Metromannen op reis in Turkije

Ara Halici (l) en Sinan Can discussiërend over de genocide op de Armeense christenen.
Ara Halici (l) en Sinan Can discussiërend over de genocide op de Armeense christenen.

Het komisch bedoelde KRO-programma heet ‘Larie’. Maar laat ik daar nu geen flauwe grappen over maken, en puur naar de inhoud kijken. Vier cabaretiers, opgedeeld in twee teams, gaan ‘met elkaar over van alles in debat.’Na afloop mag het publiek uitmaken wie heeft gewonnen.

Probleem met een stand-up comedyshow is dat ‘ie in één keer moet staan, en zich geen kinderziektes kan veroorloven. Welnu, kinderziektes genoeg. Allereerst dat ‘van alles’. Dat blijkt in de praktijk uit te draaien op zouteloze stellingen als: Nick en Simon moeten naamkaartjes gaan dragen. Of: Uitsmijters moeten vrouw zijn.

Tsja, wat moet een cabaretier daar nu mee? Emilio Guzman, Henry van Loon, Karin Bruers en Howard Komproe liepen vaak hopeloos vast in hun ‘redeneringen’. Soms zeiden ze ook zelf dat hun vondsten wel heel erg matig waren. Komproe bijvoorbeeld: “Hoe noem je een magiër die geen vlees eet? Een tofoenaar. Ja, ik zei toch dat het een slechte grap was.”Om van ‘debat’maar helemaal te zwijgen.

Dan Arie Boomsma. Telkens hoorden we een bulderend ‘hahaha’en viel hij met zijn hagelwitte lach achterover. Waarom eigenlijk? Zou het door Van Loons grapje komen dat ‘comedians met slechte woordgrappen en een bodybuilder als presentator niet op de buis horen?’ En wat was toch de hele tijd dat getingeling? Boomsma had verteld waarom hij telkens op dat belletje drukte, maar die uitleg was ons helemaal ontschoten. Afgedwaald, moet je maar denken.

Boomsma is een uitstekend human interest-presentator, maar voor een comedyshow moet je een komiek hebben. Zoals Paul de Leeuw in ‘De kwis’(Vara). Een satirische nieuwsshow, waar ‘Larie’een voorbeeld aan kan nemen. Scherp geschreven teksten en dicht op de actualiteit. En wekelijks wisselende gasten die werkelijk een rol hebben in het geheel.Hoe anders is dat bij ‘Larie’waar gehandicapt zwemster Lisette Teunissen er voor Piet Snot bij zat. En daarbij ook nog getuige moest zijn van een ontspoorde improvisatie van Van Loon over de Paralympics.

Tsja, dat heb je in een bestel waarin iedere ledenomroep zonodig z’n eigen plas moet doen, terwijl er, in dit geval, niemand beter plast dan de Vara. En nu we onze rode vrienden toch aan het complimenteren zijn: ook ‘Bloedbroeders’is veelbelovend. Ara Halici, musicalster van huis uit, en onderzoeksjournalist Sinan Can zitten samen in Turkije om de Armeense genocide uit 1915 te onderzoeken.

Een spannende vorm, want Halici is Armeniër en Can Turk. Steeds is er de dreiging dat het mis zal gaan tussen die twee, omdat Can, veel meer dan Halici tot nu toe, geneigd is ook de rol van de Armeniërs in het toenmalige Ottomaanse Rijk aan de kaak te stellen. Een fascinerende genrevermenging: geschiedkundige waarheidsvinding met elementen van een real-life soap.

Geduld moet je wel hebben. De voorbereidingen van de roadmovie in deel één namen wel erg veel tijd in beslag.Verder lijken we van doen te hebben met twee ware metromannen vol  begrip en empathie (Can tegen Halici: “Ik ben geraakt omdat jíj geraakt bent.”) Maar wie weet, gaat het vanaf komende zondag écht vonken. “Ik vond het een fijn gesprek”, besloot Halici de laatste aflevering. “Ik niet”, reageerde Can. Nou, uit zijn mond belooft dat heel wat.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *