Gereformeerden zoeken verkering

Vijftien jaar geleden besloten de hervormde, gereformeerde en lutherse kerk tot samengaan in de PKN.  Zeven orthodox-gereformeerde kerken kozen ervoor zelfstandig te blijven. Maar hoe lang houden ze dat nog vol?
Broeder Gerrit Bakker (l).en ds. Kersten Bijleveld van de vGKN. Foto Werry Crone

Het is aan een eettafel in Ermelo, parel van de Veluwe, waar ds. Kersten J. Bijleveld en broeder Gerrit H. Bakker terugblikken op die historische datum van 12 december 2003. Toen werd de kiem gelegd voor een nieuw kerkverband: de Voortgezette Gereformeerde Kerken in Nederland (vGKN).

De op die dag geannonceerde conceptie van de Protestantse Kerk in Nederland, kon uiteindelijk zeven gereformeerde kerken niet bekoren. Het waren  gemeenten met schilderachtige namen als: Boornbergum-Kortehemmen, Frieschepalen-Siegerswoude, Noordwolde en Harkema (de grootste met destijds 1100 leden). En verder, volgens  het vGKN-gedenkboek uit 2009, Drachtstercompagnie, Noordwijk en Garderen.  Garderen vooral. Want daar op de Veluwe zag de vGKN, een van de kleinste kerkverbanden in Nederland, het levenslicht. Met aan de wieg toenmalig gemeente-predikant Bijleveld en scriba Bakker.

“Onze kerk en de zes andere hadden vooral bezwaar tegen de pluraliteit in de PKN”, vertelt Bijleveld. “Het is in die kerk mogelijk heel uiteenlopend over Jezus te denken. Voor de ene gemeente is hij de Verlosser, voor de andere is het hele verzoeningsverhaal een bedenksel. Bij de vGKN geloven we in het eerste, en daar houden wij aan vast.”

Bijna geruisloos onttrokken de zeven, met toentertijd in totaal zo’n  2800 leden, zich aan de PKN. Stormachtiger ging het toe bij de orthodoxe afsplitsing van de hervormde kerk. Niet alleen doordat het daar om zo’n kleine zestigduizend leden ging (‘hersteld hervormden’), maar vooral  door de vele rechtszaken over kerkelijk bezit.  “Kijk”, legt Bijleveld uit, “daar zit nu een wezenlijk materieel verschil tussen hervormden en gereformeerden.  Bij de hervormden was de landelijke kerk eigenaar van de kerkelijke goederen, bij de gereformeerden de plaatselijke gemeente. Toen de PKN de hervormde top down benadering bleek te willen overnemen, was dat voor ons een extra reden om niet mee te gaan. Wij willen onze zelfstandigheid behouden.”

Hoe gaat het nu met de vGKN, zo’n vijftien jaar na stichting (officieel 4 mei 2004)? Wel, het is een gemoedelijk genootschap, zo blijkt. Bakker: “Ons zendingsproject in Bangui bekostigen we deels met de verkoop van een zelfgeschreven kookboek.  De echtgenotes van onze predikanten en twee vrouwelijke dominees behoren tot de medewerkers.” Bijleveld: “Er zit trouwens ook een recept van mij bij.”

Het zijn korte lijnen bij de vGKN, zoveel is duidelijk. “Er moest iets worden geregeld over de dominees-pensioenen”, herinnert ds. Bijleveld, tevens synodepreses, zich. “Een aantal wijze broeders, onder wie broeder Bakker, had dat binnen een half jaar gefikst, in samenwerking met de hersteld hervormden.”

Ook op geestelijk vlak gaat het goed. Bakker: “We belijden één en hetzelfde geloof. Dat is onze basis.” Bijleveld: “We voelen ons thuis bij elkaar. Heel plezierig.”

Maar met het ledental gaat het wat minder. Van de 2800 zielen uit de begintijd zijn er nu nog maar 2070 over. Die teruggang komt niet alleen door de secularisatie, die nu ook de orthodoxie heeft bereikt, en het opschonen van het ledenbestand in Harkema, maar vooral door het terugtreden van Garderen. De ‘geboortekerk’ van de VGKN, sloot zich in juni vorig jaar alsnog aan bij de PKN.

In het Veluwse dorp, vlakbij Ermelo, legt Peter Klop, oud-voorzitter van de kerkenraad, uit waarom.  “De vGKN was en is een bijna geheel Friese aangelegenheid. Op de Veluwe voelden we daardoor een grote fysieke afstand. Even ruggespraak houden met een buurkerk, zoals vroeger in de gereformeerde classis, was onmogelijk.”

Maar ook geestelijk groeide er, volgens Klop, distantie. “De vGKN-synode toonde zich erg behoudend op het terrein van doop, Avondmaal, ongehuwd samenwonen en homoseksualiteit. Orthodoxer althans dan een groot deel van de Garderense gelovigen. Wij hebben hier een homo-echtpaar dat zonder problemen meedoet aan het Avondmaal.”

Maar de kerk van Garderen wist toch waar ze aan begon met de vGKN? Klop: “Het hele project hing, denk ik, te sterk op de informatievoorziening van de heren Bijleveld en Bakker. Er zijn hier presentaties geweest, waarin, naast geloofszaken, ook het verlies van materiële zelfstandigheid binnen de PKN aan de orde kwam. Dat laatste heeft, naar mijn persoonlijke inschatting, voor veel kerkleden de doorslag gegeven. ‘Ik heb nog meegebouwd aan de pastorie’, hoorde je mensen roepen.”

Toen de vGKN-synode in oktober 2015 de preekbevoegdheid van de Garderense voorganger Casper van Dorp introk, omdat hij zijn theologische opleiding had afgebroken, was voor de kerk aldaar de maat vol. “Het leven is goed bij de PKN”, vindt Klop. “We hebben nu weer contact met buurkerken, zoals Voorthuizen.”

“Heel jammer ”, zegt ds. Bijleveld over het vertrek van zijn oude gemeente (sinds 2006 staat hij in Boornbergum-Kortehemmen). “Bovendien een pijnlijke hap uit ons ledenbestand: toch zo’n 350 zielen.” Maar hij begrijpt de stap van Garderen wel. “Er groeide inderdaad steeds meer afstand, ook vanwege de opkomst van een sterke evangelische stroming in die kerk.” Bakker: “Die mensen hebben veel met beleving en wat minder met synodes en dergelijke.”

Maar de vGKN had vijf jaar voor het vertrek van Garderen ook een kerk(je) erbij gekregen: zo’n zestig voornamelijk Nederlands gereformeerden uit Assen. J. Craanen, scriba van de kerkenraad aldaar, legt uit: “In onze Nederlands Gereformeerde kerk ontstonden moeilijkheden met de predikant, waarop een scheuring volgde. Eerst hebben we aansluiting overwogen bij de christelijke gereformeerde kerk,  maar daar rezen onoverkomelijke bezwaren tegen, omdat een aantal van onze leden juist uit die kerk was vertrokken. Eveneens vanwege onenigheid over de predikant.”

En zo kwam Assen in 2012 uiteindelijk bij de vGKN terecht.  Met de Nederlands gereformeerden in de Drentse hoofdstad zijn de contacten, volgens Craanen, inmiddels weer goed. “Maar daar is wel een vergevingsronde aan voorafgegaan, waarin  we elkaar vergiffenis hebben geschonken. Wat iets anders is dan vergeten, zeg ik er persoonlijk bij.”

Ook op de Veluwe wordt de soep niet meer zo heet gegeten als ze destijds, in december 2003, werd opgediend. Bijleveld: “Ik heb mijn oude kerk in Garderen zelfs geadviseerd op te gaan in de PKN.” Bij oud-scriba Bakker, die na die overgang gastlid werd van de vGKN-kerk in Boornbergum,  evenmin hard feelings tegenover Garderen.  “Afgelopen zomer  heb ik er voor het eerst weer keyboard gespeeld op de Vakantie Bijbel Week. En sinds kort ben ik penningmeester van de PKN Garderen. Mijn vrouw en ik hebben er onlangs ook een dienst bijgewoond.”

Als zelfs een van de geestelijk vaders van de vGKN in staat is tot deze mini-oecumene zou dan ook wellicht het hele kerkverband zich niet kunnen aansluiten bij de PKN? “Nee”, schudt Bijleveld ernstig het hoofd. “De ruimte voor pluriformiteit binnen de PKN is veel te groot. Sommigen in die kerk vinden vrijzinnigheid een verrijking, maar mij lijkt het eerder een bedreiging.”

Aan de andere kant geeft hij toe dat de vGKN niet groeit met uitgetreden PKN’ers, wat aanvankelijk wel de verwachting was, maar slechts krimpt. “Op langere termijn zou het gezond zijn om stugge verkering te krijgen met de vrijgemaakten, de christelijke gereformeerden of de Nederlands gereformeerden. Met die laatsten hebben we al een associatie-overeenkomst. Tijdens onze synodevergadering van april moet een voorstel aan de orde komen bij wie van de drie we willen horen. Afhankelijk van wat daar wordt besloten, zou dat inderdaad het begin van het einde van de vGKN kunnen inluiden.”

Collectezakken   

Het gedenkboekje ‘Bewust zelfstandig; bewust afhankelijk’ (2009) van de Groningse kerkschrijver G.J. Kok over vijf jaar Voortgezette Gereformeerd Kerken in Nederland (vGKN) geefteen aardig inkijkje in het reilen en zeilen van een klein kerkverband. Zo was er in Noordwijk een aantal gereformeerden dat niet meewilde met de PKN. Inderhaast werd een eigen kerk gesticht, die aansluiting vond bij de vGKN. Maar collectezakken waren er niet. Die werden ijlings in elkaar geknutseld. Een knielbank moest worden ‘ingevlogen’ vanuit de gereformeerde kerk in Garderen.

De vGKN is een orthodox-gereformeerd kerkverband, waarin ongehuwd samenwonenden geen kerkelijk ambt kunnen verrichten. Samenwonenden die belijdenis willen doen, wordt gevraagd te gaan trouwen. Homorelaties  worden niet gezegend (Bijleveld: “Maar we willen homo’s heel dicht bij ons houden”). Vrouwen in het ambt zijn toegestaan.

De zeven kerken die nu tot de vGKN behoren zijn: Frieschepalen-Siegerswoude, Boornbergum-Kortehemmen, Harkema, Boelenslaan (afsplitsing Drachtstercompagnie), Noordwolde (allemaal Friesland), Noordwijk en Assen. Het slinkende kerkverband telt 2070 leden.

Zendingsgproject Bangui wordt bekostigd met zelfgeschreven kookboek

s://www.trouw.nl/religie-en-filosofie/het-groepje-gereformeerden-dat-niet-in-pkn-opging-houdt-dapper-stand~ab3d3147/

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *