Ja, Ruben Terlou, graag meer van dit

Een ontroerde presentator (l) in 'Langs de oevers van de Yangtze'.
Een ontroerde presentator (l) in ‘Langs de oevers van de Yangtze’.

Ik kan me niet herinneren dat ‘De wereld draait door’ ooit twee keer achter elkaar aandacht besteedde aan één en dezelfde documentaire-reeks, maar sinds deze week is dat het geval. Zowel vrijdag als maandag schoof de crew van ‘Langs de oevers van de Yangtze’ aan bij Matthijs van Nieuwkerk. En dat is geheel terecht. De presentator van deze nieuwe VPRO-reisserie, Ruben Terlou, is een ontdekking. Hij heeft geen enkele tv-ervaring, maar blijkt een waar natuurtalent. Het eerste deel van ‘Yangtze’ trok meer dan één miljoen kijkers.

Terlou is geen journalist, maar arts en fotograaf. Komt het daardoor dat hij met chirurgische precisie weet in te zoomen op het hart van zijn gesprekspartners? Alles lijkt echt bij Terlou, niets gekunsteld of ingestudeerd. Dankzij zijn vloeiende Chinees slaagt hij erin de kwetsbaarheid bloot te leggen van een volk dat niet bekend staat om zijn openhartigheid. “Ik hoef me als westerling niet aan de conventies van de Chinezen te houden”, verklaarde Terlou in ‘DWDD’, “daardoor kom ik redelijk dichtbij hen.” Een prestatie temeer als je weet dat Terlou op de voet wordt gevolgd door een waakhond van de communistische partij.

Een jong meisje in Shanghai vertelt Terlou dat ze plastische chirurgie wil (‘een mooi rond gezicht’), omdat ze anders geen baan vindt. Ze heeft hoge jukbeenderen waarvoor je een moord zou doen. Terlou reageert dan ook met: “Maar je bent nú toch al prachtig.” Kijk, dat is nu de intimiteit die deze serie zo’n warme gloed geeft. Het gaat niet over politiek of corruptie, maar over heel menselijke dingen: schoonheid, een droom najagen, geluk zoeken.

Chinezen zijn eigenlijk net als wij. En dat blijkt niet alleen uit deel één. Dankzij ‘DWDD’ weten we wat ons verder nog te wachten staat: versiercursussen (een jongen stelt als eerste vraag aan een leuk meisje: handel je in aandelen?) en het leven van een Mao-look-alike. Hij plakt een namaakwrat precies op de plek waar de Grote Roerganger die ook had: op z’n kin. Vervolgens steekt hij een Mao-sigaret op, en barst in hoesten uit. Een onbedoeld grappige scène.

Maar terug naar aflevering één. Op de boulevard van Shanghai ontmoet de presentator een jongen die een nieuw bestaan wil opbouwen in de havenstad. Hij maakt kunstfruit voor etalages van restaurants, maar zijn doel is het schrijverschap. Ondanks zijn baan voor dag en nacht, ziet hij kans een dagboek bij te houden. Hij citeert: “Ik ben het gelukkigste kind van God omdat ik nog dankbaar kan zijn.” Terlou schiet vol en zegt: “ik vind het onrechtvaardig dat je zo hard moet werken.” De jongen antwoordt: “Het enige wat ik kan doen is proberen het te veranderen.” Een prachtig fragment. Niet alleen door de inhoud, maar ook door de vorm. Het tweetal wordt vanaf de rug gefilmd. We zien geen tranen, maar voelen ze wel. Geen sensatie, maar integere nabijheid.

We aanschouwen China door het oog van een Zilveren Camera-winnaar, die voor zijn gesprekken alle tijd neemt. Slow television met de rivier de Yangtze als vertelperspectief. Ik hoop in volgende delen wel wat meer te zien over hoe het water de Chinezen aan de oevers heeft gevormd. Voor de rest ben ik na één aflevering al dolenthousiast over deze nieuwe reportagereeks.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *