Elke nieuwe dag als een geschenk

'We zijn er bijna'(hier met Henk en Netty) is er bijna: maandag voor het laatst.
‘We zijn er bijna'(hier met Henk en Netty) is er bijna: maandag voor het laatst.

Het best bekeken programma van dit moment is ‘We zijn er bijna’. Het ‘reizende ouderencircus’ van Max trekt bijna twee miljoen mensen, soms nog meer dan het Journaal. Wie voor het eerst kijkt, snapt weinig van die populariteit. Immers, wat is er boeiend aan een groep senioren die met caravans en campers door Griekenland trekt? En daarbij niets anders doet dan koffie drinken, klaverjassen, kerkjes bezichtigen en uitpuffen?

Wat is toch het geheim van dit programma? “Zelfs veel jongeren waarderen het”, jubelde Max-baas Jan Slagter op Radio 538. Maar die kijken ook een beetje om de kamperende 50-plussers te beschimpen. Zoals Lammert de Bruin (1979), verslaggever van ‘EenVandaag’, op Twitter: “Als je nog een kloosterorde wilt stichten, dan kun je hier mooi beginnen, zei de man hoopvol tegen z’n vrouw. Maar helaas…”

Ach, ‘We zijn er bijna’ móet de spotlust wel opwekken. Zelfs Slagter stak bij Eva Jinek enigszins de draak met zijn succesnummer. “We zenden alleen de hoogtepunten uit. Kun je nagaan hoe de rest van de dag eruit ziet.” Wel een voordeel, die rust, vindt Slagter: “Je kan makkelijk een paar minuten naar de wc, want je pakt de verhaallijn zo weer op.”Hij had over het concept geaarzeld, gaf de tv-baas toe, maar was er nu reuze mee ingenomen. “Het is een vriendelijk, gemoedelijk programma, men helpt elkaar. Geen afzeik-tv. En herkenbaar bovendien: miljoenen mensen vieren zo hun vakantie.”

Slagter heeft gelijk. Maar er is meer dat dit programma zo geliefd maakt. Dat is de enorme tevredenheid en positiviteit. Er wordt niet gezeurd of geklaagd, de 43 reizigers stralen een intense levensvreugde uit. De boze buitenwereld met haar oorlog, honger en pijn lijkt hier niet te bestaan. Er is alleen het eigen kleine geluk: een eitje pellen voor de camper, een dutje in de ligstoel. In ‘We zijn er bijna’ bestaat slechts het nu. Of zoals Jinek het verwoordde: “Een man die kijkt naar de was die droogt.”Hoe zen wil je het hebben?

Voorspelbaarheid is de grote kracht van deze Max-topper. In een snelle, verwarrende wereld waarin alle zekerheden onder druk staan (zelfs of een man wel een man en een vrouw wel een vrouw is) ligt in ‘We zijn er bijna’ alles vast. Vrouwen gaan naar de markt, mannen blijven achter op de camping. Zij koopt een broek voor hem, hij drinkt ‘een ‘bakkie troost’ met z’n maten. Vrouwen doen de was, mannen constateren dat een stoomloc heel iets anders is dan een diesel. Zelfs de grapjes zie je van verre aankomen. Bij een icoon van een monnik: “Nou, dá’s monnikenwerk.”

Natuurlijk hebben de vakantiegangers zo hun verdrietjes. Daar praten ze soms over met presentatrice Martine van Os, die op de achtergrond aanwezig is. Maar erg diep gaat het niet. Henk: “Door een complicatie bij een operatie kan ik niet meer zo goed praten.” Zijn vrouw Netty: “Maar we zijn positief verder gegaan. Hier zitten we toch ook weer heerlijk.” En ‘krak’ zegt het Mariakaakje bij de thee.

Mensen die dankbaar zijn voor elke nieuwe zonsopgang, zich bewust van de broosheid van alles. Genieten van de kleine dingen, want dáár ligt het geluk: “Buurvrouw, trek in een pannenkoek?” In ‘We zijn er bijna’ is elke dag een geschenk. Een lief en ontroerend, nee prachtig programma!

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *