Het Ding is geen ding meer

Rotterdammers zijn meesters in het bedenken van bijnamen. De Beurstraverse heet in de volksmond Koopgoot, het nieuwe treinstation Kapsalon en de Pauluskerk Oliebol. En zo noemen ze het ondefinieerbare kunstwerk voor De Bijenkorf Het Ding.

Over Het Ding wordt al jaren geredekaveld. Het roest zo’n beetje weg, maar de gemeente wil niet voor de kosten opdraaien. Bouwfonds, de eigenaar, heeft nu besloten zelf de hele restauratie te betalen. Kosten zeven ton.

Ter voorbereiding is alvast een staalconstructie rond Het Ding aangelegd. Een kapper in de omtrek zegt: “Het Ding mag wat mij betreft vandaag nog weg.”

Een jonge toerist uit Duitsland denkt daarover anders. Hij maakt deze middag foto’s van de metershoge sculptuur. “Wat het is, weet ik niet, maar fascinerend is het wel. Zou het een anker zijn aan de voorplecht van een schip? Het lijkt er wel een beetje op.”

Een rondwandelende bewaker mompelt: “We hebben wel lelijker kunstwerken in Rotterdam, zoals die olievaten aan het Churchillplein.”

Een medewerker van De Bijenkorf passeert. Kan hij het mysterie van Het Ding verklaren? Dat niet, maar hij weet wel hoe het bij het warenhuis is terechtgekomen. “De gemeente wilde de rooilijn van De Bijenkorf dichter bij de Coolsingel hebben, maar de architect vertikte dat. Als compromis is toen Het Ding hier geplaatst, bij wijze van vooruitgeschoven rooilijn.”

Toen was 1957, het jaar waarin de naamloze sculptuur van de Amerikaanse kunstenaar Naum Gabo werd onthuld. Ik lees het op mijn smartphone, en tegelijkertijd word ik aangesproken door een oudere heer, die de conversatie met de inmiddels vertrokken Bijenkorf-medewerker vanaf een afstandje geïnteresseerd heeft gevolgd. “Ik zal u het hele verhaal vertellen”, zegt hij, leunend tegen het hek van de metro-ingang.

“Na de oorlog had je hier Cornelis van Traa, stadsarchitect van de wederopbouw. Zijn idee was om van de Coolsingel een boulevard à redans maken, dat is een bouwstijl met uitspringende en terugwijkende panden, een dubbele rooilijn zogezegd. Kijk, ziet u daar naast De Bijenkorf, het Atlanta Hotel, in art deco-stijl? Dat springt naar voren. De Bijenkorf wijkt weer geheel terug. Maar dat was niet Van Traa’s bedoeling. Hij wilde dat De Bijenkorf gedeeltelijk zou uitspringen. Bijenkorf-architect Marcel Breuer moest daar echter niets van hebben. En zo is na heel veel geouwehoer, mag ik wel zeggen, Het Ding uit de bus gekomen.”

De verteller kijkt mij geamuseerd aan met zijn levendige ogen, en ik ben blij verrast. Dat juist op het moment dat ik over Het Ding wil schrijven deze deskundige als een wonder uit de hemel komt vallen. Wie is deze man? Hij laat zijn visitekaartje zien: Ton Hermans, stedenbouwkundige en beeldend kunstenaar. “Ik ben 88 jaar geleden in Rotterdam geboren. Na het bombardement zei mijn vader: die wederopbouw gaat een heel mensenleven duren.”

Hij wijst naar de stapel hout bij de staalconstructie. “Ze gaan een kast om de sculptuur maken, en dan begint de restauratie. Hoe ik dat allemaal weet? Tja, contacten, hè.” Hij glimlacht geheimzinnig en vervolgt: “Kijkt u eens goed. En ziet u dan dat Het Ding eigenlijk een bloeiende tulp is? Daarmee wilde Gabo Rotterdam na de oorlog nieuwe hoop geven.”

Vanaf nu is Het Ding voor mij geen ding meer.

Het Ding bij De Bijenkorf: een kunstwerk als compromis

https://www.trouw.nl/cultuur/het-mysterie-van-het-ding-verklaard~aab11bda/

 

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *