Lekker katterig het jaar uit

Voor een onvervalst stuk participatiejournalistiek reisde ik af naar het pas geopende Pebbles Kitty Cat Café in Rotterdam. Hier wordt de bezoeker ‘al etend of drinkend aangekeken door de schattigste kattenoogjes’, schrijft oprichtster Freddy Haumann (25) op haar website. En:  ‘Wie verdient het nu niet om te worden omringd door liefdevolle viervoetertjes?’

Inderdaad! Aangelokt door dit blijde vooruitzicht nam ik online eerst de huisregels door. Zoals: ontsmet je handen zodra je binnenkomt; wanneer de kat op je schoot klimt (of soms je schouder) geef hem dan een klein knuffeltje; geniet van de gekke fratsen die de katten uithalen (bij elkaar, maar ook bij mensen).

Dan wat niet mag. De katten optillen; ze in de speelmodus proberen te krijgen wanneer ze daar geen zin in hebben of de katten uit hun schoonheidsslaapje halen. En meer van zulks. Na de do’s en don’ts ernstig in me te hebben opgenomen betrad ik vol goede moed het poezenparadijs (entree € 3,50). Na mijn gedegen voorbereiding kon er niets meer mis gaan.

De eerste indruk: een diep pand met dankzij de grote ramen veel daglicht. Hout op de vloer. Er is een aantal zitjes voor gasten, maar aan de hele inrichting merk je dat het welzijn van de kat minstens zo belangrijk is. Hij heeft alle ruimte om rond te rennen. Er staan krabpalen tegen de muur en er is een kattenboom. Verder hier en daar manden en rondslingerende speeltjes.

De serveerster stelt geduldig de zes katten aan mij voor. “Die witte daar is Pixel, onze enige kater. Die twee zwartjes zijn de zusjes Misty en Shade. Verder Ginny, Roffa en Shelley.”Ze komen allemaal uit het asiel en zijn niet te koop, alleen te aai. Het idee is overgewaaid uit Azië, waar stadsbewoners geen kat in huis kunnen nemen. Na Amsterdam, Groningen, Den Bosch en Den Haag is ‘Pebbles’ het vijfde kattencafé in Nederland.

Ik probeer contact te leggen met Pixel, het dichtst in de buurt. Ik klik met mijn tong, zeg poele-poele-poele, gooi een speeltje. Maar er gebeurt niets. “Misschien als u iets lekkers bij de koffie neemt”, stelt café-manager Loyce Tulp (25) voor. “Daar komen ze graag op af.” Goed idee, appelpunt met slagroom.

20161230_122459

Maar het staat nog niet op tafel of Pixel peert hem. Hij sleurt mijn jas, op de bank tegenover mij, naar de grond en begint zich er behaaglijk in te nestelen. Samen met Shelley. Ik hang mijn jas terug en probeer ditmaal Shelley te verleiden tot een man-kat-chat. Wanhopig draai ik mijn schoteltje met appelpunt voor haar neus, daarbij druk gebarend naar mijn schoot. Maar Shelley wimpelt de lokroep resoluut af. Trouwens, taart eten mag ze toch niet (huisregel zeven).

Om mij heen is het café inmiddels volgestroomd. Mensen zitten ontspannen te keuvelen, te lunchen of thee te drinken. Waarom zit ik als enige zo hysterisch met mijn appeltaart te zwaaien? Wel, ik doe het allemaal voor u, lezer. Dat u het weet!

Een jonge bezoekster spreekt wijs tot mij: “Honden zijn aanhankelijk, katten onafhankelijk.”

Bij het verlaten van het café mompel ik: “Ik heb mij bezondigd aan overtreding van huisregel vier: katten in de speelmodus proberen te krijgen wanneer ze daar geen zin in hebben.”

Stom, stom, stom!

20161230_121511

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *