Limburgers kunnen zonder de kerk

Hoe katholiek is Limburg nog? Wat voor kerkprovincie zal de opvolger van bisschop Frans Wiertz aantreffen? “Limburgers hebben massaal de kerk verlaten, en ze blijken zonder te kunnen.”

‘Gezinsmis gaat niet door’ luidt de kop boven een stukje in bisdomblad De Sleutel. Een niet nader omschreven parochie haalt een streep door het oogstdankfeest omdat zich maar twee kinderen hebben aangemeld. “Spijtig, en niet alleen vanwege het wegvallen van de viering”, schrijft het blad. “Het is weer een signaal dat de Kerk in onze streek geen fundament zal overhouden als kinderen niet meer vertrouwd raken met de dienst aan God.”

Als ‘Ollander’ kun je je ogen niet geloven: de kerk in de vanouds allerkatholiekste provincie van Nederland dreigt te gronde te gaan? Wie naar de cijfers kijkt, begrijpt dat het bisdom Roermond zich zorgen maakt. In vijf jaar tijd, tussen 2011 tot 2016, liep het aantal kinderdoopsels terug van 5000 naar 3300 en het aantal eerste heilige communies van 7200 naar 4600. Het totale kerkbezoek daalde van 53.000 naar 37.000 per weekend. De volskerk is passé.

“Het gaat hard, maar dat het zo hard zou gaan… ”, mompelt John Dautzenberg. Sinds ruim een jaar is Limburger Dautzenberg (54) deken van Maastricht, waar hij woont in een prachtige monumentale ambtswoning nabij de Sint Servaasbasiliek. “Ik wil het geloof niet alleen afmeten aan de kerkgang”, zegt hij, “maar ik vrees dat de mensen niet meer begrijpen wat wij doen in de kerk. Veel Limburgers zijn kwijt dat de eucharistie voor hun eigen leven van groot belang is. Pijnlijk, vooral voor de mensen zelf. In die zin verschilt Limburg niet van de rest van Nederland.”

Er moet iets gebeuren, volgens Dautzenberg, dat is duidelijk. Sinds enige tijd zijn er in de Limburgse hoofdstad missen in het Spaans, Engels, Duits en Frans. Dit vanwege de vele internationale studenten aan de Universiteit Maastricht. Die vieringen zijn, volgens Dautzenberg, ‘hoopgevend.’ En in de Sint Servaas, waar Dautzenberg een van de voorgangers is, treft hij zondags tout kerkelijk Maastricht en omstreken.

Wat zou katholiek Zuid-Limburg zijn zonder de fine fleur van de Sint Servaas? De kerk met haar beroemde Cappella Sancti Servatii. En haar oude Maastrichtse families, zoals de Regouts (van oorsprong grootindustriëlen). Of hotelier Camille Oostwegel (parochiaan te Sint Gerlach) die er geregeld te gast is. En niet te vergeten, CDA-gouverneur Theo Bovens, bestuurslid van Stichting Graf van Sint Servaas. Zonder de ‘Sint Servaas-familie’ geen heiligdomsvaart, en, in samenwerking met O.L.V. Sterre der Zee, ook geen stadsprocessie.

Terug naar deken Dautzenberg. Die ondanks de ontkerkelijking positief is. “Degenen die nog wel ter kerke gaan, doen dat bewust. Ze ervaren zin, en steken iets op voor de rest van de week. Krachtige gelovigen, die een getuigenis kunnen zijn naar buiten. Mijn hoop is dat Limburgers ooit weer geraakt zullen worden door de boodschap van Christus.”

John Dautzenberg, deken van Maastricht

Toch, waar in de jaren vijftig iedere zuiderling bij Rome hoorde, noemen nu nog ‘slechts’ 660.000 van de ruim één miljoen Limburgers zich katholiek. Van verzet tegen de kerk is evenwel geen sprake. Antropoloog Kim Knibbe verwoordde het in 2007 in haar proefschrift over morele oriëntatie in Zuid-Limburg aldus: “Aan de ene kant zien Limburgers de pastoor als autoriteit en hebben ze niet het gevoel tegen hem in te kunnen gaan met argumenten. Aan de andere kant willen ze hem wel op afstand houden.” Met andere woorden: Limburgers bestrijden de Kerk niet, maar beperken simpelweg het terrein waarover ze iets te zeggen heeft.

Dautzenberg beaamt dat. “Limburgers maken in hun privé-leven hun eigen keuzes. Je ziet, vooral op hoogfeesten, allerlei samenlevingsvormen in de kerk. En allemaal gaan ze ter communie. De kerk stelt zich mild op. De regels zijn duidelijk, maar worden niet al te strikt toegepast. Ach, je wilt de mensen geen pijn doen, maar iets goeds meegeven.”

De kerk is in Limburg nooit ver weg. Bekende Limburgers staan/stonden graag op goede voet met ‘Roermond’: Camiel Eurlings (CDA)met hulpbisschop Everard de Jong, en wijlen Thijs Wöltgens (PvdA) met bisschop Frans Wiertz. Met de scheiding van kerk en staat wordt in Limburg wat soepeler omgesprongen dan in de Randstad. Tijdens de stadsprocessie (ter ere van Sint Servaas, Maastrichts eerste bisschop) zijn rechters, burgemeester en wethouders en gouverneur Bovens van de partij. Oostwegel, glimlachend: “Ik ben honorair consul van Frankrijk, en waarschijnlijk de enige ter wereld die in die functie meeloopt in een processie.”

De kerk maakt, volgens Knibbe, nog altijd wezenlijk onderdeel uit van het Limburgse gemeenschapsleven. “Klopt”, reageert Dautzenberg. “Diep in hun hart hebben bijna alle Limburgers wel iets met de kerk, ook als ze er zelden meer komen. Er wordt nog altijd flink gedoneerd. En het gaat goed met de tradities. De heiligdomsvaart en de stadsprocessie hier in Maastricht, daar zijn honderden mensen bij betrokken. Zoveel pracht en praal, dat zie je nog maar weinig, zelfs niet in Limburg. De Maastrichtenaar is anders dan andere Limburgers. Hij houdt van chic en mooi, is emotioneler en traditioneler. Processies zijn onlosmakelijk met zijn leven verbonden.”

Er worden in Zuid-Limburg zelfs nieuwe tradities bedacht. In het lieflijke dorpje Sint Gerlach vertelt horeca-ondernemer en kunstmecenas Camille Oostwegel over die keer dat NRC-cartoonist Kamagurka logeerde in het Kruisherenhotel in Limburgs hoofdstad. “Hij raakte in ons hotel, een voormalig vijftiende-eeuws klooster, zo geïnspireerd dat hij kruiswegstaties ging schilderen. Die zijn geëxposeerd in het Kruisherenhotel, maar Kamagurka wilde dat ze ook zouden worden meegedragen in een processie. Dat is gebeurd, in 2013 voor het eerst, tijdens de Goede Vrijdag-processie van Maastricht.”

Camille Oostwegel, horeca-ondernemer

Oostwegel(67) is een gelovig man, met enige nostalgie naar het Rijke, Roomse Leven. Zijn magazine Savoir Vivre getuigt daarvan: een mooie fotoreportage over ‘de klassieke Heilige Mis’ bij de opening van Oostwegels St. Gerlach Paviljoen & Kasteelhoeve in juni vorig jaar. “Alle belangrijke gebeurtenissen in onze familie, privé of zakelijk, beginnen we met een hoogmis”, vertelt hij.

In zijn vier monumentale hotel-restaurants, samen Oostwegel Collection, vinden nog geregeld feestelijkheden plaats rond doopsels, eerste heilige communies, huwelijken, enz. Maar Oostwegel ziet ook een verschuiving. “Wat vroeger ondenkbaar was, gebeurt nu: Limburgers die zich niet meer kerkelijk laten begraven. In ons St. Gerlach Paviljoen en ook in Château Neercanne hebben we geregeld onkerkelijke afscheidsdiensten.”

Hij betreurt de secularisatie, maar begrijpt haar ook. “De periode Gijsen was rigide en heeft veel kapot gemaakt, bij priesters en gelovigen. Het contact tussen kerk en gelovigen is toen grotendeels verloren gegaan. Daaroverheen kwam nog eens het kindermisbruik en de affaire Haffmans (financieel- en seksueel schandaal in 2006 rond deken van Gulpen-Gronsveld, W.P.). De kerk zou er goed aan doen eens wat beter naar de mensen te luisteren. Monseigneur Wiertz zei bij zijn afscheid in een volle Roermondse kathedraal: ‘Laat het geloof weer vonken.’ Daar was ik heel gelukkig mee. Maar helaas hebben Limburgers massaal de kerk verlaten. En ze blijken zonder te kunnen. ”

Vroeger was het geloof vanzelfsprekend. Oostwegel: “Als kind begon mijn dag om zeven uur met de mis, zomer en winter. Iedere Pinksteren liep je mee in de processie met de relieken van Sint Gerlach, en nu nog steeds met de schutterij. In 1990, bij het achtste eeuwfeest van Sint Gerlach, is gestart met een pelgrimstocht naar Sint Servaas in Maastricht. Sindsdien heb ik ieder jaar meegelopen. Pelgrimeren is ook samen het geloof vieren!”

Vijfentwintig kerken telt Maastricht nog, maar dat aantal kan op termijn niet zo hoog blijven. Net als bisschop Wiertz destijds neemt deken Dautzenberg het woord ‘kerksluiting’ nauwelijks in de mond. Maar er moet iets gebeuren, want het is vijf voor twaalf. “Mochten er kerken aan de eredienst worden onttrokken, dan denk ik wel dat je voor de gelovigen op de één of andere wijze present moet blijven”, zegt Dautzenberg, “bijvoorbeeld door een diaconie. Of door een taxidienst te regelen naar de kerk waar voortaan de eucharistie wordt gevierd. Het wordt nog een moeilijke zaak hier in Maastricht, zowel in emotioneel als traditioneel opzicht.”

Stadsbewoner Jan Janssen kan daarvan meepraten. Hij maakte, als ingezetene van de buurt Wijkckerpoort, mee hoe zo’n twintig jaar geleden de plaatselijke parochie werd opgeheven. Janssen (70), geboren en getogen in deze buurt achter het CS, spreekt van een langzame desintegratie. “In vroeger tijd had de parochie eigen scholen, een eigen verkennerij en één keer per jaar een processie door de wijk. Allemaal verdwenen. En dan de jaarlijkse fancy fair voor de nieuwbouw. Daar deed de hele buurt aan mee: de katholieke vrouwenbond de frietenkraam, de verkennerij de loterij, enzovoort. Nu is de saamhorigheid zo goed als weg. Maastrichtenaren steken een kaarsje op bij de Sterre der Zee, maar komen, hoogtijdagen uitgezonderd, nauwelijks nog in de kerk.”

Jan Janssen, CDA-raadslid Maastricht

Zelf is Janssen trouw kerkganger in de Sint Servaas. Wie zijn c.v. bekijkt, ziet een kleurrijke Limburger: lid van carnavalsvereniging De Tempeleers (in 1986 stadsprins), erelid van fanfare Sint Franciscus, reisleider bij Lourdesbedevaarten, lid van Stichting Graf van Sint Servaas, en CDA-raadslid in Maastricht. Een spin in het Zuid-Limburgse katholieke web? “Ach, ik draag mijn steentje bij”, zegt hij bescheiden.

Wat de politiek betreft is de invloed inderdaad stukken minder. “Toen de opa van mijn vrouw in de gemeenteraad zat, had zijn partij, de KVP, de meerderheid van de 39 raadszetels, nu zitten we als CDA met zeven zetels in de oppositie. Dat is voor onze partij iets heel nieuws”, vertelt Janssen. “De afgelopen vier jaar hebben we weinig voor elkaar gekregen. Al onze moties zijn weggestemd. Het heeft soms iets van een afrekening. De coalitie denkt: jullie hebben altijd geregeerd, nu wij aan de beurt.”

Met lede ogen ziet Janssen hoe de katholieke volkscultuur wordt bedreigd. De fanfare, de harmonie, het zangkoor, aan de subsidies wordt getornd. “Wij willen die cultuur behouden, net als christelijke waarden zoals het gezin. Daar maken wij ons sterk voor in ons nieuwe verkiezingsprogramma. En we sluiten niemand uit.”

Zeker de jeugd niet. Met het oog op de heiligdomsvaart van 24 mei werkt Janssen, als lid van de culturele Stichting de Vief Köp, aan een jeugdproject rond de zeven werken van barmhartigheid. “Schoolkinderen maken veertien schilderijen die op die werken zijn gebaseerd. Ze zullen worden rondgedragen tijdens de ommegangen van de heiligdomsvaart. Op die manier hopen we de jeugd weer wat meer bij het geloof te betrekken.”

Ach, optimisme is nooit ver weg in Zuid-Limburg. Deken John Dautzenberg: “Ik ben ervan overtuigd dat alle Limburgers een hart hebben dat kan openbloeien voor God.”

 

Kerkelijk Limburg                          2011                               2016

Doopsels                                              5000                                  3300

Eerste communies                            7200                                   4600

Vormsels                                               5700                                   4000

Kerkelijke huwelijken                     835                                     490

Kerkelijke uitvaarten                       5900                                   4500

Kerkgangers                                         53.000                               37.000

Priesters                                                204                                     145

Parochies                                              313                                     302

Van alle ruim 1,1 miljoen Limburgers noemen zich er ongeveer 660.000 katholiek. Bron: KASKI

In  Zuid-Limburg is het optimisme nooit ver weg

 

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *