Het dédain voorbij

Wat een afschuwelijk nieuws: Karen de Bok overleden, 55 nog maar. Eind augustus sprak ik haar nog op het afscheidsfeestje van NPO-baas Henk Hagoort. We hadden het over de mogelijkheid om Syrische vluchtelingen met omroepervaring in Hilversum te laten werken. Onderstaand verhaal schreef ik over Karen in november 2008 in Broadcast Magazine, nadat ze was aangetreden als VPRO-hoofdredacteur.

VPRO’ers die klagen over de brutaliteit van heden. Het zijn duidelijk andere tijden. De ‘vrijzinnige’ is van zijn dogma’s afgestapt en gaat voor het eerst sinds jaren zelfs weer op ledenjacht. Een gesprek met de nieuwe hoofdredactie over de nieuwe VPRO. “Een showprogramma? Waarom niet?”

Zij is de bekende dochter van de bekende vader. Karen de Bok (47), dochter van Max de Bok, vroeger langjarig parlementair redacteur van De Gelderlander en oud-voorzitter van de NVJ. Hij komt uit een communistisch arbeidersgezin, waar zondags na het eten dikwijls Het Kapitaal van Karl Marx op tafel kwam. Frank Wiering (61) heeft er een gezonde afkeer van dogma’s aan overgehouden. “Wij gingen vroeger nooit naar restaurants. Dat was maar kapitalistisch. Sinds mijn vader niet meer leeft, is dat taboe doorbroken. Mijn moeder en ik gaan één keer per jaar uit eten in een sterrenrestaurant.”

Wiering werkt al bijna veertig jaar als programmamaker bij de VPRO. Hij begon in de jaren zeventig bij de spraakmakende documentairereeks Het gat van Nederland en was later eindredacteur van Jonge Helden, Diogenes, De nieuwe wereld en Tegenlicht. Twee jaar geleden volgde hij Danielle Lunenborg op als hoofdredacteur televisie. In die functie vindt hij sinds januari Karen de Bok aan zijn zijde. De Bok begon bij Radio Rijmond en werkt sinds 1984 bij de VPRO, waar ze lange tijd stem gaf aan het roemruchte radioprogramma Het gebouw en later eindredacteur was van Zomergasten.

Het interview vindt plaats aan de vooravond van een nieuwe VPRO-ledenwerfcampagne. Onder het motto Feest voor de geest, probeert de `vrijzinnige’ de teller (nu circa 340.000 leden) omhoog te krijgen. Volgend jaar gaat het Commissariaat voor de Media alle omroepleden tellen op basis waarvan de zendtijd wordt verdeeld. Vandaar.

Dreigt de VPRO de A-status te verliezen?

De Bok: “Nee, maar je moet wel onderhoud plegen. Als we leden verliezen is het omdat mensen overlijden. Zeker nu we met veel nieuwe programma’s komen is het zaak om potentiële leden daar op te attenderen.”

Wat representeert de huidige VPRO?

Wiering: “We hebben daar een paar jaar geleden onderzoek naar gedaan. Wij vertegenwoordigen de creatieve klasse. Dat is een groep van zo’n 2,7 miljoen mensen, die hoger opgeleid is, zelf initiatieven neemt en eigen vakanties bedenkt. Kortom mensen die zich niet laten leiden door wat de mode dicteert.”

De Bok: “Uit het onderzoek bleek dat er enorm veel behoefte is aan inhoud, juist door de grote hoeveelheid shows en spelletjes. Andere tijden wordt in de herhaling nog beter bekeken dan bij de eerste uitzending. Je hebt het ook gezien aan onze zondagavondprogramma’s In Europa en Van Dis in Afrika. Honderdduizenden kijkers, terwijl Boer zoekt vrouw op Nederland 1 tegenover Van Dis stond.”

Is dat niet het grote misverstand van Hilversum, de gedachte dat de kijker alleen maar licht verteerbaar amusement wil? Je moet tot twaalf uur ’s nachts wachten voordat er op Nederland 2 iets interessants voorbij komt.

Wiering: “Dat komt doordat er elke avond twee actualiteitenrubrieken zijn. Je kunt je afvragen of dat nodig is. Er blijft te weinig ruimte over voor andere programma’s. Alles wat ook maar enigszins inhoudelijk is, zit op twee: van een quiz als Twee voor twaalf tot een hoog-informatieve actualiteitenrubriek als Nova. Dat is een beetje rommelig.”

De Bok: “Gelukkig komt de zondagavond van de VPRO voor een groot deel terug, met veel programma’s op prime time. We starten weer met In Europa, we komen met een boekenprogramma en Jelle Brandt Corstius gaat in januari volgend jaar voor ons door Rusland reizen. En niet te vergeten: De Beagle over de evolutietheorie van Darwin.”

Wiering: “We gaan de zeereis maken die Darwin honderd jaar geleden uitstippelde en op basis waarvan hij On the origin of species schreef. De presentator, Midas Dekkers, gaat deels over land. Dat deed Darwin ook als het enigszins kon, vanwege zijn zeeziekte. Midas maakt prachtige verhalen over wat hij tegenkomt à la Van Dis in Afrika. Hij is een begenadigd verteller.”

Zijn jullie zijn een verhalende omroep geworden: Mak, Van Dis, Brandt Corstius, Dekkers?

De Bok: “Je zou de VPRO van nu kunnen omschrijven als een omroep die oude, ter zake doende verhalen op een hedendaagse manier vertelt. We hebben een tijd van verwarring gekend, waarbij we niet meer wisten hoe we datgene wat wij belangrijk vonden over moesten dragen. Die periode is nu voorbij.”

In hoeverre speelt de ‘v’ van vrijzinnig nog een rol voor jullie?

Wiering: “Volgens mij vind je die ‘v’ heel sterk terug in Tegenlicht. Toen we ermee begonnen – ik was eindredacteur – was de gedachte om een echt liberaal programma te maken. Boven maatschappelijke ontwikkelingen gaan ‘hangen’, er politiek ongebonden naar kijken en ze plaatsen in een kader van verleden, heden en toekomst.”

De Bok: “We proberen niet vooringenomen te zijn, dat is ook vrijzinnig. Vooringenomenheid is echt de ziekte van deze tijd. Verwondering en verbazing zijn vaak weg. De kracht van Van Dis in Afrika was juist die open blik. Hij liep er niet met een opgeheven vingertje rond, maar liet iedereen in zijn waarde.”

De VPRO heeft een roerige tijd achter de rug. Hoofdredacteur Danielle Lunenborg vertrok in 2006 na een onderzoek van media-onderzoekster Irene Costera Meijer. Heeft dat onderzoek verder nog impact gehad?

De Bok: “Het heeft ons wakker geschud. Wij bleken weinig voor onze natuurlijke achterban te doen, we waren te zeer in onszelf gekeerd.”

Wiering: “We zijn opgehouden met programma’s te maken voor onszelf. We hebben ons publiek herontdekt.”

Lunenborg ging weg en directeur Peter Schrurs bleef zitten. Terecht?

De Bok: “Er waren in die periode van grote verwarring ook mensen die vonden dat Peter moest vertrekken. Ik denk dat het goed was dat hij bleef. Anders was de chaos compleet geweest. Peter heeft hard gevochten voor de VPRO en is nu moegestreden. Dat hij per 1 maart vertrekt kan ik begrijpen .”

Wiering: “We hebben veel aan Peter te danken. Hij heeft grote financiële risico’s genomen om de programmering overeind te houden. We waren door onze reserves heen, maar Peter heeft toch steeds wegen gevonden om aan geld te komen.”

Jullie zijn allebei programmamaker geweest. Is dat een voordeel in jullie nieuwe functie?

Wiering: “Jazeker, want de VPRO is een typische makersomroep. Bij veel andere omroepen wordt ingekocht bij productiemaatschappijen. Wij produceren het meeste in eigen huis. Omdat we dezelfde achtergrond hebben als de programmamakers weten we waar we het over hebben. We voeren gesprekken op hetzelfde niveau.”

De Bok: “En doordat we beiden hier al zo lang werken, kennen we de organisatie en de programmamakers door en door. Ook dat is een voordeel. Bij de VPRO gaat bijna nooit iemand weg.”

Sinds de netcoördinatoren de dienst uitmaken in Hilversum en de budgetten verdelen, lijken hoofdredacties veranderd van initiators in chefs verkoop.

De Bok: “Vroeger was hoofdredacteur een veel leukere baan. Als een programmamaker met een goed idee kwam, kon je meteen zeggen: doen! Nu moet je eerst langs de netcoördinator om om geld en ruimte in het schema te bedelen. Dat is wel eens heel frustrerend.”

Wiering: “Deze baan is zeventig procent corvee. Ik heb dertig jaar films gemaakt en nooit één slapeloze nacht gehad. Nou, dat heb ik de laatste tijd aardig ingehaald. Afgelopen zomer wilde ik ermee stoppen…”

Maar toch blijven zitten?

Wiering: “Omdat het samenwerken met Karen zo leuk is. Bovendien hebben we goed contact met de netcoördinatoren. Dat betekent niet dat ik nooit woedend door het mediapark loop, maar het bedje lijkt de laatste tijd wat meer gespreid. Nou, waarom zou ik er dan niet in gaan liggen?”

Wordt de VPRO door de nieuwe manier van werken niet vooral een mainstream- in plaats van een avant garde-omroep? Van auteurs- naar publieksomroep?

Wiering: “Niks mainstream. Van Dis in Afrika is nog steeds auteur, alleen is de vorm anders, toegankelijker voor een groot publiek. Geert Mak idem dito. Het is veel geformatteerder dan vroeger. Mak begon elke aflevering met een station als decor en de vraag: waar waren we gebleven?”

De Bok: “Toen ik hier kwam werken was het not done om tussenteksten uit te spreken in de vorm van een voice over. Het verhaal moest zichzelf vertellen, vond men, al begreep de kijker er de eerste tien minuten geen snars van. Dát hebben we veranderd. Maar we blijven avant garde. Onze thema-avonden, bijvoorbeeld die over het nahuwelijk – een term die door de VPRO is verzonnen – zijn daar een teken van.”

Ik dacht dat BNN tegenwoordig de avant garde bediende?

Wiering: “Ha! Dat heeft BNN een keer op een zondagavond geroepen en maandag zijn ze schor gebleken.”

BNN is wel véél brutaler, een beetje de VPRO van de jaren zeventig.

De Bok: “Heel Nederland is brutaal. Laten wij ons op dat vlak maar gedeisd houden.”

Zijn die grote bekken niet vooral te danken aan de VPRO van vroeger: poep roepen tegen ministers?

Wiering: “Ik denk dat we de platheid meer hebben te danken aan Joop van den Ende.”

De Bok: “De VPRO heeft meegewerkt aan een minder gezagsgetrouwe maatschappij, dat is waar, maar ik vind dat de assertiviteit tegenwoordig is doorgeslagen. Er is vaak geen respect meer. Mensen worden op de tv voor gek gezet.”

Als je het lijstje bekijkt van programma’s die de VPRO vorig jaar heeft uitgezonden, moet je constateren dat ze allemaal al weer van het scherm zijn verdwenen: Landroof, In de ban van het ding!, Jansen en Janssen en Café de Liefde. Hoe komt dat?

Wiering: “We zitten in een systeem waarin nieuwe programma’s zich in zes of acht keer moeten bewijzen. Doen ze dat, dan mogen ze het jaar erop terugkomen, mits er ruimte is in het schema. Zo heeft Café de Liefde zich wel degelijk bewezen, maar door krapte in het schema moeten we wachten tot volgende zomer. Ook Jansen & Janssen komt terug, zij het in iets andere vorm. Waar wij naar toe willen is langjarige programmering.”

De Bok: “Maar dat is moeilijk, want Nederland 2 zit zo ontzettend vol.”

Waarom niet eens een VPRO-amusementsprogramma op Nederland 1?

De Bok: “Gisteravond hebben we daarover gesproken met Kees Prins. Nederland 1 is een behoorlijk moeilijk profiel voor ons. We willen er wel op, maar niet ten koste van de VPRO-gedachte.”

Wiering: “Een VPRO-programma kan alle vormen aannemen, maar het is nooit flauwekul, zelfs niet als het flauwekul is. Kijk naar Draadstaal, het gaat altijd ergens over. We praten overigens niet alleen met Kees Prins over een groot programma op Nederland 1. Ook met Paul de Leeuw, die een eigen productiebedrijf is begonnen, zijn we in gesprek. De nieuwe VPRO plaatst geen muren meer. We kunnen zelf nog geen nieuwe Paul de Leeuw neerzetten, maar het zal er eerdaags wel van komen.”

De Bok: “Allerlei presentatoren en buitenproducenten, die vroeger de VPRO niet zagen zitten, zoeken ons nu op. Ze merken dat hier iets is veranderd. We zijn het dédain kwijt.“

Wiering: “We sluiten niets meer uit. Een showrubriek? Waarom niet?! Als het op de VPRO-manier kan. Dröge had uitstekend bij ons gepast. Hart van Nederland op niveau? Prima.”

De Bok: “Jort Kelder met Bij ons in de PC zou ook heel goed bij ons passen.”

Georgina Verbaan blijkbaar ook. Zij werd presentatrice van Noorderlicht.

Wiering: “Georgina weet heel veel van wetenschap, dus waarom niet? De kijkcijfers zijn oké en ze werkt goed samen met de andere presentator, Pieter van der Wielen. Heel erg goed zelfs, zoals bekend…”

????

Wiering: “Niet gelezen? De VPRO stond voor het eerst in de Privé.”

Wat vonden de Cherry Duynsen en de Wim Kayzers van de komst van Georgina?

Wiering: “Laat ik het diplomatiek zeggen: Ik heb het hun niet gevraagd. We vonden het als hoofdredactie heel erg nodig om de deuren van dit bedrijf ongelooflijk open te zetten. Daarom hebben we niet alleen Georgina Verbaan maar tegelijkertijd ook Victoria Koblenko voor Landroof aangenomen.”

De Bok: “Natuurlijk was er binnen het bedrijf weerstand, maar om dingen te veranderen moet je soms heel heftige beslissingen nemen.”

Ik heb me laten vertellen dat als Frank een programma-idee niet goed vindt, hij zegt: “Aardig idee, we moeten er nog maar eens over nadenken.” Vervolgens hoort de betrokkene niets meer. Karen schijnt meteen de knoop door te hakken.

Wiering: “Merkwaardig. Ik dacht juist bekend te staan als de man die je nooit moet bellen omdat hij toch altijd ‘nee’ zegt.”

De Bok: “We laten mensen niet in het ongewisse. Persoonlijk houd ik van snel beslissen. “

Komt dat door jouw radio-achtergrond?

“Ik geloof dat het meer in mijn karakter zit. Ik houd van snelle dingen. Live-radio vind ik het mooiste wat er is. Goed voorbereiden, uitzenden en hup door naar het volgende project.”

Jij schijnt je hoofdredacteurschap mede te danken te hebben aan jouw inzet voor De week van de democratie, het gezamenlijke project van de publieke omroep in 2007, waarbij de VPRO het voortouw heeft genomen.

“Klopt. Het idee was van Bregtje van der Haak en ik mocht het uitvoeren. De omroepen waren verbijsterd: de VPRO, wil die met ons praten? Het project is alleen al geslaagd omdat het de VPRO heeft verlost uit zijn ivoren toren. Zo hebben we voor de verkiezing van een nieuw volkslied samengewerkt met Endemol. Ontzettend leuk. Die samenwerking krijgt ook een vervolg. We gaan 150 kinderen uitrusten met een camera om hun eigen leven te filmen. ”

Zelfs de EO is niet meer taboe voor de VPRO?

De Bok: “We hebben natuurlijk jarenlang samengewerkt in het radioprogramma De Ochtenden, alhoewel sommige VPRO’ers daar in het begin tegen waren vanwege de EO-opvattingen over homoseksualiteit. “

Wiering: “Ons mission-statement begint met: Net als de EO bedient de VPRO een heel specifiek publiek .”

De Bok: “We hebben met de EO een diepgaand gesprek gehad over ons Beagle-project. Zij vroegen ons ook aandacht te besteden aan hún standpunt over de evolutietheorie. Dat is het leuke van de EO: het gaat altijd meteen ergens over.”

Wiering: “De EO vond dat de Beagle-serie te veel op de ratio dreef. Er is ook nog zoiets als het wonder, zeiden ze. Ik vond het mooi dat de EO daarmee kwam. Ze hebben gelijk. Je kunt de evolutie ook als een wonder beleven, zonder meteen een God te aanbidden. We gaan er op die manier mee aan de slag. Ook dat is vrijzinnigheid.”

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *