Lees wijzer

Ooit dacht ik: wat zou het leuk zijn om schrijvers te lezen die zijn uitverkoren door jouw favoriete auteur.  Of jouw favoriete acteur. Ik begon met ‘De kleine prins’van Antoine de Saint-Exupéry omdat  het bovenaan het lijstje stond van de door mij bewonderde filmster James Dean. Later volgde ‘De weg van alle vlees’van Samuel Butler, lievelingsboek van Gerard Reve. Toergenjev las ik om verschillende redenen, maar óók omdat Reve er verzot op was.

Het aardige van deze leesmethode is dat je eigenlijk twee schrijvers tegelijk bestudeert. Zo meende ik in het werk van Toergenjev dezelfde ironie te bespeuren als in dat van Reve (en omgekeerd). Ik had het idee niet alleen de grote Rus maar ook onze volksschrijver beter te leren kennen. Ander voordeel van deze manier van lezen is dat je op vrij overzichtelijke wijze ordening kunt aanbrengen in het enorme boekenaanbod. Het is een kwestie van vertrouwen: iemand die jij hoogacht zal best een goed kompas zijn. Tot nu toe heeft deze ‘leeswijzer’me nooit teleurgesteld.

Je kunt de boekenstroom ook kanaliseren door je keuze te laten afhangen van de plaats waar je verblijft. Op vakantie lees je bijvoorbeeld alleen schrijvers uit die stad of streek. Zo’n tien jaar geleden reisde ik af naar de Britse Rivièra met in mijn bagage detectives van de in Zuid-Engeland geboren auteur Agatha Christie. Ik kan u verzekeren dat het een spannende ervaring is om ‘Sleeping murder’te lezen op het terras van het Imperial Hotel in Torquay, waar de plot van dat boek zich afspeelt. Je wordt nóg meer onderdeel van het verhaal van de schrijver.

Dat gevoel had ik afgelopen najaar ook in Rome, toen ik op aanraden van romanschrijver Bas van Putten een werk van Alessandro Baricco kocht: ‘De barbaren’. Deze essaybundel over maatschappelijke neergang bladert heerlijk weg wanneer je zelf deeluitmaakt van dat verval, namelijk als dagjesmens op de Aventijn. Temidden van het massatoerisme worden de schrikbeelden die de Romeinse auteur en journalist (La Repubblica) schildert plots nóg aanschouwelijker. “I’m in Rome to see the poop”(in plaats van ‘pope’), hoor je een toerist zeggen, terwijl je leest over culturele verloedering. Ter voorkoming van misverstand: Baricco veroordeelt ‘barbarij’niet. Sterker, er is, volgens hem, niet eens  een grens tussen beschaving en barbarij. We zitten allen in een overgangsgebied, waarin culturele verworvenheden een nieuwe inhoud en betekenis krijgen.

Eén keer heb ik heel dicht tegen het verhaal van de schrijver mogen aanschurken. Dat was in 1998 toen mijn bevriende collega Renate van der Zee en ik in Londen Merlin Holland, kleinzoon van Oscar Wilde, interviewden over diens Wilde-biografie. Centraal in dat boek stond  uiteraard de homo-erotische vriendschap van Wilde met lord Alfred Douglas, een verhouding die de auteur door toedoen van Douglas’vader, de markies van Queensberry, in de cel deed belanden. Tijdens het interview ging de telefoon. “Dat was de kleinzoon van de markies van Queensberry”, vertelde Holland nadat hij had opgelegd. “We gaan zaterdag samen eten.” De grootvaders waren aartsvijanden, de kleinzoons vrienden. Even voelde ik me gelukzalig opgenomen in een klein stukje Britse schrijvershistorie.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *