Droom van kalifaat sudderde al 30 jaar

De droom van een islamitische staat is niet nieuw. Al in de jaren tachtig ijverde de radicale moslim Cemalettin Kaplan voor de oprichting van een kalifaat. Dat deed hij niet vanuit zijn moederland Turkije – want dat wees hem wegens staatsgevaarlijke activiteiten uit – maar vanuit Duitsland, dat hem ruimhartig asiel verleende. Alarmerende geluiden over moslim-extremisme werden toen door de overheden weggewuifd. Op zaterdag 18 juni 1988 publiceerde ik er onderstaand verhaal over in de Haagsche Courant. Ondertussen is wat destijds ondenkbaar leek, nu, door toedoen van IS, werkelijkheid: een eigen kalifaat.

foto-bij-is

Op Tweede Kerstdag 1987 hielden 150 Turken in een Tilburgs zaaltje een opmerkelijke bijeenkomst. Het onderwerp was niets minder dan de omverwerping van de Turkse staat. Op deze donkere decemberdag, waarop de rest van Nederland aan de kerstdis zat, spraken de Turken over de ‘goddeloze’regering in hun geboorteland en het al even ‘verderfelijke’staatshoofd Evren.

Ook voor de stichter van de Turkse republiek Kemal Atatürk hadden ze geen goed woord over. Hij zat liever in de kroeg dan in de moskee. ‘Daarom is het hoog tijd dat ons vaderland weer wordt teruggebracht in het rechte islamitische spoor.’ Dat was zo ongeveer de strekking van de gloedvolle redevoering die Cemalettin Kaplan die dag hield in het katholieke zuiden.

Kaplan, door zijn aanhangers ook wel ‘hodja’(geestelijk leider) genoemd, is de grote man achter de islamitisch-fundamentalistische beweging in West-Europa. Deze organisatie van fanatieke moslim-Turken wil in Turkije een islamitische staat stichten naar Iraans voorbeeld. Vanwege zijn staatsgevaarlijke plannen werd Cemalettin Kaplan in 1981 uit zijn vaderland gezet. Hij vluchtte naar Keulen, de stad die dankzij haar grote aantal Turkse inwoners ook wel de 68-ste provincie van Turkije wordt genoemd.

Heilige oorlog

Van daaruit voert de voormalige moefti van de Zuidturkse stad Adana (in functie te vergelijken met een bisschop) een heilige oorlog tegen het regime in zijn geboorteland. In zijn propagandastrijd verspreidt de 61-jarige moslimleider nog geen geweld, maar wel boeken, geschriften, preken en videobanden onder zijn volgelingen in West-Europa. Hoe groot zijn aanhang is onder de honderdduizenden Turken die destijds als gastarbeider naar Europa trokken, is niet te zeggen. Volgens voorzichtige schattingen zou Kaplan op tien procent van de Turken kunnen rekenen.

Kaplan, die inmiddels de Duitse nationaliteit heeft gekregen, schreef alvast een grondwet naar Iraans model voor zijn ‘nieuwe’Turkije, waarvan kopieën illegaal circuleren in zijn geboorteland. Geheel volgens de fundamentalistische principes wordt het burgerlijk wetboek aan de kant geschoven en komt er een staat voor in de plaats die is gebaseerd op de meest letterlijke uitleg van de koran. Dat betekent geen gelijke rechten meer voor vrouwen, een einde aan de scheiding tussen kerk en staat, sharia-rechtspraak, Arabisch als voertaal, en fundamentalistisch onderwijs.

Einddoel

Maar Kaplans ambities gaan verder. Zijn einddoel is de oprichting van een grote  moslimwereldgemeenschap, geleid door een kalief, die zowel staatshoofd als geestelijk leider is. De (geestelijke) grenzen tussen alle islamitische broederlanden, zoals Iran, Turkije, Marokko, Afghanistan, Pakistan en Saoedi Arabië moeten uiteindelijk verdwijnen. Kaplan wordt door zijn tegenstanders absoluut niet beschouwd als een dorpsgek of hofnar waarover ze zich verder weinig zorgen hoeven te maken. De Turkse autoriteiten die als de dood zijn voor een omwenteling à la Iran, houden zijn doen en laten nauwkeurig in de gaten.

In Turkije is na de stichting van de republiek in 1923 koortsachtig getracht de rol van de islam terug te dringen tot binnen de moskeemuren. De religie mag zich op geen enkele wijze met staatszaken bemoeien, maar aan de andere kant controleert de staat via het presidium voor godsdienstzaken, dat onder meer islamitische voorgangers aanstelt en betaalt, nauwlettend het doen en laten van de gelovigen.

Maar desondanks ligt in Turkije altijd het gevaar op de loer dat islamitische fundamentalisten teveel invloed krijgen. In september 1980 hield de Nationale Heilspartij van Necmettin Erbakan een demonstratie tegen de seculiere principes van de Turkse staat. De militaire coup enkele dagen daarna wordt gezien als een rechtstreekse reactie op dit islamitische oproer. De ‘verbanning’van Kaplan enkele maanden later was een logisch vervolg op die anti-fundamentalistische staatsgreep. Het Turkse leger wilde definitief afrekenen met revolutionaire moslims en verbood daartoe onder meer de Nationale Heilspartij.

Willige prooi

Omdat het de fundamentalisten na 1980 te heet onder de voeten werd, heeft deze beweging zich in toenemende mate op West-Europa gericht. Een aantrekkelijk ‘zendingsgebied’. Niet alleen kunnen de fanatieke moslims daar dingen zeggen die in eigen land verboden zijn, bovendien hebben ze te maken met islamieten die dankzij een geloofsachterstand een willige prooi zijn. De Turken die destijds van het arme platteland als gastarbeider naar West-Europa trokken, verkeerden de eerste jaren in een religieus isolement. Er waren geen moskeeën en islamitische geestelijken. De Westeuropese Turken zijn nu bezig met een religieuze ‘inhaalmanoeuvre’en daardoor extra gevoelig voor het oplevende fundamentalisme.

Met name Nederland, waar 155.000 Turken wonen, lijkt steeds meer doelwit van de fundamentalistische beweging. In maart vorig jaar bezochten vijfduizend Turken uit Nederland, Frankrijk, België en Duitsland een moslim-congres in de Rotterdamse Doelen, waar oud-voorzitter Erbakan van de Nationale Heilspartij de belangrijkste spreker was. Erbakan is een goede bekende van Kaplan. De laatst stond in 1977 op de kandidatenlijst van Erbakans partij, maar hij werd niet in het parlement verkozen. Toen Kaplan naar Keulen uitweek kreeg hij van de moslim-politicus de opdracht meer aanhangers te werven onder de streng islamitische organisatie Milli Görüs (Nationale Opinie).

De verzamelde moslims werden tijdens het congres opgeroepen het ware geloof wereldwijd te verspreiden. Ook klonk een pleidooi voor de oprichting van islamitische scholen in Nederland. Een van de organisatoren van het congres was Muzaffer Ugur. Hij heeft het inmiddels voor elkaar dat Rotterdam half augustus de eerste islamitische basisschool van Nederland krijgt.

Onafhankelijk

Een bedenkelijke primeur, vindt de gemeente, want een aparte moslimschool belemmert de integratie van Nederlanders en migranten. Ugur houdt evenwel vol dat zijn school een doodnormale onderwijsinstelling is, waar naast het verplichte onderwijs tevens koran lessen worden gegeven. “We hebben met niemand banden, onze school is volkomen onafhankelijk”, zegt hij.

Volgens Bert Evenhuis, diplomaat op de Nederlandse ambassade in Ankara, wil Kaplan in het kader van zijn islamitische revolutie overal in West-Europa strenge moslimscholen oprichten, waar kinderen worden gehersenspoeld met de koran. In West-Duitsland, waar anderhalf miljoen Turken wonen, is hij daarmee al begonnen.

Overigens met wisselend succes. Vorige maand  sloot de politie tweemaal een onwettig kinderinternaat in Keulen. Omdat Nederland (nog) niet over dergelijke scholen beschikt, sturen steeds meer Turkse ouders hun kinderen terug naar het moederland. Daar bezoekt het kroost veelal illegale Koranscholen, waar onder het mom van naai- of kooklessen kinderen worden omgeturnd tot ‘super-islamieten’.

Niet alleen in eigen land kampt de Turkse overheid met radicale moslims, sinds 1980 ook in het buitenland. Een Turkse minister heeft toegegeven dat de staat daarmee veel te laat is begonnen, waardoor het fundamentalisme vaste voet aan de grond kon krijgen in West-Europa.

“Turkije probeert radicale moslims de wind uit de zeilen te nemen door er bij de Nederlandse overheid op aan te dringen islamonderwijs te geven op openbare scholen”, vertelt Evenhuis. Tot nu toe lijkt Den Haag zich echter niet al te druk te maken over de opmars van deze volgelingen van Mohammed. Evenhuis doet dat wel: “Fundamentalistische moslims belemmeren de integratie. Ze mogen een Nederlander zelfs geen hand geven.” De Frankfurter Allgemeine Zeitung schreef in april vorig jaar dat radicale moslims geneigd zijn zich weinig aan te trekken van Westeuropese regels en wetten, omdat die immers zijn ontworpen voor christenen.

Gevaar

In voor een diplomaat ongekend duidelijke bewoordingen heeft Evenhuis het ministerie van onderwijs en wetenschappen in Zoetermeer gewaarschuwd voor het ‘islamitische gevaar’. Ook de Rotterdamse delegatie die onder leiding van wethouder Simons (PvdA) van culturele minderheden vorig jaar juni een studiereis maakte in Turkije werd door Evenhuis bestookt met alarmerende informatie. Maar Rotterdam, dat met 24.000 Turken de meest ‘Turkse stad’ van Nederland is, ging  schouderophalend aan het verhaal van de diplomaat voorbij. Gerard Burger, ambtenaar op het gemeentelijk bureau migranten, vertelt dat de Maasstad van plan is geweest het relaas van Evenhuis nader te onderzoeken. “Maar dat rapport is er nog niet en het is de vraag of het er ooit komt. We vinden de verhalen van Evenhuis eenzijdig en propagandistisch, maar weerleggen kunnen we ze ook niet”, geeft hij toe.

Ondertussen is Rotterdam wel de stad die in de Eyyub Sultan moskee een centrum kent van aanhangers van Cemalettin Kaplan. Iets wat ook door Gerard Burger en Hans Simons wordt toegegeven. Verder is de Mili Görüs beweging in de weer geweest een centrum te openen in de voormalige jongerenclub Arena. Bovendien telt de Maasstad een paar moskeeën die buiten de Dyanet (het westerse verlengstuk van het Turkse presidium voor godsdienstzaken) vallen en die uitgaan van de Suleymanci’s. Er bestaat een sterk vermoeden dat deze moslimgroep nauwe banden onderhoudt met extreem-rechts.

Bedreiging

De Suleymanci’s beweging is een bedreiging voor de democratische vrijheid, zo blijkt uit verhalen van de Turkse journalist Ugur Mumcu in de kwaliteitskrant Cumhuriyet. Daarnaast publiceerde hij een dik boek, getiteld ‘Rabita’, dat handelt over het islamitisch fundamentalisme in West-Europa. Het boek is genoemd naar de radicale wereldmoslimorganisatie  die vanuit Saoedi Arabië geestverwanten in West-Europa moreel en financieel ondersteunt. Verder zou volgens Mumcu Iran een belangrijke rol spelen in de steun aan de heilige oorlog tegen buurland Turkije.

Kaplan heeft laten weten dat hij niet zal aarzelen om in geval van oorlog aan de zijde van Iran mee te vechten tegen zijn eigen ‘goddeloze’vaderland. In dit verband zal het niet verbazen dat de hodja van Keulen inmiddels de nationalistische Mili Görüs, die volgens Kaplan te eng is gericht op de verbinding islam-Turk, heeft verlaten. De moslimleider heeft nu een eigen organisatie: de Khomeinisten, in de volksmond ook wel islam-revolutionairen genoemd.

‘Islamitische Gijsen’

De verwijzing naar Khomeiny is natuurlijk niet toevallig. Net zoals de ayatollah in 1979 vanuit Parijs voor een islamitische omwenteling zorgde in Iran, probeert Kaplan vanuit Keulen een revolutie te bewerkstelligen in Turkije. Trots noemt Kaplan zichzelf de tweede Khomeiny. Maar Ahmet Arslan betitelt hem als de ‘islamitische Gijsen’. De vice-voorzitter van de Tilburgse Suleymanci moskee (die anders dan de naam doet vermoeden geen banden heeft met de Suleymanci’s) was Tweede Kerstdag vorig jaar ‘uit pure nieuwsgierigheid’aanwezig tijdens de vermoedelijk eerste bijeeenkomst van Kaplan in Nederland. De hodja van Keulen wilde eerst spreken in de moskee, maar daar staken het moskeebestuur en de Dyanet uit politieke overwegingen eendrachtig een stokje voor.

Daksar, een andere Tilburgse Turk, zegt: “Kaplan is gek, een keiharde vent. De combinatie Kaplan en de islam is net zo gevaarlijk als een idiote chauffeur in een spiksplinternieuwe Mercedes. Natuurlijk is het goed als moslims wereldwijd samenwerken, net zoals de katholieken, maar van opheffing van landsgrenzen en van een kalifaat kan geen sprake zijn.” Daksar en Arslan betreuren dat de ‘tweede Khomeiny’de islam zo’n slechte naam bezorgt. “want in ons geloof staan naastenliefde en verdraagzaamheid voorop.” Het tweetal zou het een goede zaak vinden als Kaplan in Keulen een reis- en spreekverbod zou krijgen. Maar voorlopig ziet het daar niet naar uit. In februari belegde de moslimleider een volgende geheime bijeenkomst in Nederland. Dit keer in Vlaardingen.

Tolerant

Ibrahim Görmez, algemeen directeur van de Islamitische Omroep Stichting (IOS) in Hilversum, is er vast van overtuigd dat slechts een minderheid van de in Nederland woonachtige Turken de ideeën van de hodja van Keulen aanhangt. “Nederland kent een lange traditie van openheid, ruimdenkendheid en tolerantie. In West-Duitsland vind je onder moslims meer extremisten. Wat Khomeiny en Kaplan doen is niet islamitisch”, meent de omroepdirecteur. “Als je de koran goed hebt gelezen, weet je dat je als moslim verdraagzaam moet zijn . Als Allah had gewild dat de hele wereld islamitisch was, dan had hij iedereen wel als moslim geboren laten worden. De islamitische staat bestaat nergens ter wereld en zal er ook nooit komen.”

Bekeren is niet het doel van de IOS. “Wij zijn een onafhankelijke omroep die wil meewerken aan integratie en het wegenemen van vooroordelen tussen christenen en moslims.”De omroepdirecteur, tevens actief lid van het CDA, vindt het triest dat door het optreden van Cemalettin Kaplan het vooroordeel nieuw leven wordt ingeblazen als zou elke moslim klaarstaan om hoofd en hand van andersdenkenden af te hakken.

Abulwahid van Bommel, een van oorsprong hervormde Hagenaar die zich ruim twintig jaar geleden tot de islam bekeerde, meent dat het fundamentalisme wortel kan schieten als de overheid migrantenjongeren in het verdomhoekje laat zitten. “Deze jongeren komen nergens aan de bak, noch in het onderwijs, noch op de arbeidsmarkt. Dit kan op lange termijn leiden tot gijzelingsacties van ambassade-personeel zoals destijds in Iran. President Carter had die actie ver van tevoren kunnen zien aankomen, maar hij sliep rustig door.”

‘Koekenbakker’

“Wat die koekenbakker van een Evenhuis uitkraamt, is onzin”, vervolgt Van Bommel. “De grootste islamitische invloed in West-Europa gaat niet uit van Kaplan en aanhangers, maar van de Turkse staat, die de meeste moskeeën in handen heeft. “

Volgens ‘Rabita’van Ugur Mumcu zijn dat er 300. Daarnaast zouden de Suleymanci’s 200 Westeuropese moskeeën in handen hebben en de Mili Görüs 218. Van Bommel geeft in Den Haag leiding aan een informatiecentrum over de islam. Hij noemt zichzelf een gematigd moslim, ofschoon hij toegeeft dat zijn centrum in de beginjaren eens een donatie van Saoedi Arabië heeft aanvaard.

Dat is het land waar de islam zo’n kleine 1400 jaar geleden ontstond, toen Mohammed zijn openbaringen kreeg. Kaplan vergelijkt zichzelf niet alleen graag met Khomeiny, maar zelfs met de profeet. Werd Mohammed in het jaar 622 immers niet uit zijn geboortestad Mekka verbannen naar Medina? Zoals Kaplan in 1981 zijn geboortestreek moest inruilen voor Keulen? En hoe glorieus was enkele jaren na 622 niet de wederkomst van Mohammed in zijn oude vaderstad, waar hij al spoedig werd erkend als de grote profeet van Allah?!

Naschrift 18 februari 2015: Cemalettin Kaplan zag zijn droom van een kalifaat niet bewaarheid. Hij stierf op 16 mei 1995. Zijn zoon Mohammed Metin Kaplan nam daarna het stokje over. In 2004 leverde Duitsland hem uit aan Turkije, waar hij wegens hoogverraad tot levenslang werd veroordeeld.  Maar het kalifaat (IS) kwam er. Alleen begon het niet in Turkije, zoals de Kaplans voor ogen hadden, maar in delen van Irak, Syrië en Libië. Intussen wordt Turkije vanaf 2003 geleid door Recep Tayyip Erdogan (eerst als premier, later als president). Hij is de meest orthodox-islamitische staatsman sinds de scheiding van kerk en staat in Turkije in 1923.  

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *