Heijnes gezonde huiver in ‘De volmaakte mens’

Japanners experimenteren met de kweek van menselijke organen in varkens.
Japanners experimenteren met de kweek van menselijke organen in varkens.

We staan op een kantelpunt in de evolutie, waarin we onze eigen schepper zijn geworden. Die constatering is uitgangspunt van de serie ‘De volmaakte mens’(Human/VPRO), waarin NRC-columnist Bas Heijne filosofen en andere wetenschappers interviewt over de intrigerende vraag: hoe gaan we om met onze nieuwe rol als mens?

Met twee van de zes afleveringen achter de rug denk ik nu al dat Heijnes reeks het stempel urgent en memorabel verdient. Urgent omdat hij technologische ontwikkelingen belicht die de meeste kijkers onbekend zijn, terwijl die ons allen wél zullen beïnvloeden. Memorabel omdat Heijne zich ontpopt als aanjager van een uiterst noodzakelijk maatschappelijk debat: mag/moet alles wat kan?

Die discussie is, zoals Heijne eerder in de VPRO Gids vaststelde, nauwelijks op gang, terwijl in laboratoria al volop wordt geëxperimenteerd met de nieuwe mens. Vorige week ging het over designerbaby’s. Straks kan iedereen met iedereen kinderen krijgen, ongeacht leeftijd, geslacht of bloedverwantschap. Een vader met z’n dochter, zonder incest? Het wordt in theorie mogelijk door stamcellen uit de huid te modificeren tot geslachtscellen.

We zagen een stamcelonderzoekster in Leiden, die met een scalpel schijnbaar werktuiglijk een foetus in plakjes sneed op zoek naar embryonale eierstokken. Een schokkend beeld. Vooral in combinatie met de klinische laboratoriumtaal: “In de toekomst gaan we ons allemaal op een artificiële manier voortplanten.”

Even daarvoor toonde Heijne ons een kliniek op Turks Cyprus, waar ouders het gewenste geslacht van hun baby kunnen bestellen. Tekenend voor de medicalisering van de voortplanting is hoe een medewerkster sprak over IVF-patiënten in plaats van over toekomstige ouders.

Gelukkig laat Heijne het niet bij puur registratie. Hij stelt schurende vragen, zoekt critici op en spreekt zijn huiver uit. Zo wilde hij van bio-ethicus Julian Savulescu weten of  genetische manipulatie niet kan leiden tot nazi-eugenetica. Nee, dacht de geleerde, omdat er achter zijn ideaal van designerbaby’s geen maatschappelijke blauwdruk zit. Voor hem is er maar één ethische grens: daar waar mensen elkaar kwaad doen. Hij denkt wel dat het door de gentechnologie heel slecht zal aflopen met de mens. Dat was een vreemd open einde aan Savulescu’s redenering. Je vraagt je af: wat vindt de politiek hiervan? Zijn ze al wakker?

Deze week ging het over onsterfelijkheid. Gerontoloog Aubrey de Grey sprak over een hersteltherapie die het lichaam ‘eeuwig’dertig laat zijn. Zolang die therapie er nog niet is, wil hij na zijn dood zijn hoofd laten invriezen. “Maar misschien breid ik dat uit naar nog meer lichaamsdelen.”

Typerend voor De Grey en Savulescu is hun volstrekt individualistische denkpatroon. Er lijkt nauwelijks meer een samenleving te bestaan. “Er zijn geen maatschappelijke dilemma’s”, concludeerde Heijne . Hij ging te rade bij zijn geestverwant filosoof John Gray. Die zei: “Mensen die altijd willen blijven leven, zijn nooit tevreden. Wat moet je nu op je driemiljoenste verjaardag?” Of, zoals Régine in ‘Alle mensen zijn sterfelijk’ (Simone de Beauvoir) vraagt aan de onsterfelijke Fosca: “Dus, het is nog maar tweehonderd jaar geleden dat je van iemand hield?”

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *