats ook voor hemzelf. Zo begint ‘De dingen die voorbij gaan’(Ikon) met drie dozen die de filmer in handen krijgt gedrukt van actrice Ineke Cohen: de nalatenschap van Carol van Herwijnen. Hij mag er ‘iets moois’ mee doen. Maar al bladerend door de oude paperassen, zinkt Van Erp de moed in de schoenen. Er zit niets bruikbaars tussen. Dus besluit hij met andere acteurs te praten over vergetelheid.

En wrange ironie, Van Herwijnen, die zich bij leven al miskend voelde, verdwijnt in de documentaire langzaam op de achtergrond. Wat we over hem te horen krijgen, is niet onverdeeld positief (groot talent, maar ook ouderwets spel, met een enorme tong-r), en verder gaat het vooral over de geïnterviewden zelf. Over hoe ze herinnerd zullen worden, en dat ze daar niet al te hoopvol over zijn. Croiset weet al hoe zijn necrologie zal beginnen: “De acteur die vooral bekend werd door zijn in scène gezette ontvoering in 1987.. “ Zoals Van Herwijnen, ondanks al zijn mooie rollen,na zijn dood in 2008 werd gememoreerd als de toneelspeler die Volkskrant-criticus Hein Janssen een klap in het gezicht gaf.

Elzevier maakt zich al helemaal geen illusies over haar onsterfelijkheid als actrice. Haar plakboek telt precies drie foto’s – ‘door mijn moeder ingeplakt’- en op haar begrafenis zal het stil zijn, omdat ‘iedereen’al dood is. Vogel vatte de vergankelijkheid van de toneelroem het mooist samen: “Al wat we doen, is spelen met rook. Niets dooier dan een dode acteur.”Ze leek het niet erg te vinden.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *