Het schoolkind als levenskunstenaar

Biechten, eerste communie en kerkelijke leer, daar houdt het gros van het katholieke onderwijs zich niet meer mee bezig. Wat over is, is de katholieke cultuur. Zoals op De Maasoever in Spijkenisse.
Hans Nöllen, directeur van De Maasoever.

Half negen donderdagochtend. Rustig schuivelen de kinderen van groep zeven het klaslokaal binnen. Leraar Erik Windmeijer begroet hen vriendelijk en slaat een kruisje. De kinderen doen het hem na en mompelen: In de naam van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest. Daarna een gezamenlijk Onze Vader, en weer een kruisje.

We zijn te gast op de katholieke basisschool De Maasoever in Spijkenisse. Vroeger een gelovig dorp, nu een geseculariseerde stad met 72.000 inwoners. Acht van de tien ouders die hun kind naar De Maasoever sturen zijn niet-katholiek, zegt directeur Hans Nöllen (58). Het lerarenkorps bestaat, zo schat hij, voor dertig procent uit niet-katholieken. Toch beginnen de groepen drie tot en met acht elke ochtend met een levensbeschouwelijk moment. ‘Trefwoord’ heet de methodiek. “We hebben vanochtend ook een stukje uit de Bijbel”, roept Nöllen verheugd.

Deze weken is het trefwoord ‘ontevredenheid’. “Bestaat er zoiets als een recht op ontevredenheid?”, wil Windmeijer weten. “Jawel”, vindt een jongen. “Als je arm bent omdat de regering al het geld voor haarzelf houdt.”

Bijna onopvallend stuurt Windmeijer de vragen in een persoonlijke richting. “Heb je zelf reden tot ontevredenheid?” “Ja”, zegt een meisje, “als ik niet naar mijn oma mag. Ik kan geen ‘nee’ horen.” “En als anderen nu eens ontevreden zijn over jóu?’, luidt de volgende vraag. “Dan kijk ik eerst of het echt mijn fout is, en zo ja dan doe ik er wat aan”, antwoordt een jongen wijs.

Nu gaat de Bijbel open. Windmeijer leest het oerverhaal over menselijke ontevredenheid: Exodus 32. Het volk Israël, net bevrijd uit Egypte, is gepikeerd over zijn lot en richt, tot woede van Jahweh, midden in de woestijn een gouden kalf op.”Waarom zou God niet willen dat een afbeelding van hem wordt gemaakt?”, vraagt Windmeijer. Een jongen: “Omdat je dan, zeg maar, een vooroordeel krijgt.” Windmeijer: “Misschien wordt bedoeld: laat iedereen zelf zijn eigen voorstelling van God maken.”

“En wat vinden jullie van de manier waarop het volk zijn onvrede uit?”, vervolgt de leraar. “Je mag toch demonstreren?!”, vindt een jongen. “Nou, dat doen ze, op een redelijke manier.”

Het gouden kalf als spiegel voor eigen onlustgevoelens. Het werkt. Een voorzichtige conclusie van dit half uurtje ‘Trefwoord’ mag zijn: Je houdt je aan de regels, maar soms mag je ervan afwijken, mits op gepaste wijze. Kan het katholieker?

De katholieke cultuur is behouden, ook op een school als De Maasoever waar een (groot) deel van leerlingen en leraren niet meer katholiek is . “Tja, dat was vroeger wel anders ”, mijmert Windmeijer (55). “Op mijn lagere school was iedereen katholiek, en je zag elkaar elke zondag tijdens de mis.” Die tijd is voorgoed voorbij. Pastoors geven geen catechese meer op school, kinderen worden niet meer voorbereid op de sacramenten of gekneed tot model-katholiek.

Ook Windmeijer gaat niet meer naar de kerk, maar hij heeft er geen moeite mee om voor de klas te bidden en uit de Bijbel te lezen. “Ik ben gelovig en het hoort bij deze school. Bovendien, ik vind die verhalen waardevol. Dat geldt ook voor de kinderen, al krijgen de Bijbelverhalen thuis meestal geen vervolg. Slechts één van de achtentwintig leerlingen in mijn groep is katholiek.”

Het is trouwens niet altijd een bijbelse geschiedenis die wordt voorgelezen, het kan ook een ander verhaal zijn of een gedicht. Wel is het startpunt steeds de leefwereld van het kind. Daarna wordt het bruggetje gemaakt naar het ‘grote verhaal’. “Een methodiek waar ik erg in geloof”, zegt Windmeijer. “Je komt op die manier heel dicht bij het kind en zijn beleving. Je ontdekt bijvoorbeeld dat het in onvrede blijft hangen. Dat kan aanleiding zijn tot een nader gesprek. Met hem of haar of met de ouders.”

Kinderen van De Maasoever.

De methodiek van De Maasoever in de Spijkenisser Maaswijk staat niet op zich, maar vloeit voort uit het beleid van de Rotterdamse Vereniging voor Katholiek Onderwijs (RVKO), die 63 katholieke scholen in Rotterdam en omgeving onder haar hoede heeft.

Een dikke tien jaar geleden publiceerde de RVKO (anno 1873) de beleidsnotitie ‘katholieke identiteit’. Daarin werd allereerst gewag gemaakt van het feit dat binnen het lerarenkorps van de vereniging ‘een diversiteit aan levensvisies’ voorkwam: christenhumanistisch, min of meer verbonden met de katholieke kerkgemeenschap, niet-christelijk en agnostisch.

Maar wat allen verenigde was de visie dat een school meer is dan een leer- en prestatiefabriek. Men wilde de leerling normen en waarden meegeven in de verwachting van een betere wereld. Aansluitend formuleerde de RVKO zeven waarden, die herleidbaar zijn tot het Evangelie: verwondering, respect, verbondenheid, zorg, gerechtigheid, vertrouwen en hoop.

Met die waarden ging elke RVKO-school vervolgens ‘naar eigen kunnen en verantwoordelijkheid’ aan de slag. Bij De Maasoever vertaalde zich dat onder meer in: elke Palmpasen een goed doel. Dit jaar vulde elke groep een doos voor jarige kinderen, wier ouders te weinig geld hebben voor een verjaardagsfeestje. In de doos bevond zich traktatiemateriaal en een cadeau voor het jarige kind. Verder zijn er rond Pasen en Kerst christelijke vieringen en worden er jaarlijks drie weken uitgetrokken voor het project Wereldgodsdiensten. En dan natuurlijk het dagelijkse ‘Trefwoord’ voor de hogere groepen. De groepen één en twee krijgen eenmaal per week het eveneens levensbeschouwelijke ‘Reis van je leven’.

Sinds zeven jaar is Hans Nöllen directeur van de vijfhonderd leerlingen tellende school. Een praktiserend katholiek, voor wie het ‘geen worsteling’ is de identiteit van zijn school staande te houden in een geseculariseerde wereld. “Die zeven waarden zijn richtinggevend. Natuurlijk, openbare scholen hebben ook hun waarden, maar het verschil is dat wij ze ontlenen aan het Evangelie.”

“De ouders, van welke achtergrond ook, vinden het belangrijk dat hun kinderen iets van het geloof meekrijgen. Dat proberen we op een niet-dwingende manier. Geen ge- en verboden, maar samen delen en samen spelen in een veilige omgeving. Wij staan dicht bij het kind. Kijk, zo‘n gouden kalf-verhaal werd vroeger voorgelezen en uitgelegd door een pastoor, en dat was het dan. Nu wordt het vermengd met het dagelijkse leven van het kind. Het kind als levenskunstenaar, daar draait het hier om: elk kind kan een belangrijke schakel zijn in zijn eigen wereld.”

In de RVKO-beleidsnotitie staat dat ‘het geweten van het kind bewust een richting wordt gewezen naar goed leven, als tegenbeweging tegen de huidige liberale kijk op het leven’, waarbij liberaal staat voor ‘vrijblijvend’ en ‘niet solidair’. Nöllen: “Hoe ik dat vertaal? Dat je een eigen mening mag hebben maar wel zo dat je daarmee anderen niet kwetst of verwaarloost. Op deze school willen we niet meewerken aan een nog verdere vervlakking en verharding van de maatschappij.”

Katholiek onderwijs anno 2017: leraren zonder katholiek Pabo-diploma volgen, geheel in lijn met het RVKO-beleid, een cursus godsdienst/levensbeschouwing, zodat ze onderlegd en wel ‘het katholieke geloof kunnen aanbieden’ en daarnaast ‘de interreligieuze dialoog mogelijk kunnen maken.’ Nöllen: “Dialoog is hier heel belangrijk, respect voor andere godsdiensten. In het project Wereldgodsdiensten gaan we op zoek naar overeenkomsten en verschillen tussen de diverse religies. De pastoraal werker van Spijkenisse en vertegenwoordigers van moskee en synagoge komen dan naar onze school. Waar we over vijftig jaar staan? Ik hoop dat De Maasoever dan nog steeds een katholieke school zal zijn, passend bij de tijdgeest en nog steeds niet dwingend.”

De Maasoever is, zo bleek al in de groep van Windmeijer, voor het overgrote deel een witte school. Botsingen met moslimouders over de invulling van christelijke feesten doen zich daardoor, anders dan op katholieke collega-scholen in de Randstad, niet voor. Maar wat nu als de leerlingenpopulatie ‘verislamiseert’? Verdwijnen dan de kruisjes uit het klaslokaal? Nöllen: “Wat mij betreft niet. Ouders die voor een rooms-katholieke school kiezen, kiezen tevens voor een identiteit. Dat zeg ik in elk intake-gesprek. Daar vragen wij respect voor, zoals wij omgekeerd respect hebben voor de islam. Wij trekken netjes onze schoenen uit als we een moskee betreden. Moslimkinderen krijgen van ons verlof met het Suikerfeest, en bij de Kerstviering hebben we voor hen halal-vlees. ”

In haar proefschrift ‘Los-bandig katholiek’ vraagt Tanja van Leeuwen tachtig leraren van katholieke scholen in Alphen aan den Rijn naar hun inspiratiebronnen (zie kader). Wat zijn de inspiratiebronnen van Nöllen? “Ik zit niet wekelijks in de kerk en lees niet veel in de Bijbel. Daar wil ik eerlijk over zijn. Ik ontvang mijn inspiratie vooral van de mensen om mij heen: van de RVKO, collega’s, ouders en, niet te vergeten, de kinderen.”

Hij staat op en loopt naar het schoolplein. Waar hij wordt bestormd door een horde leerlingen.

‘Los-bandig katholiek’

‘Los-bandig katholiek’ is de titel van een door Tanja van Leeuwen geschreven proefschrift uit 2016. Die aanduiding zal zeker niet alleen van toepassing zijn op de katholieke scholen in Alphen aan den Rijn die de promovenda onderzocht, maar ook op vele scholen elders in het land, waaronder die van de RVKO. Wat is namelijk ‘los-bandig katholiek’? Dat zijn katholieke scholen die wel een band voelen met hun oorsprong, maar er losser mee omgaan dan vroeger.

Het onderzoek ging over de vraag welke deugden de leerkrachten van de Stichting Katholiek Basisonderwijs Alphen aan den Rijn wilden overdragen aan hun leerlingen, uit welke bronnen zij daarbij putten en hoe zij zelf hun waarden spiritueel voedden.

De tachtig geïnterviewde leraren vonden twintig deugden belangrijk, waarbij naastenliefde, respect voor anderen, samenwerking, zelfstandigheid en zelfvertrouwen eruit sprongen.

Veertien leekrachten putten uit confessionele bronnen, achttien uit seculiere bronnen (‘deze groep wijst het bestaan van God af, en gelooft ook niet in ‘iets’’) en 48 uit ongebonden spirituele bronnen.

De eigen spirituele voeding varieerde van muziek luisteren en wandelen tot sport en meditatie. Van de tachtig gingen er dertien min of meer regelmatig naar de kerk. Vijf anderen bezochten de kerk alleen op hoogtijdagen. Bidden werd zowel gedaan door confessionele leerkrachten als ongebonden spirituelen. Mediteren daarentegen deden de confessionelen niet, alleen de ‘ongebondenen’. In de laatste groep bevond zich tevens een leerkracht die geregeld met wierook door haar huis loopt ter zuivering van de atmosfeer.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *