En de keizer, hij regeerde voort…

Het is deze week precies een eeuw geleden dat de laatste Duitse keizer naar Nederland vluchtte. In Huis Doorn bleef Wilhelm II jarenlang gewoon feodaal keizertje spelen.

Een kleine replica van het Duitse keizerlijke hof. Dat moet Wilhelm II voor ogen hebben gestaan wanneer hij in 1920 , na eerst twee jaar Amerongen, als balling zijn intrek neemt in Huis Doorn. Tussen september 1919 en februari 1920 arriveren 59 wagons met keizerlijke voorwerpen op het treinstationnetje van Zeist. Het huisraad is afkomstig van de privévertrekken van het Stadtschloss en Schloss Bellevue in Berlijn en het Neues Palast in Potsdam.  “De keizer heeft in Nederland nooit iets aangekocht. Daardoor geeft Huis Doorn een uniek beeld van de feodale Duitse hofcultuur”, zegt conservator drs. Dick Verroen.

Bij de inrichting laat de keizer zich, volgens een door Verroen geschreven gids, leiden door drie motieven: de banden tussen de Hohenzollerns en de Oranjes, het levend houden van de herinnering aan de voorvaderen en het onderbrengen van persoonlijke bezittingen en alledaagse gebruiksvoorwerpen. Direct in de vestibule wordt de relatie tussen beide vorstenhuizen al duidelijk. Schilderijen van stadhouder Willem V en zijn echtgenote Wilhelmina van Pruisen flankeren marmeren plaquettes van Wilhelms voorouders: de Keurvorst van Brandenburg Friedrich Wilhelm, achterkleinzoon van Willem van Oranje, en diens vrouw prinses Louise Henriëtte, dochter van Frederik Hendrik.

De verbannen keizer is, volgens Verroen, een groot bewonderaar van de krachtige politieke persoonlijkheid van Willem van Oranje. “In Duitsland liet de keizer elke zondag na de kerkdienst in de paleiskapel het Wilhelmus spelen, in de tijd dat dit nog niet het Nederlandse volkslied was.” Misschien was het benadrukken van de familierelaties ook een plaagstootje richting koningin Wilhelmina, denkt Verroen. “Wilhelmina nam de keizer, toen hij in 1918 zijn land ontvluchtte, op als asielzoeker – we konden als neutraal land moeilijk anders – , maar voor het overige was ze niet zo gecharmeerd van haar collega. Een vorst vlucht niet voor zijn eigen volk, was haar opvatting.”

In de 20 jaar dat Wilhelm II zijn slot bewoont, bezoekt koningin Wilhelmina hem, anders dan haar moeder Emma en haar echtgenoot Hendrik, niet eenmaal. De majesteit mag mij dan mijden, ik ben als directe afstammeling van Willem de Zwijger misschien wel  meer Oranje dan Wilhelmina, wier afstamming immers via de Friese Nassaus loopt, moet de keizer hebben gedacht als hij `s avonds zijn ogen laat dwalen over de Oranje-portretten in zijn vorstelijke vertrekken. De keizer mag zich als hoofd van het Huis Hohenzollern zelfs Prins van Oranje noemen. Na de dood van koning-stadhouder Willem III in 1702 ontbrandt een felle strijd over diens nalatenschap, inclusief het recht om de titel te mogen voeren. Uiteindelijk wordt het conflict in 1732 beslecht door middel van het Traktaat van Accomodement en Partage. Hierin wordt geregeld dat de titel Prins van Oranje zowel aan de Friese Nassau-tak als aan de Pruisische koning (`voorloper’ van de Duitse keizers) toebehoort.

Huis Doorn

Behalve voor Willem van Oranje koestert Wilhelm II ook grote achting voor een andere voorvader: Frederik II (1712-1786), Pruisisch koning van internationaal formaat en daarom bij leven al bekend als Frederik de Grote. Een imposant borstbeeld is een van de kunstvoorwerpen waarmee de uitgeweken keizer eer betuigt aan zijn roemruchte voorvader. Verroen: “Diens opvattingen over de monarch als eerste dienaar der staat spraken Wilhelm zeer aan. Bovendien was hij onder de indruk van Frederiks activiteiten op het gebied van filosofie, muziek en krijgsverrichtingen. Kortom een universeel vorst, iets wat Wilhelm ook beoogde te zijn.”

Ofschoon verbannen probeert de keizer in Huis Doorn zo lang mogelijk `eerste dienaar der staat’ te blijven. In zijn werkvertrek in de torenkamer is hij elke dag wel enkele uren te vinden. Hier behandelt hij zijn post, leest de kranten en bereidt publicaties voor. Of hij leeft zijn belangstelling voor archeologie, theologie en cultuurhistorie uit. Net als Frederik de Grote zit de keizer niet op een gewone stoel achter zijn bureau, maar op een ruiterzadel. “Het eerste ergonomische meubelstuk in Nederland”, grapt Verroen. “De keizer was gewend veel te paard te zitten om parades af te nemen. Daarom prefereerde hij het zadel.”

In de bibliotheek een hommage aan een andere voorvader die Wilhelm hogelijk waardeert, de al eerder genoemde Friedrich Wilhelm (1620-1688), ook wel de Grote Keurvorst genoemd. Zijn portret en dat van zijn vrouw Louise Henriëtte hangen ter weerszijden van de grote boekenkast. Volgens Verroen bewonderde de keizer vooral Friedrich Wilhelms inspanningen om als eerste Pruisische vorst een eigen vloot te bouwen, iets waarvoor Wilhelm II zich als keizer ook sterk had gemaakt. In de bibliotheek ook portretten van de ouders van de keizer: Friedrich III en `Princes Royal’ Victoria, een dochter van de Engelse koningin Victoria.

Friedrich III is slechts 99 dagen keizer geweest. Als hij in 1888 zijn vader Wilhelm I opvolgt, lijdt hij al aan keelkanker in een vergevorderd stadium. Na dik drie maanden wordt zijn zoon Wilhelm II (1859) tot keizer gekroond. Het jaar 1888 staat daarom ook wel bekend als het driekeizerjaar. Als Duitsland in 1918 de Eerste Wereldoorlog verliest, begint de Hohenzollern-troon te wankelen. De keizer krijgt de schuld van de nederlaag  en op 9 november, wanneer hij zich bij zijn troepen in het Belgische Spa bevindt, wordt de republiek uitgeroepen. Een dag later meldt hij zich op het piepkleine station van het Limburgse Eijsden als `politiek vluchteling.’ Wilhelm II voelt zich veilig in het neutrale Nederland, dat geen rancune tegen hem koestert. Bovendien ligt Nederland dichtbij Duitsland en dat is geen ongunstige bijkomstigheid voor de politieke aspiraties van Wilhelm II: terugkeer op de keizerstroon.

Op verzoek van de minister van buitenlandse zaken verleent graaf Godard Aldenburg Bentinck de vorst gastvrij onderdak op Kasteel Amerongen. In het najaar van 1919 koopt Wilhelm II Huis Doorn voor een bedrag van 500.000 gulden van mevrouw W.C. barones Van Heemstra de Beaufort. Na enkele verbouwingen neemt de keizer in mei 1920 het slot in gebruik. Een van de verbouwingen is een lift, ten behoeve van zijn vrouw keizerin Auguste Victoria. De keizerin is ernstig hartpatiënt en overlijdt al een jaar na intrek in het nieuwe onderkomen. Een houten rolstoel in haar rustkamer herinnert aan haar zwakke gezondheid. Tevens is in dit vertrek een gouache te bewonderen van de opbaring van de keizerin, omringd door kransen en bloemen.

Naast de rustkamer bevindt zich de badkamer van de keizerin met aan de wand afbeeldingen die met water hebben te maken, zoals Venetiaanse taferelen.

Waarmee we zijn aangeland bij het hoofdstuk persoonlijke bezittingen. Meest opvallende eigendommen van de keizer zijn, naast de vele militaire uniformen, een grote verzameling snuifdozen. Deze staan uitgestald in de geheel aan Frederik II gewijde rookkamer. Een groot deel van de snuifdozen heeft de keizer van zijn aanbeden voorvader geërfd. Een andere in het oog springende hobby van Wilhelm II is fotografie. De keizer is nogal ijdel en laat zich bijzonder graag fotograferen. Her en der in het slot zijn daar de bewijzen van te vinden. Tijdens het houthakken in de tuin, in militair uniform of aan de zijde van zijn geliefden, de keizer is altijd in voor een kiekje. Maar wel altijd zo dat zijn verlamde linkerarm niet in het oog springt. Wilhelm II is de eerste vorst die fotografie en film inzet als p.r.-middel. Verroen: “Hij was Europa’s movie star nummer één.”

In de rustkamer kan de bezoeker vijftien aquarellen bewonderen van het Achilleion, het keizerlijk paleis op het Griekse eiland Corfu, dat ooit had toebehoord aan de Oostenrijkse keizerin Sissi. Verroen: “Men kan zich voorstellen dat de keizer hier heeft weggedroomd, denkend aan de tijd dat alles nog ‘goed’ was.”

Wie door het in rococo- en Louis Seize-stijl opgetrokken Huis Doorn wandelt, krijgt de indruk dat de keizer elk moment kan verschijnen. En dat is geen wonder, want de inrichting is zoveel mogelijk in oorspronkelijke staat gehouden. Zo bevindt zich in de eetzaal een rijkgedekte tafel: servies uit de porseleinfabriek van Berlijn, zilveren bestek – voor de keizer vork en mes in één, zodat hij zijn verlamming kan verhullen – en een glasservies met verguld cartouche uit Silezië. Anders dan het aantal couverts doet vermoeden, heeft de keizer zelden grote diners gegeven. Een uitzondering is het huwelijksdiner in 1922, als de keizer, een jaar na de dood van zijn eerst vrouw, trouwt met prinses Hermine von Reusz. Juliana is tijdens dat huwelijk bruidsmeisje. Verroen: “Voor de rest leed de keizer een tamelijk teruggetrokken bestaan. Bij sommige adellijke lieden op de Utrechtse heuvelrug kwam hij over de vloer, andere adel meed hem zorgvuldig. Hij gaf kleine, intieme etentjes, waarbij het menu meestal zeer eenvoudig was: soep, hoofdgerecht en een desert.”

Een opvallende bezoeker dient zich in de dertiger jaren aan: NSDAP-topman Hermann Göring. Hij verzekert Wilhelm II dat herstel van de keizerlijke dynastie het uiteindelijke doel is van de nazi’s. Daar had de keizer, niet vies van de nazi’s, graag gebruik van gemaakt, ware het niet dat hij op 4 juni 1941, op bijna 82-jarige leeftijd, de laatste adem uitblaast. Zonder zijn vaderland ooit te hebben teruggezien.

Dit verhaal is eerder gepubliceerd in Vorsten van september 2005.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *