‘Ik mag nóóit misgrijpen’

Linda de Mol scoort met ‘Familie Kruys’, een RTL 4-comedy die ze zelf heeft bedacht en waarin ze zelf ook de hoofdrol speelt. Een kleine vijftien jaar geleden, in oktober 2000, interviewde ik Linda voor het Algemeen Dagblad. Ze had toen net haar eerste acteerrol te pakken, in de misdaadserie ‘Spangen’. “Acteren”, zei ze toen “is voor mij relaxter dan presenteren. Ik voel een minder grote verantwoordelijkheid.” Ter gelegenheid van ‘Familie Kruys’hierbij het hele verhaal.
'Familie Kruys', met Bette (Linda de Mol) en broer Kirk, zondag weer bij RTL 4.
‘Familie Kruys’, met Bette (Linda de Mol) en broer Kirk, zondag weer bij RTL 4 .

‘Als ik iets níet wil zijn in het leven, is het een tut. Ik wil een boeiende, sprankelende persoon blijven. Toen ik voor de eerste keer zwanger was, ben ik na zes maanden gestopt met werken. Ik werd een muts, een enorme muts. Oh God, ik moet vandaag naar de bank. Dat was ineens een issue. Ik heb onze complete cd-collectie gealfabetiseerd, wat ongeveer aangeeft hoe verschrikkelijk ik mij verveelde. Er zijn mensen die met niet-werken een heel zinnige invulling aan hun leven kunnen geven. Ik niet.

Ik heb een redelijk zorgeloos bestaan. In Nederland valt prima te leven als bekendheid. Iedereen die beweert dat het niet zo is, die wíl graag dat het niet zo is. Mij is gelukkig veel bespaard gebleven. De zorgen die ik heb, zijn terug te voeren op mijn werk. Maar zodra ik mijn huis binnenwandel, zijn ze weg. Thuis staat m’n zoontje Julian meteen met een brandweerautootje klaar. Dat relativeert enorm.

Kinderen werken in zekere zin therapeutisch. Het vervelende van dit vak is dat je vaak denkt: dit programma is leuk, maar kan het niet nóg spectaculairder? Zo word je door mijn broer John ook wel een beetje gemaakt. Mijn partner Sander kan de dingen heel slecht loslaten, maar ik roep hem geregeld een halt toe. De schaarse uren die je thuis bent, moet je het lekker hebben. Het is per slot van rekening maar werk, hoe leuk ook.

Privé ben ik soepel in de omgang, kan ik gemakkelijk vergeten. Ik zoek geen ruzie, ben niet wraakzuchtig en niet gauw kwaad. Als je aan mensen die mij heel goed kennen vraagt hoe ik ben, zeggen ze: lief. Dat klopt, maar zoet ben ik niet. Althans minder dan mijn imago doet vermoeden. Ik heb een wat scherpere humor en kan op mijn werk bijzonder opvliegerig zijn. Ook ten opzichte van John, ja. Als wij het niet eens zijn, kunnen de vonken er vanaf vliegen.

Ik heb het idee dat er ontzettend veel op mijn schouders rust. Als iemand in mijn team zijn afspraken niet nakomt, de kantjes ervan afloopt of te veel eigen initiatief toont in de zin van: ‘ik heb maar besloten dat we het heel anders gaan doen’, dan kan ik echt uit mijn vel springen. Om het vervolgens dezelfde avond nog goed te maken. Ik kan niet met ruzie leven.

Mijn broer wordt vaak afgeschilderd als kil en afstandelijk, maar ik weet dat hij dat niet is. John is ten slotte de bedenker van emotie-tv. Hij weet feilloos waar iemands gevoelens zitten en hoe hij ze naar boven kan halen. Hij is wel introvert. John heeft geen enkele behoefte zijn kleine inner circle ook maar 20 centimeter groter te maken. Daarin verschillen wij enorm. Maar John is voor zijn doen al veel extraverter dan tien jaar geleden. Vorige week nam Leo Janssen na een jarenlang dienstverband afscheid van ons bedrijf. Hij is onder meer de bedenker van de 5 Uur Show. John heeft een heel warme, emotionele toespraak gehouden. Tien jaar geleden had hij dat nog niet gekund.

We zijn dol op elkaar, zonder dat we dat van de daken schreeuwen. Het is naarmate je in de tv-wereld bekender wordt en meer geld verdient heel belangrijk dat je van een aantal mensen weet: die zullen altijd achter me blijven staan. John is daar één van, zoals ik er altijd voor hem zal zijn. Dat spreek je niet uit, je weet het gewoon. Sinds ik op de televisie ben, hebben we die band.

Ik kom uit een warm, maar ook streng nest. Eén uur thuis was bij ons één uur thuis, en niet één over één. Ik haalde het ook niet in mijn hoofd om één minuut later te komen. Wat mijn ouders mij ook hebben ingeprent: wees érgens goed in, maakt niet uit wáárin. Ik denk dat het in die tijd vrij uniek was een meisje zo op te voeden.

Ik dacht dat ik een ontzettend goede advocaat zou worden. Dat had mijn vader ook gehoopt. Spijt? Nee, geen dag. In Nederland is advocaat geen spannend beroep, tenzij je Moszkowicz, Spong of Doedens heet. Glamour heb ik niet nodig. Aandacht wel. Graag en veel. Ik zou graag de Televizierring winnen, waarvoor ik vier keer ben genomineerd. In Duitsland heb ik aanzienlijk meer prijzen ontvangen dan in Nederland. Ik heb het geluk gehad om bij de televisie te komen in een periode waarin het er nog niet zo bikkelhard aan toeging als nu. Je kon op je bek gaan, zonder dat het meteen over en sluiten was. Jaren geleden had ik een talkshow bij de TROS, Linda. Vreselijk slecht. Ik was 21 en ben nog nooit zo hard onderuit gegaan. Ik vloog naar Londen om David Bowie te interviewen. Onvoorbereid. Zorgeloos. Nu zou ik drie nachten van tevoren wakker liggen. Sonja Barend zei: ze heeft talent, maar het leven moet er nog een beetje overheen.

Mijn echtscheiding heb ik als een heel nare tijd ervaren, maar verder heb ik weinig leed gekend in mijn leven. Dat klinkt heel saai, ik weet het, maar het is de realiteit. Ik heb hooguit mijn opa’s en oma’s verloren. Er is voor mij dus geen reden om in een depressie te schieten.

Een perfect leven? Ik moet het afkloppen, maar het is zo. Het streven naar perfectie zit in me. Anderen worden er geregeld knettergek van. Ik maak nu 17 jaar televisie, en steek mijn mening niet meer onder stoelen of banken. Als ik een concept niet goed vind, zeg ik dat ronduit. Maar ik zal nooit over beginnende presentatoren roepen dat ze er niets van kunnen. Ik kijk wel uit. Als ik mezelf terugzie als 19-jarige presentatrice schaam ik me diep. Wat een oeverloos gekwebbel.

Ik ben sinds Spangen ook actrice, als je het zo wilt noemen. Een opleiding heb ik daar niet voor genoten, maar ik denk dat je als presentatrice ook een beetje moet kunnen acteren. Vandaar dat het me misschien niet eens zo slecht afgaat. Monique van de Ven is een enig mens. Het soort vrouw waar ik van hou. No-nonsense, een groot relativeringsvermogen en behept met hetzelfde gevoel voor humor als ik.

Als actrice ben ik relaxter dan als presentatrice. Ik voel een minder grote verantwoordelijkheid. Spangen is niet de Linda de Mol-show, zal ik maar zeggen. Ik concentreer me op de scènes die ik moet spelen en voor de rest heb ik het ontzettend gezellig met collega’s.Als presentatrice voel ik op het moment dat ik de studio binnenkom al een enorme verantwoordelijkheid op me drukken. Hadden we niet afgesproken dat die bank grijs zou zijn in plaats van zwart, en is die kandidaat nou tóch door de selectie gekomen? Dat was niet de afspraak! Het is míjn programma, en als het niet goed gaat, gaat míjn kop eraf. Dat idee.

Ik heb het ’t allermoeilijkst als ik me probeer te beheersen, bijvoorbeeld wanneer een computer crasht. Ik barst dan om een uur of vijf alsnog in woede uit. Geheel ten onrechte natuurlijk, maar het lucht zo lekker op. Het is maar goed dat ik in Nederland bij de publieke omroep zit. Bij een commerciële zender, zoals RTL in Duitsland, heb je ook nog die voortdurende dwang om marktaandelen te scoren. Die druk zou ik niet in twee landen tegelijk aankunnen.

Als je vraagt wat het merkwaardigste aan mij is, zeg ik: mijn overdreven organisatiegevoel. Ik moet alles onder controle hebben zodat de kans op uitglijders minimaal is. Gelukkig remt Sander mij zo nu en dan af, anders zou dat ordenen tot in het absurde doorgaan. Ik zou ’t liefst ’s avonds alle Barbiepoppen van mijn dochtertje keurig bij elkaar leggen, net als alle autootjes van ons zoontje, als het kan op kleur en afmetingen. Voordat ik naar bed ga, controleer ik de koelkast, of alle levensmiddelen netjes zijn gerangschikt. Ik maak overal lijstjes voor. Dat is mijn manier om de chaos te beheersen. Ik mag nóóit misgrijpen.

Mijn irritantste eigenschap is dat ik moeilijk tegen mijn ongelijk kan. Ik ben in staat om onheuse argumenten aan te dragen om maar mijn zin te krijgen. Ik gooi er rustig een paar getallen tegenaan die niet kloppen: 30 procent van de kijkers waardeert dit of dat. Dat verzin ik dan ter plekke. Haha. Het mooiste aan mezelf? Mijn lach. En wat mijn innerlijk betreft: mijn inlevingsvermogen. Ik kan goed luisteren en mensen uit de shit helpen. Ik zou een goede psychotherapeute zijn.

Overigens heb ik de pretentie dat ik in veel beroepen goed zou kunnen worden, een fantastisch restaurant runnen bijvoorbeeld. Ik heb zelfs het gevoel dat ik een heel bekwaam minister zou zijn. Als ik zie hoe Tineke Netelenbos dat rekeningrijden erdoor jast, denk ik: dat zou ik ook kunnen. Alleen, ik wil het niet. Ik zit in het goede vak. Ik zal wel altijd bij de televisie blijven, al kan ik mij ook voorstellen dat het later iets achter de schermen wordt.

Het is van de TROS een gouden greep geweest om Love Letters na een afwezigheid van vier jaar terug te brengen op het scherm. Het programma scoort enorm, terwijl bij de start in 1992 iedereen verontwaardigd riep: dat kan toch niet, trouwen op de televisie?! Het was het eerste emotieprogramma op de Nederlandse tv, mensen moesten er nog aan wennen. We krijgen nu ook homo-paren in Love Letters. Eindelijk! Bij de TROS levert dat weinig problemen op, maar de RTL-directie in Duitsland wil er niets van weten. Traumhochzeit is een traditioneel programma, zeggen ze,  en dat moet zo blijven. Maar ik denk dan: verdomme, als homoseksualiteit in Duitsland nog steeds zo’n groot probleem is, moeten er juist homo’s in. Ik heb al vijf jaar geleden geroepen dat ze zich moeten aanmelden, maar het aantal kandidaten is op de vingers van één hand te tellen. Wanneer mijn eigen Traumhochzeit komt? Sander en ik denken niet zo aan trouwen. De kinderen scheppen al een onverbrekelijke band.

Toen ik hoorde dat bij Miljoenenjacht, mijn nieuwste programma, de hoofdprijs tien miljoen was, dacht ik: moet dat nou? Maar goed, de kandidaat kan evengoed met 100 gulden naar huis gaan. Dat we zulke grote sommen kunnen weggeven, komt door de deelname van de Postcodeloterij. Zolang er miljarden naar goede doelen gaan, heb ik minder moeite met prijzen van tien miljoen. Alhoewel het natuurlijk een beetje decadent blijft. Maar het gaat blijkbaar zo goed met Nederland dat we ons dit soort bedragen kunnen permitteren.’

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *