Judas Iskariot

Geen mooiere tijd dan de lijdenstijd, want je kunt ongelimiteerd stukken uit de Matthäus Passion draaien. Gisterochtend beluisterde ik het deel waarin Judas Jezus verraadt met een kus, en waarbij de laatste zegt: “Vriend, waartoe zijt gij gekomen?” Wat een minzame, bijna kinderlijk-naïeve vraag eigenlijk voor iemand die weet wat er op komst is. In ‘Sind Blitze, sind Donner’ is het dreigende gestamp van de soldatenlaars reeds hoorbaar.

Het is niet de enige kwestie waarmee ik na de Matthäus altijd blijf zitten. Ook het lot van Judas Iskariot is voor mij steevast zo’n los eindje. Immers, hij voert Gods plan uit – Jezus moet sterven voor onze zonden -, maar toch werpt hij zijn verradersloon, dertig zilverlingen, uiteindelijk in de tempel en verhangt zich. Eenzaam en verdoemd. Geen genade voor Judas, een onbegrijpelijk, onbarmhartig verhaal.

Ik weet te weinig van theologie om hier verder iets zinnigs over te kunnen zeggen, dus daar waag ik me dan maar niet aan. Maar als ik even out of the box probeer te denken, om die vreselijke term te gebruiken, dan zie ik een bedrijfsdirecteur voor me die zijn zoon benoemt om orde op zaken te stellen en vervolgens een werknemer opdracht geeft zoonlief te vermoorden.

Ach, zeggen andere Matthäus-liefhebbers, zo moet je helemaal niet denken. Het geeft volgens hen niets als je het verhaal niet helemaal snapt, want daar gaat het niet om. Het zou puur draaien om Bachs magnifieke muziek en wat die met je doet. Aardig om in dat verband het YouTube-filmpje te bekijken waarnaar een lezer verwees.

Daarin zegt dirigent Jos van Veldhoven dat moderne luisteraars de lijdensgeschiedenis weliswaar aan zich voorbij zien trekken, maar tegelijkertijd denken aan de grote verhalen in hun eigen leven. Van Veldhoven haalt ter verklaring Einstein aan die zei dat het niveau van Bach dusdanig was dat hij met zijn teksten een diepere laag wist aan te boren. Dat wil zeggen: Bach voegde iets aan zijn teksten toe, hij inspireerde ze als het ware. Tot iets wat niet in onmiddellijk verband hoeft te staan met de retoriek van de Matthäus

Een plausibele uiteenzetting, al zijn er ook toehoorders die niet zozeer zichzelf als wel Bach willen begrijpen. Dat lijkt me terecht. Als je een roman leest of een film kijkt wil je ook het verhaal bevatten, je erdoor laten meevoeren, dus waarom bij Bach niet? We zijn het zelfs aan hem verplicht.

Wat was die devotie die hem inspireerde tot zijn oratoria? Een godsvrucht zo diep dat hij zijn partituren niet ondertekende met zijn eigen naam, maar nederig met SDG: Soli Deo Gloria, alleen aan God de eer.

Mijn ouders hebben getracht mij het geloof bij te brengen, maar toch kan ik er niet bij zoals Bach er bij kan. Daardoor voel ik mij gedwongen tot zoiets stoms als out of the box denken. Terwijl ik helemaal niet out of the box wil! Ik wil in the box! Samen met Bach! Gelukkig weet ik dat hij me daar weer in zal krijgen, straks in de concertzaal. Dan zal Bach mijn ratio breken, mij stil maken van binnen en mij openen voor het ongelooflijke, het onzegbare, het wonder. Geen losse eindjes meer, ik geloof alles. Maar meestal alleen op dat ogenblik.

Bach breekt mijn ratio, maakt mij stil en opent mij voor het wonder

https://www.trouw.nl/home/het-is-onbegrijpelijk-dat-judas-geen-genade-kreeg~a98fd002/

One thought on “Judas Iskariot

  1. Geachte heer Pekelder,
    Hierbij een ‘comment’ op uw stukje Judas Iskariot in TROUW van 11 april 2019. Ik kan u uit de bundel Essays in Duodecimo (1965, 2e druk) van Simon Vestdijk het essay “De grootheid van Judas aanbevelen”. Ik citeer éen zin: “De behoefte om Judas te rehabiliteren is niet van vandaag of gisteren.” Bij Vestdijk spreken we uiteraard eerder van (begrijpende) psychologie dan van theologie – maar dat maakt de kwaliteit van dit essay er bepaald niet minder om.

    Dan een tweede ‘comment’, los van welke discipel ook.
    In mijn boekje “Stenen Tafels” uit 2018 refereer ik in een van mijn stukjes aan uw stukje in TROUW van 11 juli 2012. Het is getiteld “Dichter en mens Komrij vallen naadloos samen”. Daarin citeert u de overledene. Helaas is het in uw historisch archief niet te vinden. En ik ben, in tegenstelling tot u, niet professioneel genoeg geweest om het stukje in kwestie goed te bewaren.
    Waar kan ik het alsnog vinden?

    Met vriendelijke groet,
    Harry Dujardin

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *