Heerlijk Rockanje

Op een mooie augustusmorgen reed ik naar Rockanje, badplaats van mijn jeugd. Hier gingen mijn ouders begin jaren zestig heen voor een dagje strand. Vaak met de fiets, helemaal vanuit Rotterdam, de kinderen voor- en achterop.

Wat werden we als jongens betoverd door de stenen paddestoel aan de Tweede Slag. Met van die kleine paddestoelen eromheen, het leek wel een sprookje. Hij staat er nog steeds: rode hoed, witte stippen. De uitbater opent juist het luik, maar is niet optimistisch over de nieuwe dag. Hij wijst naar de parkeerplaats, en zucht: “Elf uur, en kijk hoe leeg. Het had er met dit warme weer toch barstensvol moeten staan. Het kwakkelt te veel, deze zomer.”

Ach ja, het weer. Zo’n veertig jaar geleden begon ik in dit gebied als journalist bij het Rotterdams Nieuwsblad, en ook toen al was het weer de boosdoener. In mijn krantenarchief duikelde ik een vergeelde reportage op uit juli 1979. Als kop had ik erboven gezet: Wachten op de grote drukte. Er was te weinig zon in Rockanje, vond men, maar ook te weinig vertier. En daardoor te weinig aanloop. Eén exploitant jammerde dat badgasten altijd rechts afsloegen op het strand. En haar paviljoen lag natuurlijk precies aan de linkerkant.

Maar goed, nu is het maandag, en dan is het altijd wat rustiger. Op het terras van het Badhotel was het ook al stil, uitgezonderd een groep druk pratende vrouwen. Binnen brandde de open haard. Dat gaat daar zomer en winter door.

Vanaf het Badhotel is het nog maar vierhonderd meter naar het strand. De namen van de paviljoens zijn veranderd. Geen Calimero meer of Zeeschelp, maar Salsa Beach Club en Beach Club View. Beachclub 8 is zelfs ‘inspired by Ibiza en Saint-Tropez’, melden wapperende vlaggen. Misschien een beetje overdreven voor een familiebadplaatsje als Rockanje? Vroeger had je er welgeteld één discotheek, Casablanca geheten, waar de Rotterdamse natte ‘t’ het toch altijd weer won van vermetele pogingen tot glamour en chic.

“De Cas? Die is afgebrand”, zegt de VVV-informatrice. Bij paviljoen Badlust , anno 1946, herinnert een jonge ober zich :“Mijn moeder ging er vroeger dansen.” Badlust is het oudste strandpaviljoen van Rockanje, heeft hij gelezen. Er lijkt door de jaren heen weinig veranderd. Nog steeds die kleuren rood en wit, en een rondom beschut terras. En nog altijd sorbets met vers fruit en aardbeiensaus, die doen terugdenken aan lome zondagmiddagen van weleer. “Zondags is het hier altijd heel druk. Vooral met Duitsers”, vertelt de ober.

Op de terugrit gaat het langs het gemeentehuis, waar ik als jong verslaggever ellenlange raadsvergaderingen bijwoonde. ‘Regeren is een moeilijke kunst’, stond er niet voor niets op de wand geschreven. Verderop, aan de Vleedamsedijk, bevindt zich Walesteyn, tussen 1916 en 1922 een modderbad-kuuroord voor reuma-patiënten. Die na hun genezing opgetogen in het gastenboek schreven: ‘Heerlijk Rockanje, krom kwam ik an je, recht ga ik van je, toveren kan je.’ Nu bestaat alleen de naam Walesteyn nog. Het zeventiendeeeuwse pand is vervangen door een modern appartementencomplex in Versailles-stijl.

Het zonnetje schijnt weldadig. Aan het strand was het vredig. Geen lawaai, alleen het ruisen der zee. Eigenlijk best een mooi dagje in Rockanje.

In disco Casablanca won de Rotterdamse natte ‘t’ het toch altijd weer van de glamour

https://www.trouw.nl/cultuur/heerlijk-rockanje~a79cbc99/

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *