Moeten hier nou echt televisie-camera’s bij?

Nabestaande Anton Kotte spreekt tijdens de Nationale Herdenking.
Nabestaande Anton Kotte spreekt tijdens de Nationale Herdenking.

Ik weet het niet hoor, met die MH17-herdenking op tv. Kun je als kijker betrokkenheid voelen door de beeldbuis heen? Kun je je werkelijk inleven in de droefenis van nabestaanden van de vliegramp als je zelf niet in de zaal zit? Ik zag koningin Máxima een traan wegpinken, maar hoe was het in de huiskamer? Ik vind het moeilijk om te zeggen, maar ik ervoer nauwelijks verbondenheid, een woord dat in bijna alle toespraken terugkwam – van premier Rutte tot theologe Jacobine Geel.

Alles was erop gericht het tv-publiek erbij te halen: de opstelling van de banken in de zaal (in een ronde vorm, zodat de kijker er als het ware middenin zat), een empathische Maartje van Weegen, die soms met gebroken stem de NOS-uitzending leidde, en seculiere rituelen als een bloemengroet door schoolkinderen in het midden van de Rai. En toch was ik er niet bij. Ben ik een koude kikker? Zo sta ik in mijn omgeving, geloof ik, niet bekend.

Het moet iets anders zijn geweest waardoor de afstand tussen huiskamer en Rai maar niet werd overbrugd. Niet alleen die beeldbuis tussen de nabestaanden en mij in. En ook niet de sfeerloze steriliteit van de locatie. Nee, er is meer. Een soort ongemakkelijkheid.

Mensen zoeken woorden voor hun diepste gevoelens, en willen die delen met een anoniem tv-publiek (één miljoen kijkers). Dat past in de moderne emo-cultuur. ‘EenVandaag’, ‘Pauw’, ‘Nieuwsuur’ en ‘RTL Late Night’ gingen allemaal over de nabestaanden. Soms dagenlang. Maar zij kennen ons niet en wij hen niet. En dan toch die uiterst intieme ontboezemingen.

Een van hen, Anton Kotte, verloor zijn zoon, schoondochter en kleinzoon. Het leek een man die gewend was om in het openbaar te spreken. Hij citeerde de dagelijkse omgangstaal van zijn omgekomen naasten: “Hoi, met mij. Ha moeders. Ha ma. Ha pa. Dag allemaal. Dag opa. Hoi oma. Dat klinkt maar door.“ En hij herhaalde: “En door, en door.” Ik voelde me als kijker een schenner van vertrouwelijkheid, een gluurder in de ziel.

Het is hetzelfde wanneer een onbekende in de trein de drama’s uit z’n leven voor je op tafel legt. Je gaat wiebelen in je stoel. Je voelt je schuldig en opgelaten tegelijk. En je weet ook dat de man tegenover je z’n verhaal kwijt moet, al kan hij daar amper woorden voor vinden.

Het is al zo ingewikkeld om het verdriet van je dierbaren aan te raken. Laat staan van mensen die vreemden voor je zijn. Is het de onmacht van de gesproken taal? Is het de wankele zoektocht in een seculiere cultuur naar nieuwe rituelen die ons doen uitstijgen boven ons eigen ik, en die daardoor troostend zijn? Het noemen van alle 298 namen was in elk geval een poging daartoe.

En de muziek. Wellicht zijn klanken beter dan woorden in staat de ziel te bereiken. ‘Lacrimosa’ uit het ‘Requiem’van Mozart was indrukwekkend. Het ‘Pie Jesu’van Andrew Lloyd Webber ook. Marco Borsato en Douwe Bob wisten deze kijker minder te ontroeren. Vrijdag in ‘Pauw’hadden nabestaanden zich al afgevraagd waarom al die optredens van BN’ers nodig waren. Ik ben dus niet de enige.

Maar goed, vermoedelijk hebben de meeste nabestaanden veel aan de herdenkingsdienst gehad. Die was after all in de eerste plaats voor hén bedoeld. Daarom hadden de tv-camera’s thuis mogen blijven.

 

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *