Je eigen dood is onvoorstelbaar

Connie Palmen in 'Adieu God?': "De dood is een verschrikking."
Connie Palmen in ‘Adieu God?’: “De dood is een verschrikking.”

Na alle commotie over de Levenseindekliniek (vorige maandag op tv) was het goed om eens wat mensen over de dood te horen die hopelijk nog lang te leven hebben. Schrijfster Annejet van der Zijl vertelde Ivo Niehe dat de vroege dood van haar tweelingbroertje haar aanzette tot een leven voor twee. “Als ik bezig ben met een biografie dan heb ik dat gevoel van twee levens zeer sterk.” Ze had het al eerder gezegd in ‘Zomergasten’, maar het kon geen kwaad het nog eens te horen: hoe de dood tragisch als hij is je toch kan inspireren tot een zinvol bestaan.

De auteur van prachtige boeken over o.a. prins Bernhard en Annie M.G. Schmidt had het idee dat haar laatste schepping, ‘De Amerikaanse prinses’, vooral een les in óverleven was. “Hoe Allene Tew (die prinses dus, W.P.) zich niet liet definiëren door wat haar was overkomen. Altijd maar doorgaan. Ze was ook in die zin een echte Amerikaanse.”Tew, een suikertante van Bernhard, trouwde vijf keer, waaronder eenmaal met een Duitse prins, en verloor haar beide kinderen. Ze stierf, 82 jaar oud, in een prachtige villa aan de Côte d’Azur.

In ‘Adieu God?’(EO) zagen we een andere auteur, Connie Palmen. Als kind was ze gebiologeerd door het graf. Zozeer zelfs dat ze tijdens de mis haar knieën extra hard in de knielbank (‘zonder kussentje’) drukte om de dood te bezweren. “Ik dacht: als ik goed mijn best doe, blijft de dood nog wel een tijdje weg. Bovendien bood het geloof een oplossing: het hiernamaals.” Op haar achttiende, na lezing van Sartre, viel Palmen definitief van haar geloof. “God bestaat niet, schreef hij, en ik wist dat dat waar was. Ik dacht: je kunt het dus ook opschrijven.”

Ze omschreef de dood als een verschrikking, ‘zeker voor iemand als ik die elke ochtend juichend opstaat.’ Toch was haar angst voor het slotakkoord gaandeweg minder geworden. “Het is goed dat er een einde komt aan het menselijk bestaan, al is een beetje gezonde doodsangst niet erg.” Net als Annejet van der Zijl sprak ze louter over de dood van anderen: die van haar partners Ischa Meijer en Hans van Mierlo. Logisch, “want”, zei Palmen (1955), “je eigen dood is onvoorstelbaar. Je kunt je verbeelding er niet op loslaten.”

De reformatorische studenten uit ‘Na de zomer’ denken daar vast anders over. De EO-documentaire, vanwege de zondagsrust om tien over twaalf zondagnacht uitgezonden, gaf blijk van een sterk geloof in hemel en hel. Op zich niet verrassend, zij het dat dit soort jongeren zich zelden zo openlijk op tv uitspreekt. Maakster Ingrid Kamerling koos voor een originele, intieme vorm: de jongeren in gebed. We hoorden zinnen als: “Here God, ik wil u danken dat ik nog leef, want ik heb zó gezondigd.”

Je vroeg je af wat deze uiterst brave lieden toch op hun kerfstok hadden. Hoe erg moet het voor sommigen van hen zijn om met zo’n last op de schouders ooit de dood tegemoet te gaan? Met de mogelijkheid immers van een strenge, straffende God daarboven? Kun je je leven niet beter spiegelen aan de dood van anderen, zoals Van der Zijl en Palmen doen, dan aan die van jezelf, dacht ik bij het naar bed gaan? Dood ben je alleen voor een ander, sprak Harry Mulisch eens. Je eigen dood als een voor jezelf onvoorstelbaar fenomeen.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *