Franciscus Gasthuis: grenzen steeds verleggen

Het ziekenhuis als afvoerput van maatschappelijke scheefgroei . “We verleggen steeds onze grenzen, en er komt geen personeel bij.” Een avond op de Spoedeisende Hulp (SEH) van Franciscus Gasthuis.
Foto Robin Utrecht

 

Direct bij aanvang van de middagdienst is het raak: een ongeluk pal voor Franciscus Gasthuis. Drie vrachtwagens botsen op elkaar op de A20 richting Hoek van Holland. Vanuit het ziekenhuisraam zien we het gebeuren. ,,Reken maar dat daar gewonden uit komen”, zegt SEH-arts in opleiding Sander Mol, turend naar de ravage.

Enkele ogenblikken later komt een brancard binnen met een man die veertig minuten bekneld heeft gezeten. Het team van Spoedeisende Hulp (SEH) onderzoekt hem in de traumakamer. De verwondingen vallen gelukkig mee, en hij kan naar huis.

Het is donderdagmiddag half vier. Zojuist is een verse medische ploeg aangetreden: één SEH-arts, twee arts-assistenten, onder wie Mol, en vier verpleegkundigen. Al snel wordt een tweede slachtoffer van het auto-ongeluk binnengebracht. Hij blijkt er ernstiger aan toe: buikbloedingen. Ziekenhuis-opname volgt.

In de anderhalf uur erna komen de volgende patiënten voorbij: hartritmestoornissen,schouder uit de kom, vermoedelijke blindedarmontsteking, misselijkheid, schouderbreuk, valpartij en een 86-jarige dementerende vrouw. ,,Dementerende ouderen zien we hier vaak”, legt Mol (28) uit. ,,Ze kunnen eigenlijk niet meer zelfstandig wonen, maar zijn te gezond voor het verpleeghuis. De verzorgingshuizen zijn afgeschaft, dus verwijst de huisarts hen door naar hier.” Mol schat dat elke dienst twee à drie ouderen de SEH binnenkomen die er strikt gesproken niet thuishoren.

De sluiting van verzorgingshuizen is niet het enige maatschappelijke probleem dat SEH’s op hun bordje krijgen. In deze regio zorgen ook de opheffing van het Havenziekenhuis in oktober 2017 en de beperkte SEH-avondopenstelling van Vlietland in Schiedam – sinds 2015 gefuseerd met Franciscus –  voor toenemende druk. ,,Nog niet zo lang geleden vonden we honderd SEH-patiënten per etmaal veel. Nu is dat al heel normaal”, zegt Mol. ,,We verleggen steeds onze grenzen. En personeel komt er niet in gelijke mate bij.”

De werkdruk blijft niet zonder gevolgen. ,,Levens zijn niet in gevaar”, verzekert de arts, ,,maar je behandelt tijdens topdrukte patiënten sneller, en daardoor minder goed. Pas nog iemand met een bloedneus. Die was binnen een uur terug.”

Tijdens de piek van de griepepidemie waren er 125 patiënten per etmaal. Eén grieppatiënt moest zelfs naar Groningen. Uit nood ging de SEH bij tijd en wijle een uurtje dicht. Ambulances werden dringend verzocht nieuwe patiënten naar een ander ziekenhuis te brengen. En als die nu ook allemaal vol hadden gelegen? Mol: ,,Dan zouden we die patiënt tóch zien. Zijn leven gaat voor.”

De hectiek ontlaadt zich in de wachtkamer door irritaties, vooral bij mensen die laag getrieerd zijn (d.w.z. niet ernstig ziek) en lang geduld moeten hebben. ,,Gelukkig worden we nog niet in elkaar geslagen”, hoor je op de afdeling, “maar je krijgt geregeld kutwijf naar je hoofd. Maar ach, ook dat went.”

Half zeven. Een jongeman klopt aan met buikpijn. Mol doet een lichamelijk onderzoek en vraagt: ,,Diarree?” (,,nee”), ,,last van het scrotum?”(,,nee”) . ,,Het zou een blindedarmontsteking kunnen zijn. Ik zal een echo laten maken.” Mol belt de radioloog en voert de patiëntgegevens in. ,,Je ziet zo’n patiënt maar even, maar bent aanmerkelijk langer bezig met de noodzakelijke administratie.” De man blijkt, na een uiteindelijk gemaakte ct-scan, inderdaad te lijden aan een ontstoken blindedarm. Hij wordt dezelfde avond nog geopereerd.

Er zijn inmiddels in tien minuten tijd drie andere patiënten bijgekomen (gebroken heup, koude rillingen en een ziek jongetje). Mol stelt z’n avondeten uit. ,,Je eet soms nauwelijks, of heel snel.” Na achten lijkt er tijd vrij voor een warme hap. Maar dan gaat de telefoon. Een vrouw belt over een verwonding van haar man. Nadat Mol heeft opgehangen vraagt SEH-collega-arts Merel Willeboer: ,,Wil je na het eten direct naar die man met die scheefhangende mondhoek?”

In het keukentje warmt Mol zijn thuis bereide rijstmaaltijd op. Aan tafel zit ook een ambulance-medewerker. Die wijst op een ander maatschappelijk verschijnsel: I want it and I want it now. ,,Mensen bellen voor alles een ambulance. De centralist aan de telefoon mag niet meer afgaan op zijn eigen expertise, maar werkt met een standaard-vragenlijst. Daar rolt, om alle risico’s te voorkomen, al heel snel een ambulance voor de SEH uit. Zo kan het gebeuren dat mensen met splinters in hun duim of een bloedende vinger in de wagen terechtkomen, waarmee ze de plaats innemen van spoedgevallen.”

Mol herinnert zich dat in een weekend een dronken jongen werd aangevoerd. ,,Zijn vriendin had 112 gebeld. Op de SEH zei ze: We hadden geen geld voor een taxi naar huis. Tja, maar een ambulancerit kost zevenhonderd euro.”

Terug op de afdeling valt op hoe goed de sfeer is. Er wordt hard gewerkt, maar ook gelachen. Mol: ,,Het is een prachtig beroep om mensen te redden. Daarom ga ik altijd met plezier naar mijn werk. Het mooie is dat, hoe druk het ook wordt, je er met het team altijd probeert uit te komen. Je staat er niet alleen voor.”

Twaalf uur ’s nachts: de dienst van Mol en de andere leden van het SEH-team zit er op. Het voorbije etmaal hebben circa honderd mensen zich gemeld op de SEH. ,,Een vrij rustige avond”, volgens Mol. Maar toch was hij voortdurend bezig: echo’s, overleg met collega’s, bloeddruk opmeten, bureauwerk.

‘Het water staat ons tot aan de lippen’

Veel problemen op de Spoedeisende Hulp (SEH) hebben landelijke oorzaken. Ziekenhuizen als het Franciscus Gasthuis zijn daardoor beperkt in hun oplossingen. ,,Het water staat ons tot aan de lippen en soms nog hoger.”

Elk ziekenhuis met een SEH-afdeling zal het beamen: er is een groot tekort aan gediplomeerde verpleegkundigen. In Rotterdam en regio hebben alle ziekenhuizen met SEH’s – Erasmus MC, Maasstad, Ikazia en IJsselland – op dat vlak vacatures uitstaan. Zo ook Franciscus & Vlietland. Bedrijfskundig manager Corrie Vellema : ,, Op onze twee SEH-afdelingen zouden we er idealiter veertien gediplomeerden bij moeten hebben. Maar ja, ziekenhuizen vissen bij elkaar in dezelfde lege gediplomeerden-vijver. Het is mooi werk, maar ook zwaar en onregelmatig. De uitstroom is groot. Niet voor niets is de SEH in Vlietland sinds november 2016 om negen uur ’s avonds dicht.”

Een tweede landelijk probleem is het tekort aan ambulancepersoneel. Medisch manager Tirza Huting: ,,Minder ernstig zieken zitten als gevolg daarvan soms uren te wachten op een ambulance. Daardoor verslechtert hun toestand, waarna ze zieker op de SEH terechtkomen en daar intensievere zorg nodig hebben. Andere moeilijkheid is dat wanneer ons ziekenhuis vol ligt we geen ambulance kunnen vinden om patiënten over te plaatsen naar een ander ziekenhuis. Daardoor komen ze op onze SEH terecht, terwijl daar de instroom al zo groot is, en die afdeling bovendien niet geschikt is voor verpleging.”

Vellema: ,,Tijdens de griep was het hier knetterdruk. We hebben geplande operaties moeten doorschuiven.” Huting: ,,Het zijn te veel crises op elkaar: te weinig verpleegkundigen en ambulances, te veel grieppatiënten en te weinig uitstroom uit het ziekenhuis. We hebben meerdere nachten meegemaakt dat negen patiënten op de SEH moesten slapen.” Vellema: ,,Het Havenziekenhuis is dicht. Daarmee is niet alleen een SEH verdwenen, maar ook een groot achterland van honderd bedden, dat onze SEH nodig heeft om niet dicht te slibben.”

Dat wat het ziekenhuis wèl zelf kan regelen, wordt aangepakt. Sinds 2015 komen ‘zelfverwijzers’ (zonder briefje van de dokter) buiten kantoortijden eerst op de huisartsenpost van het ziekenhuis terecht, waar wordt besloten of iemand door mag naar de SEH.

Verder bestaat sinds maart in de regio een initiatief van het Regionaal Overleg Acute Zorg om patiënten beter te laten doorstromen. Vellema: ,,Je kunt daarbij denken aan dementerende ouderen. Dankzij deze maatregel worden ze vanaf de SEH weer thuis gebracht, waar zonodig aanvullende thuiszorg wordt geregeld. Hiermee proberen we te voorkomen dat dementerenden zonder sociaal vangnet draaideurpatiënten worden”

Zijn die maatregelen voldoende? Moeilijke vraag, vinden de twee managers. Ze hebben niet alles zelf in de hand, vertellen ze, een groot deel van de oplossingen ligt bij ontwikkelingen op de arbeidsmarkt en in de politiek. Vellema: ,,Maar het aantal momenten dat het heel erg druk is in verhouding tot de beschikbare mankracht neemt wel zienderogen toe.” Huting; ,,Dan staat het water ons echt tot aan de lippen en soms nog hoger.”

Landelijk probleem

De druk op SEH’s is een landelijk probleem, zo blijkt uit een onderzoek uit december 2016 van de Zeeuwse SEH-arts Menno Gaakeer. ,,Op zeventig procent van de SEH’s is wekelijks – en soms zelfs dagelijks – sprake van overbelasting, waarmee de veiligheid van de patiënten in gevaar komt.”

Aan de andere kant wil de overheid het aantal SEH’s verder terugbrengen (van 87 naar vijftig) door integratie met huisartsenposten, aldus het onderzoek. In 1994 telde Nederland nog 128 SEH’s. Het aantal behandelde patiënten op SEH’s is door de jaren heen nauwelijks afgenomen: circa 115 op elke duizend inwoners.

Volgens Gaakeer is de druk op SEH’s het afgelopen jaar alleen maar toegenomen. In februari lanceerde hij, samen met andere betrokkenen, een nationaal deltaplan voor een betere in-, door- en uitstroom op SEH’s.

‘Het aantal momenten dat het heel erg druk is, neemt zienderogen toe’

https://www.nrc.nl/nieuws/2018/04/13/franciscus-gasthuis-grenzen-steeds-verleggen-a1599000

 

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *