Michiel van Erp ziet het bijzondere in het gewone

Ter ere van Michiel van Erp, elke donderdag op de VPRO-tv met ‘Hollands welvaren’ (en afgelopen maandag bij de Ikon met ‘De dingen die voorbij gaan’), hierbij een interview dat ik in november 2004 met de filmer en programmamaker hield. Gepubliceerd in Broadcast Magazine. 

Met de oprichting van productiebedrijf De Familie is programmamaker Michiel van Erp (41) een nieuw leven begonnen. Maar onveranderd blijft zijn liefde voor het alledaagse. “Liever een spruitjes schillende moeder dan een arrivé.”

Waarom drinken we koffie uit Alexander en Máxima-kopjes?

“Puur toeval. Ik weet niet waar dit servies vandaan komt. Het is geen statement.”

Toch moet je iets hebben met royalty. Je maakte Op handen gedragen over de begrafenis van prins Claus, filmde aan de vooravond van koninginnedag in Katwijk en bent nu bezig met een portret van prins Bernhard.

“Ik vind het heel erg leuk om kennis te maken met werelden waarvan ik vroeger altijd dacht dat ik er nooit in zou kunnen komen. Om me binnen alle regels en afspraken die daar gelden staande te kunnen houden. Of het nu gaat om het schlagerfestival of het koninklijk huis, maakt me in principe weinig uit.”

Heb je een hang naar het sprookje?

“Nee, want ik probeer juist door het sprookje heen te prikken. Ik maak het leven niet heiliger dan het is. In Op handen gedragen liet ik zien dat de begrafenis van prins Claus voor veel mensen uiteindelijk aanleiding was om te reflecteren op doden in de eigen familie. En de broodjeszaak, die tijdens de begrafenis dichtgaat, verkoopt de volgende dag weer gewoon kroketten. Zo zit het leven ook in elkaar.”

Een pure registratie van de werkelijkheid?

“Nee, meer een zorgvuldig uitgekozen versie van de werkelijkheid. Ik laat de werkelijkheid zien zoals ik hem ervaar.”

Jouw werk valt op door het ontbreken van cynisme.

“Dat vind ik leuk om te horen, want sommigen vinden mij juist wel cynisch. Wat ik probeer is een onbevangen, optimistische visie op het leven te tonen. Zelfs in Afrika waar ik pas heb gefilmd voor een inzamelingsactie tegen aids probeer ik die optimistische blik te behouden.”

Jouw programma’s stralen een soort knusheid uit: huiskamer, potkachel, vriendelijkheid.

“Dat heeft met mijn afkomst te maken.Ik kom uit een Brabants middenstandsgezin met vier kinderen. Mijn vader had een muziekwinkeltje, heel klein. Die winkel was onderdeel van onze huiskamer. Het woongedeelte was afgescheiden met een kartonnen wand. Boven hadden we een muziekschool, waar mijn ouders les gaven in accordeon, gitaar, mandoline en blokfluit. De leerlingen liepen de hele dag door ons huis. Een gezellige, vrolijke drukte.”

Houd je van tuttigheid?

“Ja. Ik houd er niet zo van om mensen te filmen die arrivé zijn.” Liever mensen in een rijtjeshuis met een kabouter in de tuin? “Ja, maar dan zonder close up van de kabouter.”

Wat wilde je worden als jongen?

“Ik wist pas op mijn 24ste wat ik wilde gaan doen. Ik heb eerst industriële vormgeving gestudeerd in Delft, vooral omdat een vriend van mij dat deed. Vervolgens heb ik een paar jaar als acteur gewerkt en daarna ben ik gaan filmen.”

Hoe is je acteurscarrière verlopen?

“Ik ben begonnen bij het studententoneel en dat ging goed. Na mijn afstuderen op de TH ben ik auditie gaan doen bij een jeugdtheatergroep in Den Haag en aangenomen.”

Als spermacel, als ik goed geïnformeerd ben?

‘Nee, eerst heb ik gespeeld in De Wijze Kater van Herman Heijermans en daarna kreeg ik een rol als spermacel.”

Was dat een promotie of een degradatie?

Lachend: “Ik vond het een achteruitgang en daarom ben ik bij die groep weggegaan. Daarna heb ik nog bij een Fries gezelschap gezeten. Uiteindelijk ben ik er maar mee opgehouden, want ik geloof niet dat ik een groot acteur was. Ik kon mezelf niet helemaal geven, bleef meer mezelf observeren dan dat ik mij in mijn rol stortte. Ik geloof dat ik geschikter ben als regisseur: mijn eigen verhaal vertellen in plaats van dat van een ander.”

Wat trok je aan in het acteren?

“De magie van het theater.”

Of de aandacht?

“Die krijg je alleen als je heel goed bent.”

Was de televisie een middel om in het aandachtsveld te staan?

“Nee. Het gaat niet om mezelf, maar om de dingen die ik maak.”

Wat wil je vertellen met je programma’s?

“Ik geloof dat ik wil laten zien hoe mensen proberen gelukkig te worden. Het zijn nooit super-gelukkige mensen die ik portretteer, maar wel mensen die eraan werken om het te worden. Het leven als een heuvel die je moet beklimmen. Volgens mij zit dat in bijna alles wat ik doe. Ik heb bewondering voor mensen die ver gaan in die klimtocht.”

Hoe kwam je bij de VARA terecht?

“Ik zat bij de VPRO en stelde hoofdredacteur Roelof Kiers voor een serie te maken over Lang leve de vereniging. Maar Kiers was op dat moment niet geïnteresseerd in gewone mensen, zoals hij het uitdrukte. De VARA wel.”

Heb jij de gewone man ontdekt voor de tv?

“Ik heb hem herontdekt, als je het zo zou willen formuleren. In de jaren zeventig zag je ook gewone mensen op de tv, maar op een gegeven moment zijn ze verdwenen. Ik zou niet weten wat daarvan de oorzaak is.”

Wat is het leuke aan gewone mensen?

“Ze zijn nog niet gekneed door mediatrainingen en dergelijke, zoals veel mensen aan de top. Ik wil de top ook wel volgen, maar dan bij voorkeur via secretaresses. Helaas is de authenticiteit van de gewone man vaak ook al verdwenen, omdat heel Nederland inmiddels op de tv is geweest. Ik probeer die authenticiteit terug te krijgen door mensen te filmen tijdens hun dagelijkse bezigheden. In mijn programma’s zijn mensen altijd wat aan het doen. In Op handen gedragen reageren ze op de beelden van de begrafenis van prins Claus. Ondertussen stel ik vragen. Stel, we zijn nu aan het filmen. Mijn collega komt hier dadelijk de koffiekopjes weghalen. Tijdens het weglopen zou ik haar kunnen verrassen met een moeilijke vraag. De verwarring die zich door die vraag op jouw gezicht aftekent, zou het shot kunnen zijn dat ik op de televisie vertoon. Beelden zeggen vaak meer dan woorden. Ik probeer altijd niet te voldoen aan de verwachtingen van mensen die worden gefilmd. En de tijd nemen, het allemaal niet zo officieel maken.”

Jij haalt het bijzondere uit het gewone?

“Ja. Ik praat liever over een gestorven kind als de moeder spruitjes aan het schoonmaken is dan dat we aan tafel zitten met een foto van dat kind voor onze neus.”

Waarom werkt het beter met spruitjes?

“Wat er ook gebeurt, die vrouw zal toch elke dag moeten eten en koken. Bovendien heb ik het idee dat mensen zich vrijer voelen als ze tijdens het filmen iets doen. Om een voorbeeld te noemen. Bij het programma over koninginnedag in Katwijk ben ik bij een echtpaar thuis geweest tijdens het eten. Ik zei: u moet gewoon praten waarover u wilt. Af en toe zal ik een vraag stellen, maar misschien ook niet. Die mensen gingen bidden voor het eten. We hebben het gefilmd als iets terloops. Niet pontificaal er bovenop, maar met afstand. Dat levert mooiere televisie op dan wanneer je zegt: gaat u nu maar bidden, dan gaan wij filmen.”

In de Lang leve-serie was je observator, in het vervolg – Op avontuur – koos je bewust voor een participerende rol. Waarom?

“Je moet jezelf blijven vernieuwen. Bovendien wilde ik mensen de kans geven om een discussie met mij aan te gaan. Toch blijf ik ook in Op avontuur tevens een observator c.q. regisseur. Ik wil dingen altijd naar mijn hand zetten. Dat zit nou eenmaal in me.”

Je toog met Gretta Duisenberg naar de Palestijnse gebieden. Een moeilijke tante?

“We zaten in hetzelfde hotel en konden ’s avonds niet naar buiten omdat we in een heel rare buurt in Jeruzalem verbleven. We verkeerden dus zo’n beetje dag en nacht in elkaars nabijheid. Dat geeft sowieso irritaties. Op een gegeven moment stelde ik haar voor Israëliërs te gaan filmen in de bezette gebieden. Wat zou je daar willen filmen?, vroeg ze. Ik zei: ik wil de twijfels van die mensen in beeld brengen, bijvoorbeeld van moeders die ’s ochtends hun kinderen door soldaten naar school laten brengen, omdat die kinderen anders gekielhaald worden door de Palestijnen. Gretta vond het een belachelijk idee. Je gaat daar niet wonen als je twijfelt, riep ze. Ik denk dat dat niet waar is. Iedereen twijfelt. Ik ben eerder nieuwsgierig naar iemands twijfel dan naar iemands schurkachtigheid. Maar goed, dit idee paste niet in de boodschap die Gretta wilde overbrengen. We hebben er flinke ruzie over gehad. Zelfs in beeld. Zij wil iedere Palestijn als slachtoffer laten zien en iedere Israëliër als dader. Dat gaat mij te ver.”

Heb jij nog contact met haar?

“Nu al een tijdje niet. Ik heb nog gedacht om haar te bellen toen Yasser Arafat was overleden. Ik vind haar een heel leuke, spannende vrouw, alleen ze mist nuance.”

Ben jij voldoende overeind gebleven naast deze krachtige dame?

“Nee, maar dat is toch geen must?! Ik hoef niet als winnaar uit een programma te komen. Mensen mogen best mijn twijfels en onzekerheden zien.”

Ben jij een twijfelaar?

“Een aartstwijfelaar. Ik lig wakker van mijn werk. Of een montage wel klopt, of de kijker zal snappen wat ik bedoel of iedereen tevreden zal zijn over het resultaat. Ik vaar eigenlijk nooit op routine. Ik ben net terug uit Afrika voor dat VARA-programma over die inzamelingsactie tegen aids, maar als ik het resultaat zie, denk ik: is dit wel fondswervend genoeg?”

Die twijfel is misschien wel een motor om goede dingen te maken?

“Denk je? Dat betwijfel ik. Ik ben sinds twee jaar ook actief als theaterregisseur. Daar heb je iedere seconde onder controle omdat alles afgesproken werk is. Dat is ook wel eens lekker, die zekerheid.”

Je liet je twijfels goed zien in die uitzending van Op avontuur waarin je een bezoek bracht aan Amerikaanse christenen die homo’s willen `genezen’. Op een gegeven moment dacht ik: die Van Erp wordt én christen én hetero.

“Waar het mij om ging, is te laten zien dat het niet alleen maar een geluk is om homo te zijn. Die indruk zou je kunnen krijgen als je het homowereldje op de televisie ziet. Het is in Nederland taboe om je homoseksualiteit in twijfel te trekken of te zeggen dat je eigenlijk liever hetero zou zijn.”

Wilde je werkelijk hetero worden?

“Vroeger kwam die gedachte vaak bij mij op, nu minder. Ik heb per slot van rekening sinds 22 jaar een vaste vriend. Ik ging naar Amerika om een programma te maken waarin ik mij volledig open, eerlijk en kwetsbaar zou kunnen opstellen. Natuurlijk zitten aan mijn homo-zijn ook genoeg zekere kanten, maar daar ging het nu even niet om.”

Je leek diep onder de indruk. Je sprak zelfs een soort gebed uit en vroeg je af: wat heb ik allemaal gemist door mijn homo-zijn?

“Ik ben iemand die makkelijk is te beïnvloeden. Die Amerikaanse christenen vertelden dat als je als zoon te weinig vaderliefde hebt gehad, je die later gaat zoeken bij een man. In de uitzending heb ik mijn vriend gebeld om te vertellen dat ik weinig ben geknuffeld door mijn vader. Hij had er gewoon geen tijd voor. In het homo-zijn zit ook pijn. Ik word tot op de dag van vandaag benaderd door homo’s, die zich in de uitzending hebben herkend.”

Je hebt sinds een paar maanden je eigen productiebedrijf De Familie. Waarom ben je weg bij de VARA?

“Om met het eerste te beginnen: ik wilde de mensen met wie ik graag werk vast om me heen verzamelen. Investeren in elkaar en elkaar motiveren. De oprichting van De Familie liep ongeveer synchroon met mijn vertrek bij de VARA dit voorjaar. Volgens de VARA was er op Nederland 3 minder ruimte voor documentaire-achtige programma’s. Ze hadden er al een paar, zoals Zembla, en dat was genoeg. Maar, zoals je weet, in Hilversum verandert voortdurend alles. Ik heb inmiddels weer contact met de VARA en ben bezig met twee programma’s. Het ene houd ik nog even voor me, het andere gaat over Marc-Marie Huijbregts. Een soort Op avontuur vanuit Marc Maries blik op de wereld. Verder maak ik voor de VPRO SOS Noodservices, een dramaserie over een bureau dat problemen oplost. Zo zit er een aflevering tussen over twee homo’s, van wie geen van beiden tijd heeft om zoonlief van school te halen. De vraag is dan: zijn homo’s geschikt om kinderen te adopteren? Het is een soort normen- en waardenprogramma met een vrolijke ondertoon.”

Je hebt je vaker op dramagebied begeven: TV7, een parodie op de commerciële televisie, en De Koekoeksclub, waarin fictie en non-fictie door elkaar liepen. De laatste serie is niet door iedereen begrepen.

“Klopt. Ik dacht dat het leuk zou zijn om de werkelijkheid te beïnvloeden door acteurs er een plaats in te geven. Probleem was dat we dat niet duidelijk genoeg aan de kijker hebben uitgelegd. Jammer, want er zaten een paar heel goede afleveringen bij. Bijvoorbeeld die in dat hotel in Limburg waar tegelijkertijd een optreden van BZN en een bijeenkomst van de Arabisch Europese Liga was. Het hotelpersoneel, gespeeld door acteurs van Mugmetdegoudentand, pendelde tussen die twee bijeenkomsten heen en weer. Omdat niemand wist dat het acteurs waren, ontstond er een bizarre mengeling van werelden. Vooral toen NOVA ook nog eens kwam filmen vanwege die AEL. Zagen wij ’s avonds de acteurs van Mugmetdegoudentand figureren in de NOVA-uitzending. Hilarisch natuurlijk. Die beelden hebben wij weer gemonteerd in De Koekoeksclub. Inderdaad, een soort Droste-effect. Erg leuk voor de makers, maar voor de rest begreep niemand er geloof ik iets van.”

Wat is het mooiste wat je hebt gemaakt?

“Vergeet mij niet, een film over het leven van de Zangeres zonder Naam. De zangeres wilde een heel gewoon leven, nam haar vrienden mee naar de Chinees en dat soort dingen. Maar haar vrienden hebben geroken aan de faam en laten na haar dood doorschemeren dat zij nu beroemd zijn omdat ze de zangeres hebben gekend. Het mooie vond ik dat de film in feite over Brabant ging. De onbevangenheid waarmee Brabanders tegen het leven aankijken. Zo van: mijn moeder is gisteren dood gegaan, maar morgen weer aan het werk. Brabanders hebben een grote onbeholpenheid om over hun gevoelens te praten. Ze geven nauwelijks duiding aan het leven, maar hun lichaamstaal verraadt hun gevoelens. Ik film graag in het zuiden. Je zult mij zelden met de camera in Amsterdam aantreffen. Ik vind daar geen mensen die ik wil filmen.”

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *