Schoon genoeg van al dat ge-party rond de grafkist

Huis-aan-huis-blad De Havenloods inviteerde de lezers onlangs ‘culinaire uitvaartmogelijkheden’ te komen uitproberen op de open dag van Crematorium Rotterdam. Het ging om ‘echte Rotterdamse specialiteiten’, zo werd beloofd: Kaas van Kaas en Zo, bieterballen (bitterballen gevuld met biet) en bonbons van Chocoholic

Nu weet iedereen dat chocolade troost. In die zin een sympathiek gebaar van het crematorium. Maar voor het overige roept het bericht vooral een gevoel van vervreemding op. En dat niet alleen vanwege het onnavolgbare Nederlands. Culinaire uitvaartmogelijkheden? Wat zijn dat in hemelsnaam? Rouwkost-salades?

Het opvallendst aan het bericht is het hedonistische karakter. Alsof nabestaanden en uitvaart-bezoekers niets belangrijkers aan hun hoofd hebben dan kaas en bonbons. Een verslaggeefster van het Algemeen Dagblad, die de open dag bezocht, schreef dat ze de lekkernijen alleen maar durfde proeven omdat ze wist dat er geen opgebaarde dode in de buurt was. Een terechte vorm van schroom en een uiting van beschaving, zou je zeggen.

Maar de tijden zijn veranderd. Nu het hiernamaals als ‘finale party’ is ‘afgeschaft’, moet de uitvaart zèlf maar een feestje worden, is de gedachte. Bekende Nederlanders gingen ons voor. Manfred Langer, eigenaar van de hoofdstedelijke homodisco iT, was in 1994 de eerste. Zijn begrafenis was één groot festijn. De luxe roze kist werd in een stoet limousines door Amsterdam gereden en op zijn graf op Zorgvlied  kwam een levensgroot standbeeld: de disco-koning met in zijn hand een biertje en een sigaret.

Na Langer volgden nog vele andere ‘feest-uitvaarten’: Annie M.G. Schmidt in 1995, de varende open kist van Roxy-oprichter Peter Giele in 1999, en in 2004 de tv-uitvaart van André Hazes. Vuurpijlen met zijn as werden voor het oog van 2,5 miljoen kijkers de lucht in geschoten.

En nu nemen onbekende Nederlanders dat pretpakket één-op-één over. De dood is fun geworden. Er moet gegeten worden, gedronken en gelachen. Je leeft maar één keer, dus Jan pak de leuning! De uitvaartbranche speelt feilloos in op dat moderne levensgevoel. Uitvaartverzekeraar Dela toonde enkele jaren geleden een reclamespot waarin een vrouw zich bezorgd afvroeg of het op haar begrafenis net zo druk zou worden als op haar verjaardag. Opkomst is belangrijk, de dode wil gevierd worden. Begrafenisbeurzen zijn uitgegroeid tot druk bezochte evenementen. Leuk om wat ideetjes op te doen voor de laatste dag op aarde. Bieterballen, kaas van Kaas en Zo, en bonbons van Chocoholic passen in die trend.

De belevingscultuur is zelfs tot het dodenrijk doorgedrongen. De vraag is of al dat ge-party niet één grote ontkenning is van de dood. Met een kolossale slok spoel je heel die akelige gedachte aan het kerkhof weg.  Maar wat doe je met de bittere nasmaak? Daar helpt geen bitterbal tegen. En ook geen bieterbal.

De Engelse dirigent Sir John Eliot Gardiner zei een paar jaar geleden op tv dat hij het begrip eeuwigheid nodig had om zijn leven beter te snappen en in te richten. Ik vertaal dat zo: of er zoiets bestaat als een hiernamaals weet niemand, maar het concept kun je omarmen. Wanneer je dat doet, geeft het rust en relativering. Bij leven én bij sterven.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *