Heilige tsaar zit troontje te hoog

Een eeuw na zijn gedwongen troonsafstand is Ruslands laatste tsaar Nicolaas II uitgegroeid tot een martelaar voor het geloof. En dat is raar, want zijn heiligverklaring in 2000 had weinig met geloof te maken. Over hoe een canonisatie van een zwakke tsaar volledig kon ontsporen.

In zijn woning in Utrecht bladert Wil van den Bercken op internet door de vele onofficiële iconen van de laatste Russische tsaar. Nicolaas II in priestergewaad, Nicolaas II met de keizerlijke regalia en zelfs eentje van de tsaar in militair kostuum achter het altaar. “Bijna godslasterlijk, die laatste”, mompelt de emeritus-hoogleraar oosters christendom.

Hij bekijkt de uitbundige iconen met gemengde gevoelens, want over de canonisatie had de Russisch-Orthodoxe kerk sterke twijfels. Boven alles zou de nieuwe heilige geen martelaar voor het geloof mogen worden, simpelweg omdat hij niet vanwege zijn religieuze overtuiging was vermoord maar vanwege zijn bewind. Verder zou, zo waarschuwde patriarch Aleksij destijds, een eventuele heiligverklaring niet mogen worden opgevat als een politieke ondersteuning of een idealisering van de monarchie. Als compromis koos de kerk voor de titel lijdendulder, een treetje lager dan martelaar.

Die titel slaat op de periode dat de tsaar, tsarina Alexandra en hun vijf kinderen – eveneens allemaal heilig verklaard – leden onder de bolsjewieken. Dat was vanaf de gedwongen troonsafstand in maart 1917 tot aan de moordpartij op de keizerlijke familie in Jekaterinenburg in juli 1918. “Het dulden van lijden is in orthodoxe kring een grote christelijke deugd”, legt Van den Bercken (71) uit. “Er wordt wel een vergelijking getrokken met Job, op wiens feestdag de tsaar is geboren. Op sommige iconen van Nicolaas II is Job als embleemicoontje in de linkerbovenhoek afgebeeld. ”

Maar voor degenen die in de heilige tsaar geloven, is hij martelaar voor het geloof, en geen lijdendulder. Gelovigen hadden, volgens de geleerde, in het ideologische vacuüm na het ineenstorten van het communisme behoefte aan zo’n martelaar. Bovendien, zo vroeg men zich af, paste zo’n verering toch precies bij de vaderlandsliefde die de kerk als belangrijke christelijke deugd predikte?

Van den Bercken, tot zijn emeritaat verbonden aan de Radbouduniversiteit, merkte het al in de week van de canonisatie in augustus 2000. In Moskou’s kerken lag de jubel-lectuur voor het oprapen. ‘Engel van het Russische land’ heette het ene boekje, ‘Aan de heilige grootmartelaar tsaar Nicolaas de Tweede’ het andere. Eén schrijver ging zelfs zo ver dat hij de moord op de tsarenfamilie de ernstigste misdaad van de mensheid noemde sinds de kruisiging van Christus. Merendeels niet kerkelijk goedgekeurde lectuur, maar nog steeds te koop in de orthodoxe kiosk.

Dat de Russische hiërarchie zo aarzelde met de canonisatie, terwijl de buitenlandse orthodoxe kerk de familie al in 1981 heilig had verklaard, ligt volgens Van den Bercken aan de vele binnenlandse kritiek indertijd op de Romanovs. Ook vanuit de kerk. Een synoderapport uit 1996 laakte de banden van het tsarenpaar met de omstreden gebedsgenezer Raspoetin, het verzet van de tsaar tegen het bijeenroepen van een landelijk concilie, het laten doodschieten van demonstranten op Bloedige Zondag in 1905 en Nicolaas’ catastrofale oorlogsbeleid. Maar onder invloed van het opkomende politieke nationalisme in de tweede helft van de jaren negentig kon de kerk niet meer onder een heiligverklaring uit.

Volgens Vader Nikon, priester van de Russisch-Orthodoxe kerk van de Heilige Maria Magdalena in Den Haag, ligt de heiligverklaring nog steeds gevoelig, omdat door het beleid van de tsaar en met name de innige contacten van de tsarina met Raspoetin de communisten de macht konden grijpen. “In Rusland, maar ook in Nederland zijn de orthodoxen verdeeld over de canonisatie. In mijn kerk worden zondags hooguit drie kaarsen gebrand voor de familie-icoon, die overigens een initiatief is van het Russische consulaat en niet van de kerk.”

Over wat de canonisatie voor hemzelf betekent wil Vader Nikon niet al te veel kwijt, maar hij beschouwt de tsaar, vanwege de bolsjewistische moord, wel als een martelaar voor het geloof.

De heiligverklaring vond plaats tijdens een liturgische viering in de Moskouse Christus Verlosserkathedraal, in aanwezigheid van meer dan honderd bisschoppen. Twee wonderen, zoals in de katholieke traditie, zijn niet nodig voor een canonisatie in orthodoxe kring. Wel krijgt een heilige een officiële icoon, waarna men hem kan aanroepen als voorspreker bij God. In het geval van Nicolaas II was de icoon een ‘groepsportret’: de tsaar en zijn gezin samen met andere gedupeerden van het communisme, getiteld ‘De nieuwe martelaren en belijders van het Russische land’. Van den Bercken: “Ook die groepsicoon was een compromis van de kerk. Zo’n 1100 slachtoffers van de Sovjets werden tegelijk met de familie heilig verklaard. Het draaide dus niet om de Romanovs alleen. Men wilde de heiligverklaring zeker geen monarchistische betekenis geven.”

De officiële icoon met de tsarenfamilie voor het altaar.

Maar die 1100 andere heiligen zijn allang vergeten. Er bestaat tot vandaag een oogluikend door de kerk toegestane wildgroei in Nicolaas-iconen, waarin de tsaar, soms met gezin, een centrale plaats inneemt. Bijvoorbeeld in de Russisch-Orthodoxe kerk in Nice, waar schrijver dezes afgelopen zomer op bezoek was, en waar een niet-officiële icoon van de keizerlijke familie wordt vereerd. De kerk, in 1903 op last van de laatste tsaar zelf gebouwd, werd vroeger vooral bezocht door de Russische adel die overwinterde in Nice. Nu zijn het veelal oud-communisten, weet de gids. “Ze knielen neer bij de icoon om vergeving te vragen voor hun zonden, de miljoenen doden van de Sovjets.”

In de zondagse liturgie speelt de nieuwe heilige geen officiële rol. “Alleen op de geboorte- en sterfdag van Nicolaas II worden speciale missen voor hem opgedragen. Ook in de Russisch-Orthodoxe kerk draait het uiteindelijk niet om de Romanovs, maar om Jezus Christus”, vertelt de gids.

Terug naar Utrecht, waar Van den Bercken uitlegt hoe belangrijk iconen zijn in de orthodoxie. “Ze hebben de status van genademiddelen en staan daarmee bijna op gelijke voet met de Heilige Schrift. Een icoon heeft een sacramentele plaats in de liturgie en stelt het heilige present in de kerk. U moet weten, de heiligenverering in Rusland is veel groter dan in het westen. Ik was laatst in Sint Petersburg en zag daar een kilometerslange rij voor het Aleksandr Nevskij-klooster, waar relieken van Sint Nicolaas, niet te verwarren met tsaar Nicolaas, werden vereerd.”

In de loop der eeuwen zijn talloze Russische vorsten heiligverklaard. Ze vervulden weliswaar nooit een officiële functie in de kerkelijke hiërarchie – anders dus dan de Windsors, waarvan de regerende soeverein hoofd is van de Anglicaanse kerk en derhalve fidei defensor (verdediger van het geloof) -, maar in de praktijk was de Russisch-Orthodoxe kerk, zegt Van den Bercken, vanaf Peter de Grote volledig ondergeschikt aan de tsaar.

Of, zoals Peters latere opvolgster Catharina de Grote het verwoordde: je suis chef de l’Eglise Grecque. Peter de Grote schafte het patriarchaat af en benoemde een van zijn ministers tot opperprocureur van de orthodoxe kerk. Onder Nicolaas II bestond die functie nog steeds. Die opperprocureur, in feite een minister voor religieuze zaken, moest alle bisschopsbenoemingen namens de tsaar goedkeuren.

Eenheid van kerk en staat dus, met vele canonisaties tot gevolg. De eersten waren de prinsen Boris en Gleb, zo blijkt uit een studie van Van den Bercken. Zij werden direct na hun gewelddadige dood in 1015 door het volk als heiligen vereerd. De officiële canonisatie volgde kort daarna. Ook zij kwamen, zoals Nicolaas II, niet vanwege hun geloof om het leven – het was een opvolgingskwestie. Boris en Gleb waren daarmee de eerste lijdendulders van de kerk en hebben de standaard gezet voor alle latere lijdendulders, inclusief de laatste tsaar.

Was de heiligverklaring van de broers ontstaan uit spontane volksdevotie, later in de Russische geschiedenis krijgen canonisaties meer en meer een ideologisch karakter. Pregnant voorbeeld daarvan is grootvorst Aleksandr Nevskij die in 1242 de katholieke Duitse Ridderorde versloeg en twee jaar eerder de katholieke Zweden. Van den Bercken: “Een canonisatie met een duidelijk politieke boodschap: Rusland is de enige natie die het verderflijke katholicisme kan en moet weerstaan. Veel heiligverklaringen passen naadloos bij de anti-westerse houding die kerk en staat in Rusland gemeen hebben. Nevskij figureert nog altijd frequent in de nationalistisch-religieuze pers.”

Zelfs Maria, in Rusland consequent Moeder Gods genoemd, wordt al eeuwenlang voor het nationalistische karretje gespannen. Van den Bercken beschrijft de zeventiende eeuwse icoon ‘De boom van de Russische heerschappij’ als een ’annexatie van Maria voor de nationale Russische zaak.’ “Maar”, relativeert hij, “Maria wordt overal politiek misbruikt, zowel in Oost als West.”

Slechts weinig vorsten zijn puur vanwege hun persoonlijke vroomheid heilig verklaard, weet de emeritus-hoogleraar. Natuurlijk, de Kiëvse grootvorst Vladimir kreeg de hoogste status van apostelgelijke, maar hij had dan ook in de tiende eeuw het christendom in Rusland gevestigd. En de zuster van tsarina Alexandra, Elizaveta Feodorovna, werd in 1992 geïconiseerd omdat zij een werkelijk heilig leven had geleid. Zij gaf het aristocratische bestaan op, stichtte een zusterconvent in Moskou en wijdde haar verdere leven aan ziekenzorg. In 1918 kwam ze tragisch aan haar eind: in een mijnschacht gegooid en met granaten gedood door de communisten. “Zíj was nu, wat je kunt noemen, een martelares voor het geloof”, zegt Van den Bercken. “Een afbeelding van Elizaveta komt ook voor op de groepsicoon van Nicolaas II. Haar heiligverklaring is, denk ik, beter te begrijpen dan die van haar zuster, de tsarina, die immers Raspoetin naar het hof haalde, en daarmee de kerk belachelijk maakte.”

Na tsaar Peter de Grote (1672-1725) devalueerden de canonisaties theologisch in hoog tempo, en werden ze, volgens Van den Bercken, steeds meer een verstrengeling van nationale en religieuze thema’s, waarbij ideologische beeldvorming het won van representatie van het heilige. De oud-hoogleraar: “Men fluistert nu zelfs al over een heiligverklaring van Iwan de Verschrikkelijke. Wel, dat zou een theologische degeneratie van de eerste orde zijn.”

Ook de canonisatie van de tsarenfamilie is theologisch nauwelijks onderbouwd. In feite zijn bij die heiligverklaring alle verhoudingen zoek, schrijft Van den Bercken in zijn studie. “Nicolaas was noch beschermer van het geloof noch van het volk. In tegendeel, met zijn daden heeft hij een reeks rampen over zijn land afgeroepen. Historisch gezien was hij misschien niet de hoofdschuldige, maar zeker ook geen heilige.”

Maar president Poetin is blij met de iconisatie, dat weet de oud-hoogleraar wel zeker. “Nog altijd symboliseert zo’n heiligverklaring de eenheid van kerk en staat, ofwel van orthodoxie en autocratie. Poetin is, naar het schijnt, een gelovig man, die met Kerst en Pasen prominent in de kerk zit. De president en patriarch Kirill van Moskou zijn vier handen op één buik. De kerk predikt vaderlandsliefde als belangrijke christelijke deugd, en de staat geeft in ruil financiële steun voor de her- en nieuwbouw van kerken die tijdens het communisme zijn vernietigd. Zo houden kerk en staat elkaar perfect in balans. ”

De kerk twijfelde tot op het laatst over de canonisatie van Nicolaas II

http://www.volzin.nu/magazine/eerdere-nummers/item/421346-volzin-2017-nummer-10

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *