In culturele kring

Als ik in Parijs ben, logeer ik altijd in hetzelfde hotel.  Het is een eeuwenoud etablissement, niet al te luxe, maar wel midden in Quartier Latin, dus op loopafstand wat al wat schoon en fraai is: het Louvre, de Notre-Dame, Musée d’Orsay, de Sorbonne en de Tuilerieën.

In de kleine dertig jaar dat ik er kom, is er weinig veranderd. In de ontbijtruimte nog steeds dezelfde koorstoelen, met prachtig houtsnijwerk , en op de trap nog altijd de identieke rode vloerbedekking.

Zelfs het personeel lijkt onverslijtbaar. Ik moet me sterk vergissen of de receptionist zat er een kwart eeuw geleden ook al. Hij heeft een Aziatisch uiterlijk, en is allervriendelijkst en spraakzaam. De laatste keer dat ik er was, vorige week, toonde hij een nieuwe kant van zichzelf. “Ik heb”, zei hij, “veel kennis op allerlei vlak.” Punt. Wellicht zag hij mijn enigszins verbijsterde blik, want hij bevestigde met klem: “Ja echt, ik weet veel.”

Hij begon, leunend tegen zijn desk, over James Joyce en Marcel Proust, en verzuchtte: “Helaas, als ik iets over hen kwijt wil, krijg ik negen van de tien keer te horen: wij zijn niet in kunst geïnteresseerd.” “U moet zich in andere kringen gaan begeven”, adviseerde ik. Hij knikte en zei: “U heeft gelijk, culturele kringen.” Dat zou, overwoog ik, toch makkelijk moeten lukken in een literaire wijk waar Oscar Wilde ruim een eeuw eerder in het nogal eenvoudige Hotel  d’Alsace de laatste adem uitblies onder de jammerklacht: “Eén van ons moet de kamer uit, het behang of ik.”

Tijdens mijn overpeinzing was de receptionist weer achter zijn bureau gekropen, met uitzicht op de mooie, grijs-wit geschakeerde hotelvloer. “Doet me een beetje aan Escher denken”,  mompelde ik. Waarop de medewerker helemaal openbloeide, achter zijn balie vandaan sprong, en een uitgebreid relaas afstak over de Nederlandse kunstenaar, eindigend met een soort act waarin hij zijn pen recht naar beneden liet vallen op de vloer. Waaruit ik begreep dat de receptionist daarmee critici van Eschers mathematische werkwijze wilde parodiëren.

Maar zeker van die herinnering ben ik niet, want ik had geen pen bij de hand om alles op te schrijven. En dat is het punt waar ik na deze vrij lange inleiding met u naar toe wil: ik zat zonder pen in Parijs.  Dat is best lastig, zeker in Quartier Latin, waar je, ondanks het literaire karakter, in geen velden of wegen schrijfwaar kunt vinden.

Dus, dacht ik een dag na het Escher-verhaal: ik leen er wel eentje bij de balie. Toen ik me daar vervoegde was de receptionist druk in gesprek met een bijzonder kleurrijk geklede vrouw over de wifi-verbinding. Maar welk taalregister hij ook aansloeg, ze leek niets te begrijpen. “Zelfs mijn Spaans verstaat ze niet”, klaagde hij na afloop. “Het is me een raadsel welke taal zij spreekt.”

Dit was duidelijk een gevoelige slag voor de erudiete receptionist. En toen kwam ik ook nog een keer  een pen lenen. “Dat mag, maar u moet hem wel over twee minuten weer beneden brengen, want ik heb er maar drie”, zei hij kortaf.

Je kan denken: slechte service. Maar ik had alle begrip voor ’s mans wankele humeur na het taalincident. Met de pen in de hand liep ik de trap op en bad: schenk deze heer toch s.v.p. een surplus aan culturele milieus.

‘Ik heb veel kennis op allerlei vlak’, zei de Parijse hotel-receptionist

https://www.trouw.nl/home/het-eeuwenoude-hotel-in-parijs-waar-ik-al-dertig-jaar-kom-lijkt-onverslijtbaar~ac3dadad/

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *