Elke ochtend blij wakker

20160422_152615

Mijn moeder woont in een verpleeghuis in het zuiden des lands. In de negentiende eeuw werd het oord opgericht door de Zusters van de Liefde, en nog altijd is er veel dat aan die tijd herinnert. De fraaie villa bijvoorbeeld aan de rand van het landgoed, waar de nonnen ooit begonnen. Nog steeds zitten daar nonnen, nu om zelf uit te rusten.

Een statige oprijlaan leidt naar de nieuwbouw, waar mijn moeder woont. Zoals altijd ligt ze aangekleed bovenop haar bed in de huiskamer. Het is er warm. De open haard werkt hier op gloeilampen. Anders dan de radio, die geheel gedigitaliseerd ‘Alle menschen werden Brüder’ uitzendt.

“Mag ik een stukje over je schrijven in Trouw?”, vraag ik. “Ja, doe maar, dat is leuk.” “Hoe gaat het met je?””Ach ja”, zucht ze, “z’n gangetje. Beetje saai hier.” Mijn moeder woont, na een beroerte, sinds een jaar of vijf in het verpleeghuis. Eerst bewoog ze zich voort met een rollater, daarna met een rolstoel. Sinds een halfjaar ligt ze alleen nog maar in bed, en komt niet meer buiten.

Mijn moeder zat graag op het water. Haar vader was kapitein op een coaster. Nu ziet ze alleen nog water als ze naar een natuurfilm kijkt op tv. Toch gaat het best goed met haar, zegt de verzorging. “Ze voelt zich veilig en erkend. Elke ochtend wordt ze blij wakker. Behalve toen ze besefte dat het echt niet meer ging in de rolstoel. Toen heeft ze even gehuild. Dat deed mezelf ook wel wat.”

Ik vertel de verzorgster dat ik het een goed en liefdevol verpleeghuis vind. “Wij denken hier in mensen”, antwoordt ze. “Uw moeder wil bijvoorbeeld altijd keurig worden aangekleed. Nou, dan doen we dat. En de kapster komt aan bed. Uw moeder is een dame, en ze ziet er op haar 91ste nog heel goed uit.”

Met het geheugen is het minder florissant gesteld. Je kan met mijn moeder best een praatje maken, en dan begrijpt ze alles, maar kort daarna is ze het weer vergeten. Ze is nog wel altijd graag onder de mensen. Daarom wil ze niet in haar eigen kamer, maar in de huiskamer liggen. “Dat vindt ze gezellig”, vertelt de verzorgster. “Als er een feestje is, neemt ze een advocaatje met slagroom.”

Ik vind het kranig hoe mijn moeder zich door haar laatste levensjaren slaat. Haar enige ‘uitje’ is de tv-kerkdienst op zondagochtend. Maar ze zwaait naar iedereen die langs haar bed komt, en ze maakt graag een babbeltje. “Ik ben in Oegstgeest geweest, bij het graf van pa”, vertel ik haar. “De steen was helemaal begroeid met struweel, dat heb ik weggeknipt.” “Dat is fijn”, reageert ze. Mijn moeder heeft nooit veel op gehad met kerkhoven.

Ik help haar met d’r jus d’orange. “Ik ben een oud mens aan het worden, 1925.” Ze wil wat rechterop zitten in bed, dan weer wat minder rechtop, en tot slot toch weer wat meer. Zo is mijn moeder, op onverwachte momenten heel precies. Na de jus d’orange nemen we afscheid. “Dag ma.””Dag Willem. Kom maar gauw weer .” En ze zwaait.

One thought on “Elke ochtend blij wakker

  1. Mooi geschreven Willem! Heb deze uitgeprint en aan mijn moeder gegeven, kan ze het ook lezen. Groet!

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *