Kunst kan ons verlossen van angst

 

We zijn bang omdat we elkaar niet kennen. De Rotterdamse regisseur Paul Röttger probeert met inclusief toneel te laten zien dat we die vrees kunnen overwinnen.

De doopsgezinde kerk in Rotterdam is deze zaterdagmiddag omgetoverd tot een schouwburg. Een groot gezelschap acteurs dwarrelt door de ruimte. De één dansend, de ander musicerend, de derde zingend. Een bonte groep: wit en zwart, hetero en homo, verstandelijk beperkt en -niet beperkt, alles door elkaar. In de kerkbanken zit het publiek.

Op de achtergrond stelt regisseur Paul Röttger zijn acteurs een aantal vragen met steeds dezelfde strekking: spelen en zingen wíj deze noten, of hingen ze al in de kerk; spelen wíj saxofoon of bespeelt de saxofoon ons; danst de danser omdat híj dat wil of omdat de regisseur het wil? Een antwoord volgt niet. Daar mag het publiek zelf over peinzen. Dat doet ook deze toeschouwer. Zou Röttger bedoelen dat het vaak wetmatigheden en angsten zijn die ons aanzetten tot handelen? En zo ja, hoe vrij zijn wij dan in onze keuzes? Zijn we wel echt, zijn we wel onszelf?

Dan volgt deel twee van het stuk. Het publiek verplaatst zich vanaf de kerkbanken naar beneden, tussen de acteurs. Er is vanaf dit moment geen scheiding meer, we zijn één met de spelers. Röttger stelt zijn acteurs stuk voor stuk taboeloze, persoonlijke vragen, waarbij een cameraman alles op film vastlegt. De kerkzaal lijkt nu niet meer op een theater maar op een tv-studio. “Jaakko”, vraagt Röttger, “wat is het thema tot nu toe in jouw leven?” “Boosheid”, antwoordt de in Finland geboren acteur.

Er komt geen vervolgvraag of conclusie. Hup, daar zit Röttger al weer bij de volgende speler, Saskia, verstandelijk beperkt. “Wil je kinderen?”, luidt de vraag. “Ja”, zegt Saskia, “maar ik kan er niet voor zorgen, dus heb ik me laten steriliseren.” Hoe verhoudt het tweede deel zich ten opzichte van het eerste, vraagt de toeschouwer zich af. Zou de overeenkomst misschien zitten in het al dan niet ‘echt-zijn’? Zoals de acteurs in deel één misschien dansen en spelen op bevel van iets of iemand buiten henzelf, zou het in deel twee zo kunnen zijn dat ze niet over hun eigen leven vertellen, maar voordragen uit het script? Met andere woorden: twee keer ‘onecht’.

Of waren we wellicht getuige van een droom, gezien de titel Het gedroomde café (had ook Het gedroomde theater kunnen zijn). En wat bedoelde Röttger met zijn steeds terugkerende vraag: “En wat nu als de tijd stilstaat?”

Kortom, vragen te over voor een uitgebreid gesprek met de regisseur (63) enkele weken later in zijn Rotterdams Centrum voor Theater. Of eigenlijk moeten we zeggen Theater Babel, want dat is de naam waarmee Röttger sinds vorig jaar, toen de verstandelijk beperkte acteurs erbij kwamen, naar buiten treedt.

Het zijn bijna religieuze vragen die u in deel één van Het gedroomde café stelt?

“Ik zou liever zeggen: spirituele vragen. Dat is breder. Nee, mijn doel is niet om de onontkoombaarheid van keuzes aan te tonen. Mensen hebben juist veel meer eigen keuzemogelijkheden dan ze denken. Als je die vrijheid neemt, kun je elke dag opnieuw beginnen en voel je je gelukkiger. De algemeen geformuleerde vragen in deel één – doe ik iets omdat ik het zelf wil, of omdat een ander het wil? – stel ik als inleiding op de meer persoonlijke vragen in deel twee: hoe ziet jouw eigen leven er uit? Die antwoorden komen echt uit de acteurs zelf, en dus niet uit een script. Mijn bedoeling is: wees niet bang om jezelf en anderen te bevragen. Alleen door jezelf en elkaar te leren kennen kan de angst wegebben. Als je in een vervelende baan blijft hangen enkel en alleen om je hoge hypotheek te betalen, zou een vraag aan jezelf kunnen zijn: is angst hier de drijfveer of heb ik er bewust zelf voor gekozen?”

Is er veel angst in de stad?

“Ja, vind ik wel. Voor vluchtelingen bijvoorbeeld. Ze worden in barakken buiten de stad geplaatst, zodat niemand er ‘last’ van heeft. Mijn stuk Ontheemd ging daar over. Waarom maken we niet een praatje met een vluchteling? Waar kom je vandaan? Wat was je eerste gedachte vanochtend? Houd je van rozen of narcissen? Je zult merken dat er tussen hen en ons meer overeenkomsten zijn dan verschillen. In To be or not maakten we met acteurs en publiek een gezamenlijke wandeling door de stad. Voor velen was het voor het eerst dat ze samen met een verstandelijk beperkt iemand optrokken. Zijn of niet zijn, in de kern draait alles wat ik maak om die vraag.”

In uw stad Rotterdam is Leefbaar Rotterdam de grootste partij. Voor onze stad, voor onze veiligheid, voor onze vrijheid, zijn de slogans van die partij. Wat zeggen die teksten u?

“Dat het soms onveilig is in de stad en dat we daartegen moeten worden beschermd, is een ding dat zeker is. Maar het is onjuist om die dreiging bij één groep neer te leggen. Of er Leefbaar-stemmers bij Theater Babel zitten? Nee, dat vermoed ik niet. Maar ik ken wel mensen die die partij aanhangen. Ook met hen praat ik over: waar kom je vandaan en wat is je droom? Het gaat bij mij zelden over: waarom stem je op die en die partij?”

U spreekt over dromen en uw voorstelling heet Het gedroomde café. Wat heeft u met dat thema?

“Alles wordt tegenwoordig beoordeeld op meetbaarheid. Kunst ook. Niets mag meer mislukken, alleen bezoekersaantallen en rendement tellen. Ik verzet me daar tegen. Dromen wordt ontmoedigd omdat je je daarmee ongrijpbaar zou maken. Maar ik denk dat veel goede kunst juist voorkomt uit een droom. De dromer voelt zich vrijer, veiliger en creatiever.”

Maar de realiteit is dat homo’s en vrouwen bang zijn als ze imams haatdragende teksten horen uitspreken. Is die vrees niet begrijpelijk?

“Natuurlijk, die angst voel ik zelf ook wel. Maar er is volgens mij maar één oplossing: ga het gesprek aan. Vaak heeft zo’n imam nog nooit een homo ontmoet. Onze volgende voorstelling handelt over seks in Rotterdam anno 2018. We gaan spelen op scholen voor voortgezet en speciaal onderwijs, en willen het ook hebben over homo’s, transgenders, enzovoort. We zullen jongeren tegenkomen die daar niets van moeten hebben, er zelfs boos over zullen worden. Maar mijn ervaring is dat als je op een open, creatieve manier over seks praat mensen daarna veel minder hard oordelen. Kunst is een ontmoeting met datgene wat je niet kent.”

NRC en Trouw waren laaiend enthousiast over uw voorstelling van enkele jaren geleden: Naar vriendschap zulk een mateloos verlangen, over de levens van oudere homoseksuelen. Wat heeft die voorstelling gedaan in de stad?

“Veel mensen, vooral jongeren, realiseerden zich misschien voor de eerste keer hoeveel verborgen leed er achter die levens schuilgaat. Ik denk dat we met deze voorstelling meer begrip hebben gekweekt in de stad. We preken met onze producties niet alleen voor eigen parochie. We hebben contact met bijna alle Rotterdamse scholen voor voortgezet onderwijs. Onze taak is ook pedagogisch.”

Uw principe dat iedereen ertoe doet in de samenleving heeft u sinds januari vorig jaar ook toegepast op uw eigen Rotterdams Centrum voor Theater. In samenwerking met de Stichting Pameijer heeft u het inclusieve Theater Babel opgericht. Hoe verloopt het samenspel tussen acteurs met en zonder beperking?

“Om eerlijk te zijn: niet van een leien dakje. Er bestaat over en weer angst. Ja, daar heb je het weer. Het zijn allemaal professionele acteurs, maar iemand zonder beperking kan denken: nu moet ik werken met iemand die niet eens goed uit zijn woorden kan komen. En de acteur met een beperking vreest: hij zal wel vinden dat ik het niet kan. Dat geeft wrijving. Maar het opent ook het venster naar een nieuwe vorm van dialoog. Misschien niet meer zozeer met woorden, maar bijvoorbeeld met muziek, zang of circuskunst. We zijn de enige inclusieve theatergroep ter wereld die structureel subsidie krijgt (jaarlijks drie ton van de gemeente, W.P.). We hebben dus geen voorbeelden en zitten middenin een experiment. Een zoekontwerp, zou Kuitert zeggen.”

U heeft eens verteld dat u zich zeer aangesproken voelt door Kuiterts karakteristiek van de mens: voor een tijd een plaats van God. Wat raakt u daarin?

“Dat het goddelijke in de mens zit, de gnosis. Zolang wij leven zijn wij ook God. En met elkaar kunst maken is goddelijk. Daarnaast hoop ik dat er ook een God is als entiteit. Ik verlang naar een goddelijke Vader. Er is zoveel dat ik niet begrijp. Er is zoveel troost nodig. Kan kunst alleen al die troost bieden? Ik weet het niet.”

Zou u zichzelf een christen noemen?

“Ja. Ik ben katholiek opgevoed in Arnhem en heb aan de Kerk alleen maar mooie herinneringen. Het misdienaarschap, mijn broer die in het koor zong, alle vriendelijke priesters en nonnen. Als volwassene heb ik me losgemaakt van de Kerk. Misschien kan ik me beter spiritueel noemen: op zoek naar het goede, maar me daarbij ook bewust van het kwade. Zoals Goethe in Faust zegt: zwei Seelen wohnen ach! In meiner Brust.”

Wat heeft de naam van uw theatergroep te maken met het Bijbelse verhaal over de toren van Babel?

“Alles. Het is trouwens niet alleen een Bijbels verhaal. De Toren van Babel komt in alle culturen voor: mensen die samen een toren willen metselen om dichterbij een god te komen. Maar ze begrijpen elkaar niet en de toren mislukt. Ik wil met de acteurs ook een toren bouwen, waarbij die toren staat voor: de samenleving.”

Maar bereikt u met uw groep wèl de hemel? U schept door de verschillen tussen de spelers toch ook vooral Babylonische spraakverwarring?

“Die verwarring is er, zeker, maar er zijn ook momenten van totaal begrip. Afgelopen zaterdag nog. Prachtig was dat. De hele groep voelde: dit is een goddelijk ogenblik. De geest heerste. Das andere Sein, noemt de filosoof Robert Musil dat. Ik was zeer ontroerd. Ik voelde het kind in mij opkomen: een grote innerlijke vreugde. Los van angst, los van de gedachte wat allemaal niet goed ging die dag. Kunst is ook verlosssing.”

De tijd even stilzetten, zoals u in Het gedroomde café zegt?

“Ja, door de tijd te nemen, krijg je inzichten. Dan pas kun je de ander zonder vrees in de ogen kijken. In feite gaan al mijn stukken over angst voor de ander. We zijn altijd op weg, maar zien niets van wat we tijdens de reis meemaken.”

Had u aarzelingen om Theater Babel te beginnen?

“Nee, helemaal niet. Toen Joke Ellenkamp, directeur van de Stichting Pameijer, mij voorstelde om met ‘haar’ Theater Maatwerk te gaan samenwerken zei mijn intuïtie: verstandelijk beperkte acteurs, prachtig! Op mijn leeftijd nog iets nieuws beginnen! Babel is het mooiste, maar ook het moeilijkste wat mij in mijn carrière is overkomen. Gelukkig ben ik niet bang voor het nieuwe.”

Wat heeft u zelf geleerd van werken met verstandelijk beperkte acteurs?

“Ze hebben iets puurs, zoals kinderen. Sommigen kunnen je aankijken alsof ze dwars door je heen zien. Bepaalde zintuigen lijken dubbel aanwezig, juist omdat andere minder ontwikkeld zijn. Voel ik me bijvoorbeeld klote, dan kan het gebeuren dat een verstandelijk beperkte acteur me lief en teder aanraakt. Dat is heel troostend. Zo’n speler lijkt op dat moment precies aan te voelen wat er in mij omgaat. Wij denken dat wij het helemaal zijn met ons verstand, ons ego en onze status. Maar nee, zij prikken feilloos door onze aangepastheid heen.”

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *